Te veel emotie kan een gezicht niet aan

Een gezicht is een open boek. Wie goed oplet kan altijd zien hoe iemand zich voelt. Alleen als de emotie te sterk wordt kan je beter op het hele lichaam letten.

German player Sabine Lisicki reacts after beating Chinese player Li Na during the women's single at the Wimbledon Tennis Championships at the All England Tennis Club, in southwest London on June 23, 2011.AFP PHOTO / LEON NEAL RESTRICTED TO EDITORIAL USE AFP

Gedachten lezen bestaat echt. Je moet wel goed uit je ogen kijken. Naar het gezicht van je broertje als hij spruiten eet. Je ziet wat hij denkt. Walging. Hij hoeft niks te zeggen.

Let op als je een cadeautje aan je tante geeft. Heel kort is op haar gezicht te zien wat ze er echt van vindt. Blijdschap, of misschien wel juist: walging. Daarna is haar gezicht weer snel in de plooi. “Lieverd, dank je wel voor het prachtige cadeau!” Dan heb jij al gezien wat ze echt vindt. Micro-emoties heet dat in de wetenschap: een emotie die heel kort maar heel duidelijk is af te lezen aan een gezicht. Het is vaak niet beleefd om te laten merken dat je die gezien hebt.

Als je alle spieren van een gezicht in de gaten zou kunnen houden, kun je een emotieleesmachine maken. Mensen zijn een open boek. En dat boek is je gezicht.

Altijd?

Nee, niet altijd.

Als je héél blij bent of juist héél verdrietig is juist heel weinig aan je gezicht te zien. Ja, je ziet dat de persoon een Enorme Emotie doormaakt, maar welke? Geen idee.

Met grote moeite hebben psychologen uit Amerika en Nederland dit ontdekt. Want het lijkt wel alsof je aan het gezicht van iemand die zojuist een tennistoernooi heeft geworden kan zien dat hij of zij blij is. Maar dat is niet zo. Je kan dat alleen maar aan zijn of haar lichaam zien.

De psychologen kwamen daarachter toen ze heel veel mensen lieten raden of mensen op foto’s pijn hadden of juist heel blij waren. Als de mensen alleen foto’s van het gezicht van bijvoorbeeld Novak Djokovic of Serena Williams op Wimbledon te zien kregen, dan konden ze niet zien of die nou net gewonnen hadden of juist verloren. Als ze het hele lichaam te zien kregen, was dat een makkie. En zelfs als de onderzoekers de verliezende gezichten op de winnende lichamen hadden geplakt, dan zeiden de mensen toch nog: die heeft gewonnen.

Grappig is dat de proefpersonen wel bijna allemaal zeiden: ‘Dat zien we heel goed aan de gezichten!’ Onzin dus.

De onderzoekers vinden het heel gek dat op die intense momenten het gezicht ineens niet meer netjes alle emoties doorgeeft. Ze denken dat dat komt omdat de emotie groot is. De gezichtsspieren die de emoties laten zien, zijn vrij subtiel: een klein trekje aan de mondhoek en een veelbetekend glimlachje verschijnt in beeld. Bij grote emoties gaat dat allemaal verloren: dat kunnen de spieren niet aan. Het gezicht wordt dan vertrokken, zoals een stereo die te hard staat ook vooral harde ruis laat horen. Pas als de grootste emotie voorbij is, kan het gezicht weer worden afgelezen.

Hendrik Spiering

    • Hendrik Spiering