Ik laat me niet uitschelden door Servische activisten

Diplomaat Madeleine Albright is 75. Fel is ze, en feminist: in de hel is een speciale plek voor vrouwen die andere vrouwen niet hielpen, zegt ze. Ze schreef haar memoires, kreeg ruzie bij een signeersessie. „Ze noemden mij een oorlogsmisdadiger!”

De vraag was wat zij onder ‘een rustige dag’ verstaat. Madeleine Albright, voormalig minister van Buitenlandse Zaken onder Bill Clinton en ex-ambassadeur van de VS bij de Verenigde Naties, kijkt peinzend voor zich uit. „Ik heb niet veel rustige dagen. Ik ben op mijn slechtst als ik weinig te doen heb. Maar goed, die enkele keer dát het gebeurt, maak ik een wandeling bij mijn boerderij in Virginia. Ik lees een boek. Of ik kijk naar de koeien.”

Vijfenzeventig is Albright – je zou het haar niet geven. In een Amsterdams vijfsterrenhotel werkt zij het ene na het andere interview af. Haar blik is stoïcijns, kritisch en nieuwsgierig tegelijk. Zo nu en dan betrekt zij haar assistente bij het gesprek. Albright draagt een broche in de vorm van een bril met een typemachine. „Die typemachine staat voor het schrijven van mijn boek. Met die bril kunnen mensen het lezen.”

Albright bracht deze week een bezoek aan Nederland om Praagse winter te promoten. Het boek beschrijft haar jeugd in Tsjechoslowakije, Joegoslavië en Londen in de periode 1937-1948, voordat haar vader, een anti-communist, politiek asiel kreeg in de Verenigde Staten. In dat land zou Madeleine Albright, om met haar woorden te spreken, „de Amerikaanse droom gaan vertegenwoordigen”.

De als Marie Jana Körbelová geboren Albright kreeg een katholieke opvoeding. Ze was 59 jaar en stond op het punt om minister van Buitenlandse Zaken te worden toen zij ontdekte dat zij Joods is. Vlak na haar benoeming berichtte The Washington Post dat veel van haar familieleden, onder wie drie grootouders, waren omgekomen in concentratiekampen. Albright droeg Praagse winter op aan „hen die niet overleefden, maar ons leerden hoe te leven – en waarom”.

Uw ouders leefden niet meer toen het nieuws bekend werd. Was het niet vreemd om zoiets persoonlijks van een journalist te horen?

„Ja, dat was moeilijk. Het heeft ook even geduurd voor ik Michael Dobbs dankbaar kon zijn voor zijn onthulling. Ik ging destijds door een moeilijke periode. Veel mensen betwijfelden of een vrouw wel minister van Buitenlandse Zaken kon worden. Daar kwam deze persoonlijke kwestie bij. Het was een zwaar pakket, dat langzaam moest worden uitgepakt.”

Michael Dobbs geloofde niet dat het nieuws voor u als een verrassing kwam.

„Dat was heel pijnlijk. Maar wat kon ik doen? Als iemand je beschuldigt van iets wat niet waar is, kun je alleen maar zeggen: het is niet waar. Mensen geloven toch wat ze willen geloven.”

Dobbs dacht dat u het stilhield omdat het uw benoeming zou kunnen dwarsbomen. Had het uitgemaakt?

„Nee. Kijk naar Henry Kissinger: hij was ook Joods én minister van Buitenlandse Zaken.” Ze zegt dat haar Joodse afkomst geen invloed had op haar beleid. Ze heeft „altijd hard gevochten” tegen genocide, ook toen zij nog VN-ambassadeur was. „Ik werd minister van Buitenlandse Zaken omdat president Clinton wilde dat ik die functie kreeg. Ik was een goede minister, denk ik. En trouwens, mijn verhaal is minder uniek dan het lijkt. Naderhand heb ik veel brieven ontvangen van mensen die er op latere leeftijd achterkwamen dat zij Joods waren. Bijvoorbeeld nadat archieven in voormalige communistische landen ontsloten werden.”

Uw ouders verzwegen dat u Joods bent. Dacht u niet ‘ik val hen af’, toen u toegaf dat Dobbs gelijk had?

„Ik heb nooit getwijfeld aan de motieven van mijn ouders. Ik ben niet boos, ik ben hun dankbaar. Toen ik in 1997 de Pinkas-synagoge in Praag bezocht, zag ik de namen van mijn familieleden op de muur. Ik wist: die van mij had er ook bij gestaan als mijn ouders Praag niet vlak voor de oorlog ontvlucht waren. Hoe kan ik daar boos over zijn? Natuurlijk had ik er graag met hen over gesproken. Waarom ze het geheim hielden? Ik kan alleen maar speculeren. Soms wilde ik dat ik meer vragen had gesteld.”

U noemt uw vader in uw boek een ‘intellectuele humanist’. Zelf wordt u ‘een intellectueel met een hart’ genoemd. Lijkt u op uw vader?

