Verlos de Grieken van hun schuld

De eurocrisis heeft al voor grote veranderingen gezorgd in Europa. Nu is het moment aangebroken om een volgende stap te nemen: scheld Griekenland zijn schulden kwijt, betoogt Coen Teulings.

De grandioze visie van Delors, Kohl en Mitterand heeft ons de euro gebracht. Of we daarmee thans zo blij zijn is de vraag. Vooralsnog voelt de invoering van een Europese munt als een mislukte gok. Van het begin af aan was duidelijk dat het ontwerp van de muntunie incompleet was. Een muntunie zonder een politieke en fiscale unie is een weeskind. Velen hebben gewaarschuwd dat die verdere verdieping op weerstand zou stuiten. Dat is gebleken. Tegelijkertijd is de weg terug kostbaar, zowel economisch als politiek. Vandaar ECB-president Draghi’s publieke statement dat hij alles zal doen wat nodig is om de euro overeind te houden. En wie het opereren van bondskanselier Merkel beziet moet vaststellen dat zij er net zo over denkt. En dus wordt alles gedaan wat nodig is. Maar wat is dat eigenlijk?

De problemen van een muntunie komen treffend naar voren in een analyse van de Belgische econoom Paul De Grauwe. Hij vergelijkt Spanje en Groot-Brittannië. De overheidsfinanciën stonden er in Spanje twee jaar geleden beter voor dan in Groot-Brittannië. Toch liep de rente op overheidsschuld in Spanje sterker op. Waarom? Het antwoord is simpel: de euro. Spanje is via een vaste wisselkoers aan de rest van de eurozone geklonken. De Britse flexibele wisselkoers heeft twee voordelen. Een daling van de waarde van het pond is een simpele manier om de lonen in Groot-Brittannië te verlagen, waardoor het land beter kan concurreren op de wereldmarkt. Voor Spanje is zo’n loonsverlaging in de praktijk nagenoeg onmogelijk.

Er is nog een tweede, minder bekend voordeel: doordat de Britse staatsschuld in ponden is genoteerd leidt een daling van het pond ook tot een daling van de waarde van de Britse staatsschuld uitgedrukt in euro’s. Via de aanpassing van de wisselkoers raakt Groot-Brittannië dus ook een deel van zijn staatsschuld kwijt. Als een land in de problemen komt met zijn overheidsschuld, dan functioneert een daling van de wisselkoers als een soort verzekeringsmechanisme. Door de overgang naar vaste wisselkoersen valt dat weg, en moet een alternatief worden gezocht.

Een vergelijking van de Unie van Europa met de Verenigde Staten van Amerika maakt de ernst van het probleem duidelijk. Toen in Florida de huizenprijzen met meer dan 60 procent daalden, functioneerde de federale overheid als achtervang. Niet dat Washington de staatsschuld van Florida overnam, maar langs de achterdeur ving de federale overheid een deel van de klap op. Florida krijgt allerlei transfers uit Washington, van oudedagsvoorziening tot zorgverzekeringen en bijstand. De kosten daarvan worden gedekt uit federale belastingen. Minder groei betekent minder belastingafdracht, maar niet minder transfers. Die transfers functioneren dus als een automatische stabilisator: bij economische tegenwind nemen de afdrachten af, terwijl de transfers juist toenemen. Alles bij elkaar draagt Washington 30 tot 40 procent van de kosten van een lokale recessie.

En hoe zit dat in de huidige Europese muntunie? Daar is dat getal veel lager, een luttele 1 procent. Dat is echt te weinig. Niet voor niets is president Herman van Rompuy bezig met een agenda voor nieuwe Europese instituties, waar ook Nederland zich de komende tijd over zal moeten buigen.

Hoe kan een dergelijke onderlinge verzekering van lidstaten vorm krijgen? Een bankenunie is de beste start. In de huidige situatie is het lot van het bankwezen in ieder van de lidstaten verknoopt geraakt aan de financiële gezondheid van de lidstaat zelf. Gaat het bankwezen failliet, dan ook de lidstaat, en omgekeerd. De gevolgen zijn vreselijk: nu de rente op Italiaanse overheidsschuld 4 procent hoger is dan die voor Oostenrijk, betaalt de hotelier in de Italiaanse Alpen ook 4 procent meer rente dan zijn concurrent tien kilometer verderop in de Oostenrijkse Alpen. De Italiaanse economie raakt hierdoor in een recessie, waardoor de belastinginkomsten afnemen en de schuld nog moeilijker kan worden voldaan.

