Jan Peter hielp een handje, als ‘ervaringsdeskundige’

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen? Deze week: Diederik Stapel in Den Haag. Ofwel: zou het kunnen dat het veelbesproken bedrog van politici zwaar wordt overdreven?

Illustratie Hajo

Hoogste tijd voor Haagse zelfreflectie. Want inderdaad – in de week van de gevallen wetenschapper Diederik Stapel, de gevallen neuroloog Ernst J.S. (onnodige operaties om eigen gewin) en de gevallen advocaat Moszkowicz (belastingschuld 1,5 miljoen hoger) is het nuttig te bekijken hoezeer het bedrog de politiek is binnengeslopen.

Zou het kunnen dat het meevalt?

Politici en bedrog – populair thema. Het format waarmee de weerzin tegen Den Haag stelselmatig uitgevent wordt. Mark Rutte beloofde in de campagne geen extra steun aan de Grieken, maandag werd in Brussel de Griekse schuld met instemming van Nederland verlicht, en in de Kamer waren ze dinsdag niet bereid de premier zijn verkiezingsbelofte kwijt te schelden. Rutte ontving de hoon die hij zelf in de campagne bestelde: wie zo opzichtig het onhaalbare belooft, loopt op een dag tegen de lamp. Markos Ruttos.

Of dit de gevolgen heeft die in Den Haag werden geschetst (‘met Rutte komt het niet meer goed’) staat lang niet vast. Het geheugen van de kiezer is kort, Amerikaans onderzoek kwam ooit uit op een week of acht. En wat meer is: voor het publiek symboliseert Rutte een allang getrokken conclusie. De Leidse politicoloog Rudy Andeweg legt sinds de jaren zeventig de volgende vraag aan een representatief panel voor: ‘Tegen beter weten in beloven politici meer dan ze kunnen waarmaken.’ In 2010 beantwoordde een record van 93 procent dit bevestigend. Dus waar ze zich deze week in de Kamer over opwonden, is voor de burger allang gesneden koek.

En het kan niet in de schaduw staan van het bedrog dat Stapel c.s. zich permitteerden. Je kunt veel afdingen op het populisme sinds Pim, maar politici houden nu een scherp oog op de burger, ze nemen liever risico’s ten koste van het bestuur dan ten koste van hun imago. Stapel zou in Den Haag allang ontmaskerd zijn. Drie hoeraatjes voor de democratie. Dus misschien kan het klagen over bedrog in de politiek voortaan ook wat minder.

Het ongemakkelijke aan de zaken van Stapel, S., en Moszkowicz is dat je hun bedrog met een paar populistische trucjes in een ommezwaai kunt definiëren als exemplarisch voor hele beroepsgroepen. Zo is het in de VS ook gegaan. Eerst werd vanaf de jaren zestig het wantrouwen tegen de politiek geëxploiteerd, daarna besmette het wantrouwen de rest van de maatschappij. In Nederland daalt het vertrouwen in politieke instituties sinds Pim. Stapel c.s. veroorzaken dat er, net als in de VS, nu ook een voedingsbodem is voor wantrouwen tegen de wetenschap, medisch specialisten en advocatuur. De monarchie en de magistratuur zijn al geweest. In de VS leidde het wantrouwen tegen bijna alle maatschappelijke instituties ertoe dat ook het vertrouwen tussen burgers vrijwel is verdwenen. Het voorland is in kaart gebracht. Wie het populisme na 12 september afschreef, moet nog eens nadenken.

Bij gebrek aan vergelijkbaar bedrog zoeken de uitventers van wantrouwen tegen politici het doorgaans op twee andere terreinen: inkomens in de publieke sector (zakkenvullers, Balkenendenorm) en, ook een klassieker, belangenverstrengeling. Dit laatste is door zijn onexactheid een oneindig vruchtbaar thema. Je hebt ook de schijn van belangenverstrengeling. Weet u wat dat is? De populaire uitleg van degenen die het aanroeren komt er meestal op neer dat een politicus een besluit nam waardoor hij of verwanten voordeel hadden. Wethouder huurt architectenbureau dochter in; dat werk.

Maar dat is uitleg, geen definitie, want wie wil kan in Den Haag overal de schijn van belangenverstrengeling aantreffen. Dinsdagavond, toen de televisie inzoomde op Ruttes laatste gebroken verkiezingsbelofte, was ik in de Eerste Kamer, waar minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem zijn eerste parlementaire succes boekte. Hij loodste de nieuwe Accountantswet door de Kamer (al moet er nog gestemd worden). Hij deed het in totale kalmte. Alsof hij al bij geboorte wist dat hij minister zou worden. Op de publieke tribune kon je zien dat er voor de accountantskantoren iets op het spel stond. Grote delegaties. En bijna niemand van de media. Twee wijzigingen die de Tweede Kamer begin dit jaar aanbracht hadden hen ontstemd. Op initiatief van toenmalig PvdA-Kamerlid Plasterk was het de kantoren niet meer toegestaan hetzelfde bedrijf te controleren én te adviseren. Op initiatief van Van Vliet (PVV) was vastgelegd dat bedrijven voortaan verplicht zijn periodiek van accountant te wisselen.