„Ik hoop het. Ik bewonder mijn vader. Mijn moeder ook trouwens.”

Nadat vader Josef in 1948 politiek asiel in de Verenigde Staten had gekregen, werd hij decaan aan de school voor buitenlandse betrekkingen in Denver – die nu zijn naam draagt. „Als geëmigreerde diplomaat gaf hij les aan twee latere ministers van Buitenlandse Zaken: Condoleezza Rice en mij. Thuis werd er alleen maar over buitenlandse politiek gesproken. Het ligt in mijn DNA besloten.”

Hoe belangrijk is iemands afkomst voor de manier waarop hij in het leven staat?

„Mensen hebben niet allemaal dezelfde reactie op hun afkomst, maar ik houd van de mijne. Ik heb tijdens de oorlog in schuilkelders gezeten. Toen wij in Joegoslavië woonden, kreeg ik les van een gouvernante omdat mijn vader niet wilde dat ik met communisten naar school ging. Vanaf mijn tiende leerde ik Frans op een Zwitserse kostschool. Later kreeg ik een beurs voor een Amerikaanse universiteit. Allemaal interessante gegevens, toch? Door het vele reizen leerde ik mij snel aanpassen. Dat was de enige manier om als kind te overleven. Mede door die ervaringen ga ik makkelijk om met mensen uit heel verschillende landen. Ik heb het goede vak gekozen.”

Ze was één van de weinige vrouwen in een door mannen gedomineerde wereld. Als VN-ambassadeur en als minister van Buitenlandse Zaken. „Dat bereik je alleen door hard te werken. Er is veel ruimte voor middelmatige mannen in de wereld, niet voor middelmatige vrouwen. Vrouwen kunnen alles doen wat ze willen, maar alleen niet allemaal tegelijk, omdat ons leven gedicteerd wordt door biologie.” Albright heeft drie dochters met haar ex-man, journalist Joseph Albright. Hij vertelde haar op een ochtend in 1982 dat hij verliefd was op een andere vrouw. Albright was er kapot van. Ze verhardde door zijn verraad. Ze werd een nóg hartstochtelijker feminist.

Albright vindt dat vrouwen als elkaars mentor moeten fungeren. Het is een verplichting. Er is volgens haar een speciaal plekje in de hel gereserveerd voor vrouwen die nalieten andere vrouwen te helpen. Maar ze zou eerder stemmen op een man met een feministische inborst dan op een vrouw die de verkeerde standpunten inneemt bij kwesties waar zij erg aan hecht, zoals Sarah Palin. „Niet iedere vrouw heeft gelijk. Ik zou nooit stemmen op een vrouw omdat zij een vrouw is.”

Na Bush zei u dat de volgende president het moeilijk zou krijgen om ‘onze reputatie op te vijzelen, ons leiderschap te herstellen en ervoor te zorgen dat Amerikanen veilig zijn’. Heeft Obama op die punten goed gescoord?

„Obama heeft het geweldig gedaan. Ik weet dat mensen moe worden als ik over Bush begin, maar de bottom line is dat hij Amerika’s internationale reputatie heeft aangetast en dat president Obama die hersteld heeft. Volgens Obama worden de macht en invloed van de Verenigde Staten ten volle benut als we samenwerken met andere landen. Amerikanen zijn ook veiliger dankzij hem, want Osama bin Laden is dood. Een van de belangrijkste redenen waarom Obama herkozen werd, is dat Amerikanen zich veiliger voelen.”

Wat wordt zijn grootste uitdaging?

„Hij heeft veel om zich zorgen over te maken. Iran, waar is dat land toe in staat als het kernwapens heeft? De Arabische wereld. Maar hij zal ook meer aandacht aan Azië willen besteden. Het is veelzeggend dat hij na zijn herverkiezing Azië koos voor zijn eerste buitenlandse reis, niet Europa. Voor hem deed geen enkele president dat. Het is niet dat hij Europa vergeten is – integendeel. Amerika hoopt samen met een sterk Europa kwesties in andere delen van de wereld op te lossen.”

NAVO-chef Rasmussen zei eerder deze week dat Europa wat dieper in de buidel moet tasten.

„Voor de zestigste verjaardag van de NAVO vroeg Rasmussen mij leiding te geven aan een groep experts die een nieuw strategisch concept voor de NAVO moest ontwikkelen. Een hogere bijdrage van Europeanen aan het NAVO-budget stond ook op de lijst. Wat Rasmussen nu zegt, strookt met wat destijds besloten werd.”

U bent het met hem eens?

„Absoluut.”

Ziet u nog een bepaalde rol voor Nederland weggelegd?

