Polen verliezen steeds sneller gigatonnen ijs

Op Groenland loost de Jakobshavn-gletsjer ijs in de oceaan. AFP / University of Washington

Het is nu nog aannemelijker dan het al was: de ijskappen van de polen verliezen ijs en ze doen dat steeds sneller. Van Groenland verdween tussen 1991 en 2011 naar beste schatting zo’n 152 gigaton ijs per jaar. De ijskap van West-Antarctica verloor in dezelfde periode 65 gigaton per jaar. Voor het Antarctisch schiereiland, dat in de richting van Vuurland steekt, is het 20 gigaton. Hiertegenover staat een bescheiden ijsaangroei van 14 gigaton per jaar op Oost-Antarctica. (Oost-Antarctica is het deel van Antarctica dat op het oostelijk halfrond ligt.)

Het ijsverlies komt overeen met een stijging van de zeespiegel ter grootte van 0,6 mm per jaar. De nieuwe cijfers zijn deze week gepubliceerd in Science en werden afgelopen woensdag op een persconferentie toegelicht. Er is aan meegewerkt door 47 onderzoekers, waarvan er 6 verbonden zijn aan de Universiteit Utrecht en de TU Delft. Eerste auteur is Andrew Shepherd van de University of Leeds.

Het voornaamste nieuws bestaat uit de verminderde onzekerheid over de grootte van het ijsverlies, al is die onzekerheid nog steeds erg groot. De standaardafwijking voor de opgave van Oost-Antarctica is bijvoorbeeld 43 gigaton, wat de mogelijkheid openhoudt dat dit deel van de zuidpool óók ijs verliest. Dat de drie andere gebieden ijs verliezen lijkt wel zeker.

De Science-studie is bedoeld als bijdrage aan het komende klimaatrapport van het IPCC, het VN-panel voor klimaatanalyse. Hij heeft vooral methodologische betekenis. Het laatste IPCC-rapport, dat in 2007 verscheen, moest nog erg grote onzekerheidsmarges in aanmerking nemen. Een in 2011 opgerichte werkgroep nam de taak op zich de marges te verkleinen. De uitdaging was alle beschikbare waarnemingen, die stuk voor stuk hun beperkingen en onzekerheden hebben, zinvol te combineren. IJsverlies wordt vastgesteld door satellieten die de hoogte van het ijsoppervlak meten, maar ook door satellieten (de GRACE-satellieten) die de invloed van de ijsmassa op het zwaartekrachtsveld bepalen. Ten slotte valt het ijsverlies ook te berekenen uit het verschil tussen sneeuwval, verdamping en afvoer van ijsbergen naar zee. Een groot probleem is de post glacial rebound: het terugveren van de aardmantel na het verdwijnen van de ijsmassa’s die er tijdens de laatste ijstijd op drukten. Dit proces gaat nog steeds door en verstoort vooral de GRACE-metingen.

De nieuwe uitkomsten betekenen vooral een flinke aanpassing van het geschatte ijsverlies van Groenland: een verdubbeling van het verlies dat in 2007 nog aannemelijk leek. Hoe groot het totale ijsverlies volgens de laatste schatting ook is, het is nog te weinig om te kunnen verklaren dat de mondiale zeespiegel tussen 1992 en 2010 met ongeveer 3 mm per jaar steeg, zoals eind september werd vastgesteld. Om die waarde te kunnen verklaren werd aangenomen dat het ijsverlies van de poolkappen overeen kwam met een zeespiegeleffect van 1,7 mm per jaar.