Misdaad loont weer, criminaliteit kan gaan stijgen

De kans om voor een misdrijf te worden gepakt en te worden bestraft is in Nederland erg klein. Ook de gemiddelde hoogte van de straf en het strafrisico zijn zeer beperkt. Misdaad lijkt, in puur economische termen, makkelijk te lonen.

Dit blijkt uit De economie van misdaad en straf, een studie van de Leidse rechtseconoom Ben van Velthoven. Het strafrisico (het product van pakkans en gemiddelde strafmaat) in Nederland blijkt tussen 1950 en 1980 „gigantisch gedaald”. Sinds de jaren tachtig is het weer gestegen – in 2004 was de rechtsstaat weer even streng voor criminelen als in 1970. Sindsdien is het strafrisico echter weer met een kwart gedaald.

Als het strafrisico nog verder afneemt, zal binnenkort de criminaliteit weer stijgen, voorspelt Van Veldhoven. Die daalt nu al een flink aantal jaren. De daling van het strafrisico sinds 2004 is een gevolg van een lagere productie bij de strafrechter en de politie. Er zijn minder ophelderingen door de politie, minder schuldigverklaringen door de rechter en ook minder vrijheidsstraffen. „Niet doordat vrijheidsstraffen lichter zijn geworden, integendeel”, aldus de rechtseconoom.

Gemiddeld legden strafrechters in 2010 per zaak 21,3 dagen detentie, 16,8 uur taakstraf en 476 euro op. De kans dat een dader van een misdrijf wordt gepakt, komt volgens Van Velthoven uit op 14,5 procent. Het gaat dan alleen om misdrijven die bij de politie zijn gemeld, jaarlijks zo’n 1,2 miljoen zaken. De werkelijk gepleegde criminaliteit is vele malen groter. In anonieme enquêtes geven de burgers jaarlijks ruim 8 miljoen misdrijven op. De pakkans is daarom slechts 1,8 procent.

Van Velthoven noemt het gemiddelde strafrisico „buitengewoon bescheiden”. Het risico op straf voor een dader van één van die ruim 8 miljoen zaken is minder dan een halve dag celstraf, 19 minuten taakstraf of 8,80 euro boete. Van Velthoven schrijft dat de strafrechttoepassing in Nederland „bepaald niet draconisch kan worden genoemd”. Bij veel delicten „zal de te verwachten opbrengst voor de dader het strafrisico gemakkelijk overtreffen”.