„Nederland is altijd een goede bondgenoot. Ik kom hier graag, ben een goede vriend van Jozias van Aartsen [nu burgemeester van Den Haag, in haar tijd minister van Buitenlandse Zaken]. Jozias en ik zitten in een gezelschap van oud-ministers van Buitenlandse Zaken die iedere acht, negen maanden bij elkaar komen. We praten over van alles. Laatst hebben we een brief aan de Russische president Poetin geschreven. We vroegen hem of hij meer wilde helpen bij de problemen in Syrië.”

Uw vriendin Hillary Clinton stelt zich niet beschikbaar voor een tweede termijn als minister van Buitenlandse Zaken. Haar mogelijke opvolger, Suzan Rice, wordt fel bekritiseerd door de Republikeinen. Hoe voorspelt u dat het afloopt?

„Ik ken Rice al járen. Ze is slim en capabel. Maar de president moet nog beslissen wie het wordt. Wat de Republikeinen betreft, ze moeten niet vergeten dat ze de verkiezingen verloren hebben. Een sterke oppositiepartij is belangrijk, maar ze moeten wel fair zijn.”

Eerder deze maand was Albright in Praag om haar boek te promoten. Terwijl zij zat te signeren, werd zij toegesproken door een groepje pro-Servische activisten. Ze probeerden haar foto’s onder de neus te duwen van Servische slachtoffers in de Kosovo-oorlog, die ook wel ‘Madeleine’s War’ werd genoemd. Tijdens die oorlog was Albright een sterk voorstander van militaire interventie, tot ergernis van generaal Colin Powell. Beelden van het opstootje in de Praagse boekhandel zijn op YouTube te zien.

U was woedend.

Albright tuurt naar de deur, die haar assistent net achter zich dicht heeft getrokken. „Ik was daar, ja. Drie uur lang heb ik gesigneerd. Er stond een lange rij. En toen noemden die mensen – ik weet nog steeds niet wie ze zijn – mij een oorlogsmisdadiger. Heel onplezierig. Ik voelde mij bedreigd.”

U riep ‘disgusting Serbs’.

Albright staat op om haar assistente terug te roepen. Ze wil dat de vrouw hoort wat zij over ‘die boekwinkel’ te zeggen heeft. „Ze noemden mij een oorlogsmisdadiger. Dat vind ik onrechtvaardig. Ik overwoog te vertrekken, maar er stond een lange rij. Die opmerking – disgusting Serbs– was voor mijn assistent bedoeld. Ik zei het niet hardop. Ik heb niets tegen Serviërs, maar ik vond het walgelijk dat die mensen tegen mij schreeuwden.”

Ze daagden u uit.

„Ze noemden mij een oorlogsmisdadiger!”

Het stoppen van de etnische zuiveringen in Kosovo heeft u altijd als uw belangrijkste prestatie als minister van Buitenlandse Zaken beschouwd. Kwam die opmerking daardoor extra hard aan?

„Kort voor die signeersessie in Praag deed ik mee aan een discussie in Kosovo. Na afloop stapten veel mensen met tranen in hun ogen op mij af: ‘bedankt dat u ons leven heeft gered’. Ik herinner mij twee vaders die allebei hun dochter hadden meegenomen. Een van hen vertelde dat zijn vrouw zeven miskramen had gehad. ‘Als wij een dochter krijgen, noemen wij haar Madeleine’, zeiden ze tegen elkaar. En daar zat het twaalfjarige meisje. Dus als mensen mij vragen wat ik als de grootste prestatie uit mijn ministerschap beschouw, dan zeg ik ‘Kosovo’. Die vader en zijn dochter hebben het bevestigd. En trouwens, het is bewezen dat Miloševic een oorlogsmisdadiger was.”

Volgens Michael Dobbs bent u overgevoelig voor kritiek. In die context moeten wij uw reactie niet zien?

„Ze bedreigden mij!” Haar assistent komt tussenbeide. Ze zegt dat het een zenuwslopende situatie was in Praag. Er waren geen beveiligers aanwezig. En die mensen waren expres met camera’s gekomen om te provoceren. Albright: „Ze wilden publiciteit. En klaarblijkelijk zijn ze geslaagd in hun opzet – anders had u mij er niet naar gevraagd.”

Wat bewijst het?

„Dat er kennelijk nog steeds mensen rondlopen die tegen de onafhankelijkheid van Kosovo zijn.”

Albright heeft afgelopen herfst dertien landen bezocht. Ze geeft les aan de Amerikaanse Georgetown universiteit. Schrijft boeken. Heeft meerdere bestuurs- en adviesfuncties. Wordt het geen tijd om het wat rustiger aan te doen? Ze schudt haar hoofd. „Ik ontleen kracht aan dingen doen. Daarom houd ik mijzelf iedere minuut van de dag bezig.”

Wat zijn de voordelen van het ouder worden?

Er volgt een lange stilte. „Geen enkele. Ik vind het niet fijn om ouder te worden. Totaal niet. Voor mij ligt de uitdaging in het vinden van manieren om mij jong te blijven voelen.”

    • Danielle Pinedo