Waarom het klimaat me niet interesseert

Klimaatconferenties helpen niet, vindt Richard Tol, een koolstofheffing wel. Meer milieuregels brengen meer fraude volgens André Mikkers en volgens Rosanne Hertzberger gaat het niet om het voortbestaan van de planeet maar van ons. Weer zo’n top die niets helpt, schrijft Floor Rusman.

1Mijn eerste gedachte toen ik hoorde over de klimaattop in Doha deze en volgende week was: ‘Oh, weer zo’n top waar ze afspreken dat we in 2070 allemaal op zonne-energie rijden’. Verdere artikelen over dit onderwerp sloeg ik over. Deze desinteresse bemerkte ik ook bij vrienden en collega-journalisten. Merkwaardig, want het klimaat lijkt me een belangrijker onderwerp dan de persoonlijkheid van Badr Hari.

Er zijn allerlei verklaringen voor deze onverschilligheid. Allereerst zijn de jobstijdingen over de opwarmende aarde omstreden. Wie slecht nieuws over het klimaat niet uitkomt, kan altijd een rapport citeren dat het broeikaseffect ontkent. Een andere verklaring is de lange looptijd van het probleem en het gebrek aan vooruitgang. De klimaattoppen eindigen steevast met een aantal doelstellingen voor arbitrair gekozen jaren, die net zo snel terzijde worden geschoven als goede voornemens na de jaarwisseling. Op individueel niveau is het al helemaal moeilijk te geloven dat gedragsverandering het klimaat kan redden. Als ik als enige afzie van vliegvakanties leidt dat niet zichtbaar tot het langzamer smelten van gletsjers.

Maar er is meer aan de hand. Niet alleen burgers, ook politici zijn weinig geïnteresseerd in het klimaat. Tijdens de afgelopen verkiezingscampagne werd het onderwerp genegeerd. Dit staat in groot contrast tot de manier waarop er in de jaren negentig over het milieu werd gedebatteerd. Bij een lijsttrekkersdebat uit 1998 dat ik laatst terugkeek, was tot mijn verbazing een apart blokje ingeruimd voor het milieu. Nog verbaasder was ik toen niemand moest lachen bij Paul Rosenmöllers pleidooi voor een verbod op korte vluchten.

Uit de verkiezingsprogramma’s van dat jaar blijkt inderdaad een grote bezorgdheid om milieuproblemen. Met name de programma’s van CDA en VVD zijn interessant. Deze partijen, die tegenwoordig minimale aandacht hebben voor het milieu, verkondigden in 1998 een bijna apocalyptische boodschap. Neem bijvoorbeeld deze zin uit het toenmalige CDA-programma: „Om ook in de 21ste eeuw nog een leefbare wereld te hebben voor komende generaties is het de opdracht van vandaag om overdreven gerichtheid op het ‘ik’ en het ‘nu’ te laten varen.”

In de programma’s van 2012 staan nog steeds passages over duurzaamheid, maar de inhoud en toon zijn veranderd. In 1998 werd over duurzaamheid gesproken als iets wat van belang was ondanks de remmende werking op de economische groei. Tegenwoordig doen politici alsof ‘groen’ en ‘groei’ de beste vrienden zijn. Zoiets geldt misschien voor een hip ecobedrijf als Marqt, maar niet voor bijvoorbeeld de groei van Schiphol. Meer vluchten betekent nog altijd meer vervuiling.

Ook de toon is anders. Klonken politici in de jaren negentig gealarmeerd – de VVD pleitte zelfs voor een ‘politie ter opsporing van milieudelicten’ –, de milieuproblematiek is nu ingekapseld in weeïge beleidstaal die haar van elke urgentie berooft: ‘Uitdagingen van energiezekerheid en klimaatverandering’ (CDA); ‘Een effectief milieubeleid, rationeel en gebaseerd op feiten’ (VVD).

Politici spreken tegenwoordig liever over kwesties die tastbaar zijn voor hun kiezers dan over langetermijnproblemen als de opwarming van de aarde. Hierdoor wordt de urgentie onder de bevolking ook minder gevoeld. De politiek verwacht dat kiezers problemen agenderen, terwijl dat haar eigen taak is. Waar moeten wij ons druk om maken? De meeste burgers, ikzelf incluis, liggen niet wakker van smeltende gletsjers. We hebben politici nodig die wijzen op de gevaren, met haalbare plannen komen en ons aanspreken op ons gedrag. Doen ze dat niet, dan blijft het klimaat voor ons saai en irrelevant.

Floor Rusman is columnist en redacteur van nrc.next.

    • Floor Rusman