Het enige wat helpt is een Europese toezichthouder, die onafhankelijk opereert van de financiële belangen van de nationale overheid. Een dergelijk toezicht kan alleen functioneren indien in geval van nood Europa ook de middelen heeft om een bankencrisis op te lossen. Dat vereist een vorm van Europese belastingheffing om de kosten van een bankencrisis te kunnen dekken.

Dat is het eerste begin van wat nodig is om een monetaire unie te kunnen laten functioneren: een systeem van financiële transfers tussen lidstaten, waarmee zij elkaar in tijden van economische tegenwind kunnen ondersteunen.

Europa heeft de afgelopen twee jaar een geweldige transformatie ondergaan. Er zijn op grote schaal bevoegdheden naar Brussel overgeheveld, nota bene op voorspraak van Nederland. De begroting van de lidstaten moet aan allerlei eisen voldoen. Die eisen worden gecontroleerd door eurocommissaris Rehn vanuit Brussel. Overtreders worden voortaan beboet. Deze regels sluiten aan bij de praktijk in de Amerikaanse muntunie. Amerikaanse staten mogen geen begrotingstekort hebben en geen schuld uitgeven.

Hoge staatsschuld is slecht voor economische groei. Maar op korte termijn zijn bezuinigingen juist slecht voor de groei. Goed begrotingsbeleid is dus als zeilen tussen Scylla en Charibdis: wie de teugels laat vieren, vliegt uit de bocht, maar wie in de bocht vol op de remmen staat, treft hetzelfde lot. Wat is dus het goede moment om te remmen? Enkele weken terug publiceerde het IMF een overzicht van recent onderzoek. Bezuinigen ten tijde van oplopende werkloosheid en financiële crises, en op het moment dat de rente van de centrale bank al laag is, blijkt erg kostbaar. In de huidige recessie in Europa staan al die signalen op rood.

De diepe recessie waarin Europa nu verzeild raakt stelt Rehn dus voor een dilemma. Reputaties komen te voet en gaan te paard. Voor de geloofwaardigheid van de nieuwe regels heeft Rehn nog een lange voettocht te gaan. Tegelijkertijd vragen de economische omstandigheden om een extra stimulans. Zijn initiatief zou het verschil kunnen maken. Een duivels dilemma voor een ruiter te voet.

Je bent wel gek als je nu investeert in Griekenland of Spanje. Een investeerder loopt het risico dat zijn rendement wordt wegbelast voor de aflossing van de schulden. Onlangs bezochten een paar Ierse economen het CPB. Als gevolg van de bankencrisis heeft Ierland een enorme staatsschuld. Maar alle hervormingen en bezuinigingen worden doorgevoerd volgens afspraak. Tegelijkertijd emigreert jong talent naar betere oorden, waar belasting niet wordt geheven om zich een weg te banen door een torenhoge schuldenberg. Geef dat talent eens ongelijk. Maar toch, iedere volgende emigrant verergert het lot van de achterblijvers. In deze vicieuze cirkel is kortsluiting nodig.

Zie hier het drama van de Europese schuldencrisis: twaalf landen hebben forse vorderingen op vijf andere landen. Sommige van die vorderingen worden nooit meer terugbetaald. Dat is vervelend, oneerlijk en onethisch en het schermen met dat onvermogen doet afbreuk aan de onderhandelingsmacht van de EU tegenover de Grieken. Maar daarmee gaat het feit niet van tafel. Kwijtschelding is dan de enige optie. Hoe langer je daarmee wacht, hoe meer Ieren wegtrekken en hoe langer investeringen in Griekenland en Spanje uitblijven. En dus kan uiteindelijk minder worden terugbetaald. Zoals hoogleraar Carmen Reinhart onlangs op de Nederlandse bank liet zien, herhaalt dit patroon zich van schuldencrisis tot schuldencrisis: in eerste instantie willen de schuldeisers niets van kwijtschelding weten. Maar op een gegeven moment komt de ultieme vraag op tafel: wat wil je, iets of helemaal niets? Dan is het antwoord bijna altijd: nu, geef me dan maar iets. Als ik me niet vergis is dat moment voor Europa nu gekomen.

Coen Teulings is directeur van het Centraal Planbureau.