Je kunt niet alleen maar aan het subsidie-infuus liggen

Vooral de kleine sporten hebben last van de crisis in Spanje – ze missen de subsidie. De hockeybond heeft zich afgemeld voor de Champions Trophy. „Eén keer overslaan kan.”

Ze zijn Europees en wereldkampioen voetbal, ze horen bij de besten in het tennis, basketbal, wielrennen, autosport. Maar door de economische crisis die over Spanje trekt raakt de sportwereld steeds dieper in een draaikolk. Zo diep dat de Spaanse hockeyploeg ontbreekt als zaterdag in Melbourne de Champions Trophy begint. Het geld is op bij de finalist van vorig jaar.

Hockeyfans zien met lede ogen aan hoe één van de smaakmakers van hun sport plotseling is uitgegumd op de internationale kalender. „Er is gewoon even geen Spaans team meer”, zegt Maurits Hendriks, technisch directeur van sportkoepel NOC*NSF. Hij was jarenlang bondscoach van de succesvolle Spaanse hockeyploeg die in 2008, tijdens de Spelen van Peking, olympisch zilver veroverde. „De situatie is buitengewoon ernstig. Ze vroegen laatst of ik iemand wist die gratis het Spaanse team wil coachen. Er is op dit moment gewoon geen programma voor het hockey. Buitengewoon dramatisch.”

De hockeyers zijn niet de enige Spaanse sporters die het zwaar hebben. De crisis is overal zichtbaar. Zo werd het WK-kwalificatieduel van de nationale voetbalploeg in Wit-Rusland vorige maand niet meer op televisie uitgezonden omdat geen zender de kosten kon betalen. In de eredivisie van het basketbal – de tweede sport – ontkwamen Valladolid en Estudiantes aan degradatie wegens geldgebrek bij de reglementaire promovendi. Alicante verkocht zijn plek zelfs aan een andere club.

In het handbal zag Cuatro Rayas af van deelname aan de Europa Cup, terwijl twee andere clubs uit de hoogste divisie verdwenen. Zelfs het golf slaagt er niet in de dans te ontspringen: Spanje moest dit jaar vier internationale toernooien schrappen, waaronder de Madrid Open en de Andalucía Masters.

Het zijn maar een paar voorbeelden. De oorzaak ligt in opgedroogde sponsorbronnen en teruggeschroefde subsidies. „Iedereen heeft hiermee te maken, alle bonden, alle sporters – behalve Barça en Real Madrid”, zegt Santi Freixa (29), aanvoerder van de nationale hockeyploeg en speler van Amsterdam. „Hockey is geen uitzondering.”

Hij wist al in de aanloop naar de Spelen in Londen, waar Spanje als zesde eindigde, dat de Champions Trophy zou worden overgeslagen. Maar Freixa, die geblesseerd moest afhaken voor Londen, weigert de Spaanse afzegging voor het eens zo prestigieuze hockeytoernooi te dramatiseren. „Natuurlijk is het niet goed, maar dit is in het belang van het Spaanse hockey. De bond heeft het budget gebruikt voor de Spelen, ons belangrijkste doel. Eén keer de Champions Trophy overslaan is niet erg. Duitsland speelt er ook met zijn B-team. Maar het zou wel heel pijnlijk zijn als we door geldproblemen niet meer aan een EK of WK mee konden doen.”

Hendriks toont meer zorgen dan zijn voormalige sterspeler. „Je kunt het je niet permitteren lang van het toppodium weg te zijn. Dat raakt uiteindelijk ook de opleiding van jonge spelers. De gevolgen daarvan kunnen wel eens langdurig zijn. Dat gevaar is nadrukkelijk aanwezig. Als je als land wegvalt uit de kwalificatie voor de volgende Spelen is het in een sport als hockey eigenlijk wel helemaal gedaan.”

En de crisis raakt de hele Spaanse sport. Hendriks kreeg onlangs een onverwacht telefoontje van Alejandro Blanco, voorzitter van het Spaans olympisch comité. Blanco was geïnteresseerd in de manier waarop Nederland de beschikbare financiën in de sportwereld verdeelt. „Het feit dat hij zo’n telefoontje doet is in Spanje veelzeggend”, zegt Hendriks. „In de acht jaar dat ik in Spanje was heeft de man mij nooit gebeld, ook niet toen we de olympische finale haalden. Het water staat ze aan de lippen.”

De hardste klappen vallen bij de kleinere sporten, die hun subsidies kwijtraken. Op dat gebied heeft de Spaanse hockeybond zelf ook fouten gemaakt. Hendriks: „Ze zijn er niet in geslaagd op enigerlei wijze sponsoring in te brengen, terwijl we dat wel hadden. Je kunt niet alleen maar aan het subsidie-infuus liggen.”

In dat klimaat zal de Spaanse topsport de komende tijd onvermijdelijk aan kracht inboeten, denkt José Maria Gay de Liébana, hoogleraar economie – gespecialiseerd in sport – aan de universiteit van Barcelona. „Ik denk dat je dat in Londen al kon zien”, zei hij vorige maand tegen persbureau AFP. Hij wees vooral op de beperking van het aantal sportleraren, waardoor de basis van de sport wordt aangetast. „Wij zullen afhankelijk worden van een paar individuen, zoals de Nadals of de Contadors”, meende Gay de Liébana.

Toch is de uitgangspositie van de Spaanse sport niet de beroerdste. De meeste successen behaalt Spanje met grote commerciële sporten, die veel eigen inkomsten genereren, zoals voetbal en tennis. Bovendien heeft het land de afgelopen decennia enorm geïnvesteerd in sportfaciliteiten. Hendriks: „Voor veel sporten zijn de beste trainingsfaciliteiten in Spanje. Dat is niet zomaar weg, al zul je het wel moeten onderhouden. Jonge Spaanse sporters kunnen blijven profiteren van die infrastructuur.”

Maar de grootste gevaren lopen de kleinere sporten, zoals hockey, synchroonzwemmen of waterpolo, waar geldgebrek leidt tot gestopte trainingsprogramma’s of een exodus van coaches. „Als er geen middelen meer zijn om professionele coaches fulltime te laten werken val je tien, vijftien jaar terug, op vrijwilligers. Dat is nou niet de weg naar succes.”

Opmerkelijk genoeg heeft de crisis nog geen gevolgen gehad voor het Spaanse olympische bid voor de Spelen van 2020, waarvoor Madrid kandidaat is. Hendriks, die het nieuwe Nederlandse kabinet vorige maand voorlopig zag afhaken voor de Spelen van 2028, vindt dat frappant. „In Spanje geloven ze dat de Spelen een essentieel deel van de oplossing zijn. In Nederland stellen wij andere prioriteiten. Wij willen eerst een topsportsysteem in stand houden en verbeteren. Afgezet tegen Spanje is dat een verstandige beslissing.”

Freixa wil het positief bekijken. Hij weigert te erkennen dat er op dit moment geen Spaanse nationale hockeyploeg bestaat. „Het team blijft hetzelfde, alleen hebben we nu geen droom om te dromen. Natuurlijk is het niet leuk om af te wachten wat er met de Spaanse nationale ploeg gebeurt. Maar de Champions Trophy overslaan is een manier van geldbesparing. Anders kunnen we in 2013 niks meer doen.”

    • Rob Schoof