Lobbyisten vertelden me eerder over een bijeenkomst van de Big Four (KPMG, PwC, Ernst & Young, Deloitte) waarop ze tegenactie bespraken. Ze zagen daar ook Jan Peter Balkenende, de oud-premier, die nu werkt bij Ernst & Young. En tijdens de formatie zocht Balkenende telefonisch contact met Algemene Zaken, vertelden twee bronnen.

Het ligt erg gevoelig, merkte ik deze week. Sinds woensdag zocht ik via drie woordvoerders en vijf e-mailadressen contact met de oud-premier. Pas vrijdagmiddag kwam er iets van een antwoord, van Ernst & Young: VNO en de beroepsorganisatie behartigen de belangen van de sector in Den Haag, stond er, waarbij ze contact hebben met „ervaringsdeskundigen, waaronder Jan Peter Balkenende’’.

Of dit bijzonder is weet ik niet. Ernst & Young heeft nadeel van de verplichte roulatie: het bedrijf is de vaste accountant van ING, Aegon en Rabo, en dreigt marktaandeel te verliezen. Dat je terugvecht is niet verboden. Interessanter is misschien om na te gaan hoe het komt dat zo veel oud-politici hun kennis en contacten aanwenden voor een deelbelang. En of er nieuwe regels nodig zijn. Want ook de twee vicepremiers van Balkenendes laatste kabinet doen het. André Rouvoet lobbyt voor de zorgverzekeraars. Wouter Bos is zorgconsultant bij KPMG Plexus. Ook sinds hij informateur was, pronkt KPMG met hem. De Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) werd kort na de formatie door KPMG benaderd, bevestigt een NVZ-woordvoerder: of ze een bijeenkomst over de zorgparagraaf van het regeerakkoord wilde beleggen. Bos zou ook komen. De NVZ wees het aanbod af – waarna eenzelfde bijeenkomst werd belegd bij Zorgverzekeraars Nederland, de club van Rouvoet. Bos legde me uit dat hij geen probleem zag. Hij was onbetaald informateur, vertelde hij, waarvoor KPMG hem niet compenseerde. En voor de bijeenkomst bij Rouvoet, waar de halve zorgsector op afkwam, kregen hij en KPMG ook geen vergoeding. „Ik zie het als mijn maatschappelijke taak.’’ En zijn marktwaarde groeit erdoor, zei ik. Bos beaamde het. „Maar moet ik dat mezelf verwijten?” En nadelen waren er ook: sommigen van zijn klanten hebben de pest in over het regeerakkoord. Ongevraagd voegde hij eraan toe dat hij zich in de formatie nooit met de Accountantswet bemoeid zou hebben. „Dan had ik de kamer even verlaten.’’

Mooi. Zuiver. Maar nogal overtrokken als je deze week de verstrengelde belangen in de Senaat zag. Bij de PvdA voerde André Postema het woord, oud-medewerker van Ernst & Young. De fractievoorzitter van de VVD, Loek Hermans, is adviseur van Ernst & Young. VVD-senator Willem Bröcker, oud-bestuursvoorzitter van PwC, was geen VVD-woordvoerder, maar vertelde me na afloop dat hij zich in de fractie met de discussie had bemoeid. Het hele idee van de Eerste Kamer, legde hij uit, is dat mensen hun maatschappelijke ervaring meewegen bij politieke besluitvorming. „Natúúrlijk vragen ze in de fractie mijn mening.’’

Tegelijk zag je, dit leek me het echt interessante, dat al die verstrengelde belangen en al het gelobby, weinig uithaalden. Postema keerde zich namens een Kamermeerderheid tegen de wens van de sector om de wijzigingen van Plasterk en Van Vliet te schrappen. VVD en CDA, die de kritiek van de sector overnamen, voerden een verloren strijd. „De lobby heeft weinig bereikt’’, zei Margreet de Boer, woordvoerder van GroenLinks.

Zo zijn, bij gebrek aan een Stapel, belangenverstrengeling en vervolgcarrières in het bedrijfsleven ideale aanvalswapens geworden om de moderne politiek verdacht te maken. Fijn voor de boze burger die behoefte heeft aan Den Haag als centrum van bedrog. Fijn voor politici die zich aan de zijde van de boze burger scharen.

Voor de wetgever misschien iets om te bekijken. Al zijn transfers naar het bedrijfsleven en belangenverstrengeling zo oud als het bestuur zelf: wie ze gaat bestrijden, zou snel op zijn schreden terugkeren. Geen beginnen aan.