Van mening veranderen

We dichten onszelf grote standvastigheid toe. Want we geloven dat we grondig nadenken over de keuzes waarvoor het leven ons stelt. En hebben we dat gedaan, dan stippelen we een koers uit en volgen die. Zo beslissen we. Zo komen we aan een mening. Dát is het zelfbeeld waaraan we zo verknocht zijn.

Maar het spoort niet met de realiteit, zo laat het werk van Lars Hall en Petter Johansson zien. Deze Zweedse psychologen weten alles van verdwijn- en verwisseltrucs uit de goochelarij. Daarvan maken ze handig gebruik in hun onderzoek. In een van hun experimenten kregen mannen een serie van telkens twee portretfoto’s te zien. Het waren foto’s van jonge vrouwen. Steeds terugkerende vraag aan de mannen: wie vind je aantrekkelijker: mevrouw A of mevrouw B? De mannen werden vervolgens geïnterviewd over hun keuze. Daarbij werd de foto van hun favoriet weer te voorschijn gehaald en moesten ze een toelichting geven. Maar soms werden de foto’s met een goocheltruc omgewisseld. In zulke gevallen hadden de mannen voor B gekozen en werd hun gevraagd waarom ze A zo leuk vonden. Of andersom. Je verwacht dat proefpersonen zoiets binnen de kortste keren in de gaten hadden. Nee dus. De overgrote meerderheid (74 procent) van de verwisselingen bleef onopgemerkt.

Nog verrassender was dat de mannen er met groot gemak toe overgingen om keuzes die ze nooit hadden gemaakt met redenen te omkleden. Dan zeiden ze bijvoorbeeld over een eerder niet door hen gekozen dame: “Ik vind haar het leukste, omdat ze zo op mijn tante lijkt.” Hall en Johansson doopten het fenomeen choice blindness. Blijkbaar, concludeerden ze, kleeft aan onze keuzes zoveel mentale ruis dat we stekeblind zijn voor grove afwijkingen ervan.

Het nieuwste onderzoek van de Zweden, dat ze afgelopen september in het tijdschrift Plos One publiceerden, gaat over meningen die mensen erop nahouden. Proefpersonen kregen een enquête voorgeschoteld met stellingen als: het geweld van Israël tegen Hamas is verwerpelijk, omdat daarbij burgerslachtoffers vallen. De proefpersonen konden op een schaal van 1 (totaal niet mee eens) tot 9 (volkomen mee eens) aangeven in hoeverre ze met de stellingen instemden. Daarna werd de proefpersonen om een toelichting gevraagd. De lezer snapt inmiddels welke wending het experiment vanaf hier nam. Op gezette tijden werd een verwisseltruc toegepast en zagen proefpersonen antwoorden die zij nooit hadden gegeven (voor de liefhebbers: zie de demonstraties op YouTube van het choice blindness lab). Dan leek het alsof ze pleitbezorgers waren van een opvatting waarvan ze feitelijk hadden gezegd er tegen te zijn. Bijna 70 procent van de proefpersonen was blind voor dit soort verwisselingen. En een dikke 50 procent van hen bleek in staat om slimme argumenten te verzinnen voor een stelling waarmee ze het eerder hartgrondig oneens waren.

Met Hall en Johansson zou je kunnen denken dat choice blindness de zoveelste illustratie is van onze neiging om de eigen rationaliteit mateloos te overschatten. Maar ik denk dat er een goedaardiger interpretatie bestaat. Die luidt dat we flexibel zijn in onze opvattingen, voorkeuren en keuzes. Deze cognitieve lenigheid stelt ons in staat om de andere kant van de medaille te zien, om te onderhandelen en om compromissen te sluiten.

Dat neemt niet weg dat choice blindness soms lelijk kan uitpakken. Ik geef een voorbeeld. Onlangs vroeg een advocaat me om te kijken naar de manier waarop haar cliënte door de politie was verhoord. Haar cliënte werd verdacht van uitkeringsfraude. Ze had weinig opleiding genoten en was laaggeletterd. De vrouw stond bij de gemeente ingeschreven als alleenstaande ouder, maar volgens de rechercheurs leefde ze samen. Ze werd gearresteerd en aan de tand gevoeld. Daarbij hanteerden de rechercheurs verwisseltrucs waar Hall en Johansson nog een puntje aan hadden kunnen zuigen. Dat ging zo:

De vrouw: “Mijn ex komt wel bij mij over de vloer vanwege ons kind.”

De rechercheurs: “U zegt dat uw ex heel vaak bij u over de vloer komt. Dan doet u toch ook heel veel samen?”

Vrouw: “De opvoeding doen we samen.”

Rechercheurs: “Hoe lang leeft u op die manier al samen?”

Vrouw: “Zeker de laatste maanden is onze band hechter geworden.”

Rechercheurs: “U had op status- en mutatieformulier 83b moeten aangeven dat u in zekere zin weer samenwoont.”

Vrouw: “Ja, ik had moeten invullen dat we weer veel samen doen.”

Even later werd de vrouw een volledige bekentenis ingerommeld. Zo’n bekentenis is net zo veel waard als de ontboezemingen van de proefpersoon die A het leukste vond omdat B zoveel op zijn tante leek.

De Amerikaanse schrijver Wendell Holmes vatte de essentie van choice blindness prachtig samen toen hij zei dat alleen doden en dwazen nooit van mening veranderen. Of veel rechercheurs die wijsheid onderschrijven? Ik doe ze niet tekort als ik zeg dat zij – net als wij allemaal – worden gehinderd door de illusie dat de schuldigen zwabberen en de onschuldigen standvastig zijn.