Ook ineffectief strafrecht schrikt kennelijk af

Wie rechts is eist strengere straffen en meer politie. En wie links is een hogere pakkans en meer preventie. Bij het begrotingsdebat Justitie deze week werden deze clichéposities weer betrokken. Maar gaat dit wel ergens over? Strafmaat, pakkans en strafrisico zijn hier erg laag Twee weken geleden schreef ik op basis van cijferbijbel Criminaliteit en

Wie rechts is eist strengere straffen en meer politie. En wie links is een hogere pakkans en meer preventie. Bij het begrotingsdebat Justitie deze week werden deze clichéposities weer betrokken. Maar gaat dit wel ergens over?

Strafmaat, pakkans en strafrisico zijn hier erg laag

Twee weken geleden schreef ik op basis van cijferbijbel Criminaliteit en Rechtshandhaving dat de pakkans en strafkans in Nederland me feitelijk verwaarloosbaar lijken. Van de maar liefst 8,2 miljoen misdrijven in 2011 komen er maar 1,2 miljoen bij de politie terecht. De meeste criminaliteit incasseren we kennelijk gewoon. Dat is op zich al een raadsel. Burgers vinden het onbelangrijk, generen zich, voelen zich schuldig, vertrouwen de politie niet of zien op tegen het gedoe. Althans, zo wordt het de enquêteurs verteld. Van die 1,2 miljoen die de burger wel aanmeldt lost de politie maar 24 procent op. Over het gros van alle geweld, diefstallen en vandalisme horen de autoriteiten dus alleen achteraf. En van wat de politie wèl wordt gemeld blijft driekwart onopgehelderd. Een grote ijsberg met een heel klein puntje waarop justitie en politie zich enorm druk maken. En dus niet zo effectief.

Deze week plofte ‘De economie van misdaad en straf’ op de mat (uitgeverij Boom) van de Leidse rechtseconoom Ben van Velthoven. Nu weet ik helemaal niet meer wat ik moet denken. Het is een nieuw studieboek, dus ik heb het nog niet uit. Maar één conclusie is me al duidelijk. Volgens Van Velthoven is dat ophelderingspercentage van 24 procent nog „veel te rooskleurig”. Dat betreft immers de geregistreerde criminaliteit (die 1,2 miljoen). Niet de feitelijk gepleegde (meer dan 8 miljoen). Van de totale hoeveelheid misdrijven lost de politie volgens hem maar 3,1 procent op. En dan moeten we nog bedenken dat oplossen niet hetzelfde is als bestraffen. Er wordt in die 3,1 procent opgehelderde zaken nog heel wat geseponeerd, afgekeurd of vrijgesproken. De kans dat een dader van die aangemelde misdrijven in 2010 ook echt ‘gepakt’ is, komt uit op maar 14,5 procent. Voor de totale criminaliteit komt de pakkans uit op 1,8 procent. Boeven vangen kun je met recht symbolische arbeid noemen. Naast iedere twee gepakte verdachten staan er 98 onbekende.

Potentiële daders hoeven dus niet bang te zijn van de pakkans. Maar misschien wel van de strafmaat en de strafkans? Het strafrechtapparaat kun je immers zien als een negatieve Staatsloterij. De kans dat je iets ‘wint’ is heel klein, maar je krijgt mogelijk heel veel. Voor de Staatsloterij klopt dat. Maar in de Strafrechtloterij zijn ook de strafmaat en het strafrisico laag. Van Velthoven komt op een gemiddelde strafmaat bij de rechter van 21,3 dagen detentie, 16,8 uur taakstraf en 476 euro boete.

Als je die gemiddelde uitkomst van een strafzaak of OM-maatregel vermenigvuldigt met de pakkans, krijg je het strafrisico. Welk risico loop je echt als je de strafrechtloterij wint. Voor de totale criminaliteit is dat risico verwaarloosbaar: 0,4 dag in de cel, 19 minuten taakstraf en 8,80 boete. Voor de geregistreerde criminaliteit ligt het iets hoger, maar niet veel. Het strafrisico is 3,1 dagen detentie, 2,4 uur taakstraf en 69 euro boete. Als criminaliteit dus een zuivere kosten-batenafweging zou zijn, bestond er geen eerlijke burger meer. Er staat vrijwel niks op het spel, qua straf dan.

Het debat over strenger straffen versus pakkans verhogen is dus een schijntegenstelling. Je kunt net zo goed allebei bepleiten – een hogere kans op een hogere straf. Of geen van beide. We hebben nu immers zeer lage pakkansen waarna gemiddeld lage straffen volgen. Met zo’n bizar lage effectiviteit kun je ook concluderen dat het strafrecht feitelijk irrelevant is. Het gros van de straffen is kennelijk erg laag, net als de pakkans. En nòg dalen alle criminaliteitscijfers. Dat de meeste mensen geen criminaliteit plegen heeft kennelijk niets te maken met het strafrecht.

En hoe zit het met het strafklimaat? Ik meende te weten dat Nederland sinds de jaren ‘80 strenger is gaan straffen. En dat we in de Europese top zitten, qua repressie. Intussen dalen de criminaliteitscijfers, zowel in slachtofferenquêtes als in de politiecijfers. Met enige regelmaat horen we strafrechters zeggen dat ze naar de burger luisteren en strenger straffen. Met wel tien procent. Van Velthoven laat echter zien dat het strafrisico in Nederland van de jaren ’50 tot begin jaren ’80 „gigantisch daalde”. Van gemiddeld 16 dagen cel naar gemiddeld 4 dagen cel in 1970. Sinds de jaren ’80 stijgt dat weer – de rechtsstaat is strenger geworden. In 2004 waren we weer net zo streng als in 1970. Maar sinds 2004 is het strafrisico weer met een kwart gedaald. De criminaliteit zal dan ook weer stijgen, meent hij.

In ieder geval klopten mijn conclusies uit het aantal gedetineerden per 100.000 inwoners niet. In die statistiek zit Nederland met Spanje en Engeland/Wales in de top drie van strenge landen. Maar wat blijkt: justitie rekent de illegalen in vreemdelingenbewaring mee. En de kinderen die door de kinderrechter uit huis zijn geplaatst. Dat zijn helemaal geen criminelen. Als je die groepen wegstreept sluit Nederland juist het laagste aantal daders op per 100.000 burgers. Kortom, ik kan helemaal opnieuw beginnen met nadenken of ik rechts of links ben. En of strafrecht relevant is.