Welke zich nou achttien keer? ezel stoot

De politiek moet stoppen met die nutteloze onderhandelingen over klimaat. Wat wel werkt? Voer een belasting in op koolstof, betoogt Richard Tol.

2De internationale klimaatonderhandelingen zijn in volle gang in Doha. Ongeveer 17.000 mensen zijn naar het Midden-Oosten afgereisd voor de achttiende ronde van de internationale onderhandelingen. De eerste zeventien rondes zijn mislukt. Wereldwijd is de uitstoot van broeikasgassen niet lager dan wat het geweest zou zijn zonder al dat gevlieg en gepraat.

Als een experiment zeventien keer op rij mislukt, dan is de kans op succes 2,3 procent – tenzij er geleerd wordt van mislukkingen in het verleden. Dat is niet het geval. Het doel van de eerste klimaatonderhandelingen in Berlijn, in 1995, was het vaststellen van wettelijk bindende uitstootbeperkingen. In de aanloop naar Berlijn werd een stapel alarmerende rapporten gepubliceerd. In Berlijn beloofde ieder land zijn best te doen, en riep ieder ander land op tot actie. Doha is niet anders. En Doha zal net als Berlijn uitdraaien op een teleurstelling.

Hoewel het steeds duidelijker wordt dat internationale onderhandelingen over klimaatbeleid op niets uitlopen, wordt er steeds meer in geïnvesteerd. Er waren 757 onderhandelaars in Berlijn in 1995. Dit liep op tot 24.000 in 2009 in Kopenhagen. De Verenigde Naties organiseerden vier klimaatbijeenkomsten in 1997. Doha is de 107e bijeenkomst alleen al in het jaar 2012, en de 682e sinds 1995. Internationale klimaatbijeenkomsten alleen, zonder voorbereiding, bezinning of rapportage, kosten nu minstens 100 miljoen euro per jaar.

Klimaatverandering is een ideaal probleem voor een politicus. Je kan beloven de wereld te redden, maar de daad wordt pas in de toekomst, door je opvolger, bij het woord gevoegd. Als er onverhoopt toch nu al actie verlangd wordt, dan kun je je altijd achter de onwil van de Polen, Amerikanen of Chinezen verschuilen.

Klimaatverandering is ook geweldig voor bureaucraten. Een nieuw probleem brengt nieuwe instanties, nieuw papierwerk, nieuwe snoepreisjes en nieuwe promotiekansen. En als een oplossing moeilijk blijkt, dan kunnen we altijd een nieuw rapport laten schrijven en een nieuwe commissie in het leven roepen.

Een recent rapport van de Algemene Rekenkamer is een goed voorbeeld. De Nederlandse overheid zou niet voldoen aan de internationale richtlijnen voor nationaal aanpassingsbeleid. Dat klopt. Dat is een goede zaak. Aanpassing aan klimaatverandering is over het algemeen niet gebaat met overheidsbemoeienis.

Het is in ieders eigenbelang zich aan te passen aan veranderende omstandigheden, en de meeste mensen kunnen ook zonder overheidssteun besluiten of het al tijd is de winterjas uit de kast te halen. In de landbouw, bijvoorbeeld, staan overheidssubsidies aanpassing juist in de weg.

Maar ambtenaren hebben internationaal afgesproken dat de overheid zich met klimaataanpassing moet bemoeien. Nu worden Nederlandse ambtenaren door andere ambtenaren gedwongen iets te doen dat in niemands belang is – behalve van de ambtenaren zelf dan.

Die regelzucht en de drang van vele klimaatactivisten naar een wereldregering roepen tegenstand op. Omdat klimaatbeleid in de naam van de wetenschap gebeurt, wordt de wetenschap aangevallen. Dit wordt vergemakkelijkt door het voortdurend overdrijven van het klimaatprobleem en het laconiek omgaan met de bewijsvoering door enkele wetenschappers. Dit vertraagt de politieke besluitvorming.

Het bedrijfsleven is het klimaatgedoe al lang zat. Er wordt veel gepraat maar weinig gedaan. Politici blijven maar doorgaan over de doelstelling om de stijging van de gemiddelde temperatuur op aarde beneden de 2 graden Celsius te houden, een station dat allang gepasseerd is. En toch is het duidelijk dat er ooit een echt klimaatbeleid tot stand zal moeten komen met verregaande gevolgen voor energie, transport, chemie, en landbouw. Maar het is moeilijk de juiste investering te maken tot het duidelijk wordt wat dat klimaatbeleid nu eigenlijk is.

Een aantal bedrijven heeft daarom opgeroepen tot het invoeren van een koolstofbelasting. Dit is de goedkoopste manier om de uitstoot van broeikasgassen te beperken. Een koolstofbelasting brengt weinig administratieve rompslomp met zich mee. Het is minder gevoelig voor fraude dan het huidige systeem van verhandelbare emissierechten, en heeft geen last van prijsvariabiliteit.

Daar komt bij dat belastingverhogingen onontkoombaar zijn. Europa, Japan en de VS worstelen met een begrotingstekort en een hoge staatsschuld. De Chinese regering heeft meer inkomsten nodig om in de sociale zekerheid en pensioenen te voorzien. India smeekt om nieuwe wegen, havens, vliegvelden en elektriciteitskabels. Een koolstofbelasting brengt veel minder schade toe aan de economie dan het verhogen van de loon- of winstbelasting.

Na de achttiende mislukte klimaattop zou het duidelijk moeten zijn dat het anders moet. Internationale afspraken over klimaatbeleid komen niet tot stand. Ieder land dat zich zorgen maakt over klimaatverandering of geld nodig heeft, zou een koolstofbelasting in moeten voeren.

Richard Tol is hoogleraar economie aan de University of Sussex en hoogleraar klimaateconomie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.