Vader: ‘Het is best ingewikkeld’

Kledingverhuurbedrijf Maison van den Hoogen uit Amsterdam bestaat sinds 1928. Hans Suselbeek hoopt dat het bedrijf niet failliet gaat, zodat zijn dochter Kitty het later kan overnemen.

Foto David Galjaard

Hans Suselbeek (54), getrouwd. Heeft twee zonen (30, 20) en een dochter (27). Vroeger werkte hij in de horeca, tot hij in de jaren tachtig in het familiebedrijf ging werken. In 1991 nam hij Maison van den Hoogen over.

„De moeder van mijn schoonmoeder is in 1928 een hoedenzaak begonnen. Al snel kwam er vraag naar bruidskleding. Dat ging ze er toen bij doen. Toen kwam de oorlog. Mannen moesten het leger in. Als zij overleden in hun diensttijd, kreeg de weduwe een pensioen. Dus mensen gingen gauw trouwen. Maar er was een tekort aan stof, dus er was niet genoeg om al die jurken te maken. Het gevolg was dat mensen trouwjurken gingen huren.

„Vlak nadat we onze oudste zoon hadden gekregen, werd ik ontslagen. Ik werkte in de horeca. Toen ben ik in de zaak gaan werken. Mijn schoonmoeder had het overgenomen van haar moeder, maar het liep niet zo goed. Ze zei tegen mij: kijk maar of je het wat vindt. Na een jaar of acht had ik de omzet verdubbeld. In 1991 heb ik de zaak overgenomen. Daarvoor zijn we nooit bij de bank geweest. Ik heb gewoon vijftien jaar lang elke maand geld overgemaakt naar mijn schoonmoeder. Dat is de mooiste manier om het te doen. Je hoeft niet krom te liggen.

„Het is best een ingewikkeld bedrijf. De klant staat drie keer in de winkel. Eén keer om kleding uit te zoeken, één keer om het af te halen en één keer om het terug te brengen. En dan moeten wij het nog reinigen, terughangen, vermaken soms. Het is heel bewerkelijk allemaal. En je rent je rot om een pak te zoeken. We hebben zo’n 450 vierkante meter met opslag.

„Ik heb laatst tegen Kitty gezegd: er bestaat een kans dat de zaak over tien jaar niet meer bestaat. Met het internet gaat het zo razendsnel. Mensen kopen alles online. We hebben daar nu al best wel last van. Als dat nog erger wordt… Ik ben wel realistisch. Hard werken is niet erg, maar je moet er wel een leuke boterham mee verdienen, anders kun je beter wat anders gaan doen.”