Column

Raketten op Gaza en Israël: wie gaat naar welk front en wanneer?

Mandarijntjes en oorlog, je denkt niet meteen aan een dergelijke combinatie.

Maar correspondent Leonie van Nierop twitterde op 18 november vanuit Gaza-Stad, in het Engels, dat ze op de centrale markt mandarijntjes had gekocht en er een paar had weggegeven aan „huilende vrienden”: een lokale assistent wiens dochter gewond was geraakt en een NOS-collega. Een kleine menselijke noot, midden in de raketbeschietingen over en weer.

Een dag later twitterde zij dat ze een jonge Hamas-sympathisant, naar eigen zeggen neef van een ‘martelaar’, had gevraagd of hij ook de wapens zou opnemen. „Hij keek me aan of ik achterlijk was en zei: nee, ik ben een pizzabakker.”

Intussen leverde ze dagelijks gedetailleerde, levendige reportages uit de stad voor de krant.

Het gebruik van Twitter door journalisten wil weleens leiden tot een tamelijk onappetijtelijke estafette van onderlinge complimenten (goed gedaan, collega!). Daar zit niemand op te wachten.

En het kan ook misgaan. Terwijl Van Nierop twitterde uit Gaza, raakte een collega, de chef van The New York Times in Jeruzalem, in opspraak omdat zij op Twitter en Facebook ‘ongevoelige’ berichten had geplaatst over Joden en Palestijnen. (Lees hier wat de ombudsvrouw van de Times erover schrijft: publiceditor.blogs.nytimes.com)

Stoppen met Twitter, dus? Nou nee, het kan ook een waardevolle – en informatieve – aanvulling zijn op hun werk voor krant of televisie.

Dat laatste vond ik van de miniatuurtjes, soms bijna haiku’s, van Van Nierop. Ze lieten zien dat anno 2012 een correspondent geen alwetende verteller is, een G.B.J. Hiltermann die de toestand van de wereld overziet, maar een individu dat, in soms benarde omstandigheden, met kennis van zaken zo goed mogelijk haar werk doet.

Een recent rapport van de Columbia Journalism School noteert daarover: „Mensen volgen mensen, en door ‘menselijk’ te zijn, maken journalisten hun rol sterker.” (Voor wie dit hele, belangwekkende rapport over nieuwe journalistiek wil lezen: cjr.org)

Maar Twitter is natuurlijk ook een wapen: Israël en Palestijnse organisaties maakten volop gebruik van het medium om de publieke opinie te beïnvloeden. De raketinslagen waren zo bijna van minuut tot minuut te volgen.

Veel lezers van de krant die dit hypergepolariseerde conflict op de voet volgen, doen dat ook. Ook nu verweet een aantal van hen de krant eenzijdigheid. Chef Buitenland René Moerland zei daar onlangs in nrc.next dit over: „De krant is voor de meest betrokken lezers deel van het slagveld.”

Die oorlog wordt tot in de leestekens uitgevochten: mag je Hamas een „fundamentalistische islamitische organisatie” noemen of is het een „terreurorganisatie” – en als de krant het eerste doet, is dat dan een vergoelijking van Hamas? Zo wordt kranten lezen een vorm van scholastieke exegese.

En natuurlijk is er de eeuwige Kaïn en Abel-vraag: wie ‘begon’ er? Dit keer meldde de krant dat Hamas zich herbewapende sinds 2008, „honderden” of „duizenden” raketten op Israël had afgevuurd en dat de „roep om ingrijpen” daardoor steeds sterker werd (Waarom de strijd in de Gazastrook nu is opgelaaid, 17 november).

Welke belangrijke keuzes maakte de krant daarna?

Leonie van Nierop ging naar Gaza-Stad en deed daar indrukwekkend – en gevaarlijk – journalistiek werk. De keus om haar naar Gaza te laten gaan, was journalistiek gesproken logisch: dat was nu het epicentrum van het conflict.

Maar toen de beschietingen aanhielden, stond de redactie voor de lastige afweging: moet Van Nierop terug naar de Israëlische kant – met het risico dat ze niet meer terug kon naar Gaza – of moest een collega naar Israël om de berichtgeving daar over te nemen?

Er werd gekozen voor het laatste. De correspondent in Kairo, Gert van Langendonck, vertrok naar Israël. Zijn eerste reportage verscheen woensdag, een week na de eerste beschieting van Gaza (Steeds maar raketten uit Gaza, 21 november). Eerder was beter geweest, maar, zegt Moerland, de vertraging was een kwestie van journalistieke afwegingen en logistiek, niet van ideologische prioriteit.

Bovendien, dat stuk van Van Langendonck gaf een haarscherp beeld van de schrik en woede in Israël. Er blijkt uit dat Hamas weliswaar weinig schade aanricht, maar slaagt in het zaaien van terreur. Van Langendonck noteerde ook dat „niemand betwist” dat Hamas duizenden raketten op Israël heeft afgevuurd, „noch dat het daarbij de bedoeling is burgers te doden”.

Verscheidene lezers gruwden van de kop en foto op de voorpagina van vrijdag 16 november. Raketten gieren, en dan boem stond er boven de eerste reportage van Van Nierop uit Gaza, en een foto van een rouwende Palestijnse vader en zijn dode dochter. Een ongepaste kop, en een te groot contrast met de droevige foto, vonden ze.

Dat ben ik met hen eens. Die kop, kennelijk bedoeld om de lezer dicht bij de gebeurtenissen te brengen, suggereert een verkeerd soort oorlogsopwinding. Het tableau van vader en dode dochter was mij, al klinkt het cynisch, te ‘iconisch’.

Een ander beeld, een geëxecuteerde Palestijn die door de straten van Gaza wordt gesleept, haalde de krant niet; de executies werden wel gemeld. Toch jammer, ik had die foto graag in de krant gezien. Minder esthetisch, maar wel nieuws.

Maar dit zijn kanttekeningen bij de berichtgeving – geen blijken van ideologische partijdigheid.

„Heelhuids”, meldde Van Nierop haar vrienden op 20 november, terug in Tel Aviv. Niet op Twitter, op Facebook.

Sjoerd de Jong is ombudsman van NRC Handelsblad. Zijn oordeel is persoonlijk, en staat los van dat van de (hoofd)redactie.

Statuten www.nrc.nl/ombudsman. Reacties ombudsman@nrc.nl