Ongeneeslijk

D e dug-out is een ongeneeslijke ziekte. Wie eens als coach op de bank heft gezeten, herkent zijn thuisfront niet meer. Op dat kleine slagveld wil hij leven en sterven, dag en nacht.

Deze week faxte Guus Hiddink de wereld rond dat hij klaar was als coach op. Met tientallen miljoenen in de pocket kan je dat als zestiger op elk uur van de dag roepen. Naast voetbal is Guus gek van luxe, sauna en mooie oorbellen voor zijn vrouw.

Nou, die heeft hij wel verdiend.

Maar adieu cornervlag en penaltystip? Drie dagen na zijn aangekondigd afscheid liet hij in een ander persbericht weten dat hij toch nog dolgraag als bondscoach naar het WK in Brazilië zou gaan. In trainingsbroek, veters aangebonden en weer eens fluiten op twee vingers.

Ik ken Guus al vijfentwintig jaar. De eerste keer zaten we in een kroegje in Doetinchem. Hij legde uit hoe je met een speler als Romario om moet gaan. Niet op zijn Nederlands, dus. De grote vreugde in zijn leven? „Ik was gymleraar in een school voor onaangepaste kinderen. Ik probeerde Theo een situatie in het basketbal uit te leggen. En waarom zijn pass niet deugde. Waarop Theo heel gevat zei: „Meneer, waarom dacht u dat ik op deze school zat?”

Guus beloofde dat hij Theo zou blijven volgen, maar de herinnering is begraven in de darkroom van de dug-out. En zo zal straks een wat bollige Achterhoeker, alle goede voornemens ten spijt, toch weer ergens aan de zijlijn in Brazilië staan. Is er een soort zijlijn in zijn statige herenhuis in Amsterdam? Dan weet ik nu al dat Hiddink met zijn sterfbed ooit die kant op gaat.

De dug-out is ongeneeslijk.

In de jaren tachtig werd de goede Ab Fafié een seizoen lang verrot gescholden door de supporters van AA Gent. Ab gaf geen millimeter prijs van zijn paradijsje. Hij bleef er gloriëren tot het bestuur hem eruit trapte.

Ab was net iets te Hollands voor Gent.

Hoe word je een beetje Belg als Nederlandse coach? Ron Jans heeft het geprobeerd tot in de krolste grimassen. Na luttele speeldagen was hij alweer weg bij Standard. Jans wist alles van voetbal, maar niets van geblakerde staalovens en troosteloze terrils uit de buurt.

En dus algauw: ongewenste vreemdeling.

Deze week werd Adrie Koster ontslagen als coach van Beerschot. Bij het grote Club Brugge lukte het hem ook niet. De gedroomde vegetariër legde het af tegen de onnavolgbare kronkels van een voorzitter-zwaailicht. Te protestants in denken en handelen, te weinig handel in emotie. Adrie mocht gaan, net als zes andere trainers.

Eeuwige winterstop?

Als het over emoties gaat, begint seigneur Koster altijd te hakkelen. Geen tekst, vanuit de binnenkant. Maar als coach was hij een juweel, met de hand geslepen. Alleen iets onhandiger dan Hiddink: zijn sociale antennes zijn te gevoelig voor aanraking.

Dan red je het niet in België, waar zelfs het sterven lijflustig hoort te zijn.

Nu is er alleen nog Mario Been als succesvolle coach in de Belgische competitie. Geen stoïcijn, een schreeuwer eersteklas, vooral tegen arbiters. Been doet het voortreffelijk met zijn Racing Genk. Geboren slijmer die moeiteloos continu het verlangen van Belgen naar streling en aanbidding weet op te pompen. Iedereen kanjer, ook de kantinejuffrouw. Bij Mario denk je niet aan Schopenhouwer, maar aan prak. Nederigheid als instrument. Hij pruttelt zelfs een woordje Limburgs.

Het hele leven ogenschijnlijk vanuit de losse pols. Maar neem hem de dug-out af, en ook deze dondersteen wordt ongeneeslijk ziek.

    • Hugo Camps