Albert Verlinde richt fonds op voor reizende voorstellingen

Theaterproducent Albert Verlinde heeft een fonds opgericht dat ervoor moet zorgen dat podiumgezelschappen voorstellingen blijven spelen in de regio. Dit Nationaal Theater Fonds zal aanvullende financiële garanties geven aan gezelschappen en producenten die met een voorstelling het land in willen. Het kan gaan om muziek(theater), opera, operette, ballet, theater of musicals. Zowel gesubsidieerde als ongesubsidieerde gezelschappen komen ervoor in aanmerking. Ook Verlindes eigen productiebedrijf van musicals kan een aanvraag doen, maar een onafhankelijke selectiecommissie beslist welke voorstellingen ondersteuning krijgen.

„Vroeger betaalden schouwburgen flinke sommen geld om rondreizende voorstellingen binnen te halen”, zegt Verlinde. „Die tijd ligt achter ons. Het financiële risico is steeds meer bij de gezelschappen en producenten komen te liggen. Met voorstellingen door heel Nederland reizen is erg kostbaar, dus kiezen gezelschappen en producenten er steeds vaker voor om alleen nog maar in de grote steden in de Randstad te gaan staan. Daardoor verschraalt het aanbod in de regio.”

Het fonds zal alleen voorstellingen ondersteunen waarbij minimaal acht mensen op het toneel staan. De voorstelling moet langs theaters in heel Nederland reizen en er moet al een financiële basis voor zijn, doordat theaters garantiesommen hebben toegezegd. Het Nationaal Theater Fonds zal zich dan garant stellen voor het laatste deel van de financiering. „Het kan net dat zetje zijn voor de theaterdirecteuren om de voorstelling te boeken”, zegt Verlinde.

Het vermogen van het Nationaal Theater Fonds zal worden gevormd door donaties van particulieren en bedrijven. De BankGiro Loterij heeft een onbekend opstartbedrag gegeven. Het Fonds is door de belastingdienst aangemerkt als culturele instelling waarbij donateurs een extra belastingvoordeel hebben.

Cees Langeveld, directeur van het Chassé Theater in Breda en bijzonder hoogleraar economie van de podiumkunsten in Rotterdam, vindt het fonds een goed initiatief. Hij denkt dat het zal helpen „meer evenwicht te brengen tussen de belangen van de producenten en die van de podia”. Hij twijfelt echter of het fonds gesubsidieerde gezelschappen zal prikkelen tot reizen, aangezien de reisverplichting voor gesubsidieerde producties is afgeschaft.