Amarantis: de prijs voor een autonoom bestuur

Nieuwsanalyse In de jaren 90 kregen de besturen van scholen meer macht. Personeel en studenten werden op afstand gehouden – dan kon het bestuur lekker door. Bij Amarantis ging de school ten onder, terwijl het bestuur zich zou hebben verrijkt.

AMSTERDAM - Het hoofkantoor van Amarantis op de Zuidas. Oud-bestuurders van de onderwijsinstelling zouden zich schuldig hebben gemaakt aan zelfverrijking, belangenverstrengeling, vriendjespolitiek en financiële onregelmatigheden. ANP JERRY LAMPEN

Auto’s met chauffeur én eersteklas ov-abonnementen én riante taxivergoedingen, dikbetaalde adviseurschappen waar weinig tegenover stond: het dit weekeinde uitgelekte conceptrapport over onderwijsreus Amarantis stinkt naar zelfverrijking. En van vriendjespolitiek: zakelijke contacten verleenden privédiensten aan leidinggevenden binnen de scholengroep. Die gunden op hun beurt opdrachten aan bevriende bedrijven.

In het definitieve rapport dat vandaag verschijnt, ontbreken deze concrete verwijten. Maar doordat ze zaterdag bekend werden, ontbrandde de publieke discussie dit weekeinde al. Een aantal politieke partijen reageerde meteen woedend. De onderwijswoordvoerders van SP, CDA en PVV spraken van „graaigedrag” van de top van Amarantis en eisten maatregelen. Zo is een ingewikkelde kwestie teruggebracht tot overzichtelijke proporties: de piraten aan het roer bij de scholengroep hebben de schuit naar de haaien laten gaan, terwijl ze druk bezig waren hun zakken te vullen.

De werkelijkheid is complexer.

De ondergang van Amarantis is niet alleen het gevolg van (vermeend) onbehoorlijk bestuur bij deze school. Het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) in Nederland, ondergebracht in grote regionale opleidingscentra (roc’s), heeft te kampen met structurele problemen. Want niet alleen bij Amarantis liep het fout. ROC Zadkine uit Rotterdam en ROC Leiden verkeren ook in zwaar weer, mede als gevolg van het te ambitieuze bouwbeleid van bestuurders. Zij wilden groeien, tegen elke prijs. De school als bedrijf.

De overheid greep bij al deze instellingen pas in toen het bijna te laat was. Wat dat betreft zijn er overeenkomsten met de affaire rondom hogeschool Inholland, twee jaar geleden. Ook hier had het bestuur geen geep meer op de instelling – al ging het bij Inholland niet om geld, maar om ten onrechte verstrekte diploma’s. Problemen in het onderwijs kunnen lang voortwoekeren, voordat de overheid zich met de kwestie bemoeit.

Dit is de prijs die wordt betaald voor de beslissing van de politiek, genomen in de jaren 90, om schoolbesturen meer zelfstandigheid te geven. Tot op dat moment moesten bestuurders voor hun uitgaven aankloppen bij het ministerie. Sindsdien krijgen ze ieder jaar een zak geld, de zogenoemde lumpsum, die ze naar eigen inzicht mogen besteden. Verantwoording afleggen doet het college van bestuur pas achteraf. Eerst aan een raad van toezicht. En als het nodig is later aan de onderwijsinspectie.

Naar nu blijkt functioneert deze structuur niet, of tenminste niet altijd. De commissie die de financiële problemen van Amarantis onderzocht, spreekt van „toezicht in de achteruitkijkspiegel”. Als de raad van toezicht tekortkomingen constateerde, betroffen die het vorige kalenderjaar. Het college van bestuur beloofde vervolgens beterschap, waarna het boek weer voor twaalf maanden gesloten werd.

Zo ging het ook bij de onderwijsinspectie, zelfs toen Amarantis onder verscherpt toezicht stond. Dat verscherpte toezicht bestond eruit dat de instelling tweemaal per jaar cijfers naar de inspectie moest opsturen. Ook wanneer een school in de problemen zit, kan de inspectie dus weinig anders doen dan afwachten. Zelf langskomen en de hele boekhouding binnenstebuiten keren, behoort niet tot mogelijkheden.

De commissie-Amarantis heeft haar rapport de titel ‘Autonomie verplicht’ gegeven. De boodschap: wie eigen baas wil zijn, moet dat vertrouwen waarmaken. Het is de vraag of politiek Den Haag de onderwijssector een laatste kans gunt om te laten zien dat hij écht op eigen benen kan staan.

Want de pendule die vanaf de jaren 90 in de richting zwaaide van almaar meer zeggenschap voor de schoolbesturen, slingert sinds de affaire rondom Inholland de andere kant op. Halbe Zijlstra – de toenmalige staatssecretaris van Onderwijs – stuurde begin november een wet naar de Tweede Kamer waarin strenger inhoudelijk toezicht op het hoger onderwijs wordt geregeld.

En nu de omvang van het debacle rondom Amarantis aan het licht is gebracht – en de gebrekkige wijze waarop het toezicht functioneerde – zal de Tweede Kamer eisen dat er beter toezicht komt op wat er in het onderwijs met de financiën gebeurt. Alle bevoegdheden wegnemen bij de scholen en weer neerleggen bij het ministerie, gaat de meeste partijen te ver. Maar er bestaat een brede behoefte aan betere controle van de soms wel zeer eigengereide schoolbesturen. D66 wil deze week voorstellen om meer macht te leggen bij de medezeggenschapsraden, docenten en leerlingen dus.

Daarmee zouden de scholen teruggaan naar 1997. In dat jaar voerde PvdA-minister van Onderwijs Ritzen een wet in die het instemmingsrecht op de begroting weghaalde bij medezeggenschaps- en universiteitsraden. Zonder de inmenging van personeel en studenten kon het bestuur beter doorwerken, was het idee. Het lijkt erop dat bestuurders van die vrijheid iets te gretig gebruik hebben gemaakt.