Liefde voor natuur geeft kracht en steun

In de rubriek ‘Het laatste woord’ praten mensen over de laatste levensfase.Daaronder staat wekelijks een necrologie van een niet per se bekende persoon.

Nienke Fortuin heeft 1.350 citaten uit deze serie geanalyseerd. ‘Het toont hoe het denken over de dood verschuift.’

Deze serie verhalen over het levenseinde is onderwerp van wetenschap geweest. Vijfenzestig afleveringen heeft Nienke Jellema-Fortuin geanalyseerd. Eind oktober verdedigde zij haar afstudeerscriptie. Cijfer: een 9,5.

Nienke Fortuin heeft religiewetenschappen gestudeerd aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Ze heeft er de masterstudie geestelijk verzorger afgerond.

Het begrip ‘cultureel geheugen’ staat in haar onderzoek centraal. Tot welke tradities zijn de opvattingen te rekenen van geïnterviewden in ‘Het Laatste Woord’? Zijn het traditionele visies (zoals: ‘God beschikt’), moderne opvattingen (‘de dokters zijn knap’ en ‘dood is dood’), of post-moderne gedachten (‘sterven is een vorm van geestelijk groeien’)?

Nee, een representatief beeld van denken over de dood in Nederland geeft deze serie niet. Cijfermatige conclusies zijn hieraan dus ook niet te ontlenen. Toch een paar cijfers.

Nienke Fortuin heeft de 65 interviews opgeknipt in 1.350 passages. Elk hiervan bevat een gedachte over ‘het leven’, het einde ervan, danwel het voortbestaan erna. Alle citaten heeft ze ingevoerd in een database, als in een raamwerk met 24 vakken: drie horizontaal, acht verticaal. De drie levensvisies (traditioneel, modern, post-modern) zijn onderverdeeld in acht subgroepen, waaronder: persoonlijke gevoelens, gedachten over sociale binding (met familie, vrienden), lichamelijke ervaringen, de rol van instellingen (ziekenhuizen) en spirituele gedachten of ervaringen.

Eenmaal gevuld vertelt de database dat 579 opvattingen uit ‘Het Laatste Woord’ zijn te bestempelen als post-modern, 226 als modern en 283 als traditioneel. Wat zeggen deze cijfers? Nienke Fortuin: „Het illustreert hoe het denken over de dood verschuift. Christelijke visies zijn niet meer dominant, maar het aandeel van puur rationele opvattingen is nog kleiner. Mij valt op hoe gevarieerd de visies zijn die mensen ontwikkelen aan het einde van hun leven. Ze praten over hun diepste gevoelens en bewuste keuzes, over allerlei activiteiten en rituelen.”

Er is wel gezegd en geschreven: ‘Het ziekenhuis is de nieuwe kerk.’ Moet dat nu zijn: ‘Het eigen huis is de nieuwe kerk’?

„Een parallel tussen de rol van pastors en van dokters valt zeker te trekken. Eeuwenlang had de kerk ’t voor het zeggen aan het sterfbed: van het toedienen van de Heilige Sacramenten tot en met uitspraken over de lotsbestemming van de ziel. Hierna volgde een periode waarin steeds meer mensen hun lot niet langer in handen van God legden maar in die van dokters. Medisch handelen moest de dood op afstand houden. Sterven werd gezien als een vorm van medisch falen. In beide gevallen laat de mens een andere, ‘hogere macht’ beschikken over leven en dood.”

Waarna de postmoderne mens is opgestaan die kiest voor ‘eigen regie’.

„Dat is een kenmerk van deze groep inderdaad. En het is opvallend hoe verschillend mensen daaraan invulling geven. Prachtige uitspraken hebben mensen daarover gedaan in deze serie.”

Wat raakt u?

„Iemand zegt: ‘Sinds ik weet dat ik ziek ben, leef ik intenser. Ik leef op een manier die een gelukkiger mens van mij heeft gemaakt.’ Dergelijke uitspraken ben ik vaker tegengekomen. Deze mensen zijn in staat een positieve emotie aan de naderende dood te ontlenen.”

Welke andere categorieën bent u tegengekomen?

„Mensen vertellen over bijzondere zintuiglijke waarnemingen. Een vrouw zegt: ‘Ik ben nu bezig met de afronding van mijn leven. Geuren helpen me daarbij. Citrusgeuren maken me rustig. Door aardgeuren, extracten van allerlei wortels, vloeit de spanning weg uit mijn lijf.’ Een andere vrouw, die door haar ziekte slecht slaapt, ligt bij het aanbreken van de dag vaak in haar hangmat in de tuin en vertelt: ‘Dan geniet ik van het concert van de vogels.’

„Ik heb de indruk dat mensen veel kracht en steun ontlenen aan hun liefde voor de natuur. Een vrouw, die praat over haar ‘groene’ passie, wil graag dat bij haar uitvaart een grote kamerplant naast haar kist staat, waarin mensen briefjes met herinneringen kunnen achterlaten. Ze vertelt: ‘Ook heb ik wel eens gezegd: ik wil op aarde terugkeren als een waterval. Het lijkt me zo grappig te zien hoe mensen verrukt naar de waterval staan te staren.”

Maakt dit de cirkel rond? Van natuurgodsdiensten, via poly- en monotheïsme, weer terug naar de natuur?

„Een wetenschappelijk verantwoorde uitspraak kan ik daarover niet doen. Misschien zegt deze observatie ook wel iets over mij. Mijn eigen spirituele ervaringen beleef ik het sterkst in de natuur.”

Waar hoopt u een baan te vinden als geestelijk verzorger?

„Ik heb stage gelopen in een verpleeg- en verzorgingshuis, waar ik het contact met dementerende ouderen heel bijzonder heb gevonden. Gesprekken met hen kunnen moeizaam verlopen en tegelijk reageren deze mensen vaak heel direct en puur. Een man vroeg me te bidden voor zijn vrouw en kinderen en begon daarna intens te huilen van ontroering. Ik speelde viool voor hen. Kinderliedjes. Dan zag ik mensen opleven, spontaan en feilloos meezingen, terwijl hun geheugen grotendeels weg was. Een vrouw die bijna niets meer zei, pakte een keer mijn hand en zei: ‘Je bent heel lief.’ Dat ontroert mij diep. Alleen al voor dergelijk contact wil ik graag geestelijk verzorger zijn.”

Tekst Gijsbert van Es

Reacties: laatstewoord@nrc.nlTwitter: #hetlaatstewoord

    • Gijsbert van Es