Namaakporselein werd puur Hollands glorie

Het Gemeentemuseum Den Haag toont Delfts blauw van de zeventiende eeuw tot nu. Het begon als nep-porselein.

De oorsprong van het Delfts blauw is een typisch staaltje Hollandse handelsgeest. Toen begin zeventiende eeuw het blauw-witte Chinese porselein in Europa populair werd, zetten de Delftse aardewerkbakkers al snel hun concurrerende product in de markt. Het alternatief had alle uiterlijke kenmerken van het exportporselein, maar was gemaakt van gelige klei in plaats van porseleinaarde. En tien keer goedkoper.

In de nieuwe doorlopende expositie ‘Het wonder van Delfts blauw’ zet het Gemeentemuseum Den Haag beide keramiektradities naast elkaar. Het verschil is voor de leek nauwelijks zichtbaar. De Delftse aardewerkbakkers bleken ontzettend goed in staat om de glans en exotische decoraties van het Chinese porselein te kopiëren. De imitatie was zelfs zo goed dat men al vroeg in de zeventiende eeuw over Delfts of Hollands ‘porceleyn’ sprak.

Het Gemeentemuseum, dat over een van de grootse collecties Delfts aardewerk ter wereld beschikt, presenteert een groot deel van zijn collectie nu thematisch in zijn stijlkamers. Het is soms wat krap, maar de combinatie met de zeventiende en achttiende-eeuwse interieurs werkt goed. Niet alleen omdat de meeste aardewerkstukken in dezelfde periode als de kamers gemaakt en gebruikt werden, maar ook omdat in de decoratie vaak dezelfde oosterse invloeden terugkeren.

De Delftse plateelbakkers – plateel is gebakken aardewerk – brachten hun blauwe en later ook veelkleurige versieringen aan op een ondergrond van witte, ondoorzichtige tinglazuur. Een aantal populaire motieven licht het Gemeentemuseum in een zaal apart uit. Daar is te zien dat de bakkers in het begin de Chinese mode nog op de voet volgden. Delfts aardewerk met vakverdelingen verwijst bijvoorbeeld naar het Wanli of Kraakporselein (1573-1619) en stukken met de zogenaamde ‘Lange Lijs’ (een elegant geklede oosterse vrouw) naar het Kangxi porselein (1662-1722). Later worden de motieven steeds Hollandser. Hiervan getuigen enkele borden met schaatsers en pijp rokende heren.

De enige plateelbakkerij die sinds de zeventiende eeuw continu in bedrijf is gebleven, is De Porceleyne Fles. In ‘Het wonder van Delfts blauw’ is veel werk te zien van deze beroemde fabriek, waaronder de vaas ‘Blow Away’ uit 2009. Voor dit moderne stuk lieten de ontwerpers in een computeranimatie letterlijk een enorme wind waaien door een traditionele Delfts blauwe vaas. Vervolgens maakten ze gebaseerd op een still uit die animatie een nieuw stuk.

De bijzondere vaas staat in een kamer met enkele andere topstukken, zoals een theebusje van plateelbakkerij De Metaale pot (1691-1724). Op het eerst zicht is het een vrij nietig object. Zoals veel ander Delfts aardewerk draagt het een oosterse, veelkleurige beschildering van waterlandschapjes en bloemen. Het bijzondere is dat de ondergrond niet wit, maar zwart is. Dit zogenaamde ‘zwart Delfts’ moest Japanse lak imiteren en is uiterst zeldzaam door het gecompliceerde en vaak mislukkende productieproces.

In een aparte kinderruimte hangen uitvergrote illustraties uit het kinderkunstboek Een vaas voor de prinses. In de prenten van Ingrid en Dieter Schubert beleven de Chinese muis Lin en de de Delftse muis Titus samen een avontuur in de beste pottenbakkerij van Delft.

In de vitrines staat een verzameling dierenbeeldjes. Tussen de fel gekleurde koeien, zwijnen en herten duikt ook een blauwwitte spaarpot van Nijntje op. De Porceleyne Fles, die zich tegenwoordig internationaal als ‘Royal Delft’ afficheert, verkoopt het beeldje van 169 euro sinds 2002 met veel succes aan massa’s Japanse en Chinese toeristen. De handel tussen oost en west blijft levend.

Het wonder van Delfts blauw. Gemeentemuseum Den Haag. Toegang tot en met 30 december gratis met de bon achterop het katern Economie (normaal 13,50 euro).

    • Joke Beeckmans