IJburg is een stukje Amsterdam geworden

IJburg wordt groot. Tien jaar alweer. Inmiddels zit er een filiaal van de Etos en is er een scheidingscafé. De stepjes tussen de tuinen worden ingeruild voor scooters. De idylle van het pionieren is voorbij.

Tien zomers geleden hielp de vader van Linda van den Dobbelsteen met klussen in haar nieuwe huis. De eerste eilanden van IJburg waren nog maar net opgespoten in het water van het IJ. De nieuwe Amsterdamse wijk was niet meer dan een rijgsnoer van zandplaten buiten de ringweg A10. Er was een tent met een supermarktje erin. Er reed alleen een bus, geen tram. Af en toe werd een nieuw bouwblok opgeleverd.

Linda en Martijn van den Dobbelsteen hadden hun woning op ‘Blok 9’ op Rieteiland van de bouwtekening gekocht, net als de meeste eerste bewoners. Vanaf dat moment hebben ze met hun buren „alles zelf gedaan”, zegt Linda van den Dobbelsteen, om van de bouwgrond een woonplaats te maken. Haar man richtte de Stichting Buurman op, organiseerde een kerstboomverbranding en begon met vrienden een voetbalcompetitietje op een knollenveld. In 2008 brachten ze een krant voor IJburg uit, De Brugkrant. Serieuze wijkjournalistiek, echtgenoot Martijn maakt de foto’s. In vijf jaar tijd steeg de oplage van 18.000 naar 28.000. Nu zitten ze met zijn tweeën aan tafel – uitzicht op straat met bomen die intussen een meter of vijf zijn geworden, maar nog wel tussen de stutpaaltjes staan – te werken aan de jongste editie. De kop op de voorpagina: ‘Van 0 naar 19.131 inwoners’.

Twee weken geleden, bij de presentatie van het boek IJburg, uit schuim geboren, stonden Ton Schaap en Igor Roovers samen te glunderen. Zij zijn de geestelijk vaders van de wijk. Schaap was hoofdontwerper bij de dienst Ruimtelijke Ordening, Roovers leidde het projectbureau IJburg. „IJburg was van mij”, zei hij toen hij het eerste exemplaar van het boek aannam. „Ik had tien jaar geleden de sleutel van het hek op de enige toegangsweg.”

IJburg, zeggen ze tevreden, is eigenlijk precies geworden zoals ze het hadden bedacht. De gemeente Amsterdam investeerde tot de eerste paal van de eerste woning de grond in ging al bijna 55 miljoen euro om de eilanden aan te plempen en nog eens ruim 20 miljoen om de grond bouwrijp te maken. „De tegenstanders van IJburg verklaarden de gemeente voor gek”, zegt Ton Schaap. „Te ver van de stad. Buiten de ring. Daar wil niemand wonen.” De eerste jaren hielden de ontwerpers hun hart vast.

Het begon pas goed te lopen toen ondernemer Stanja van Mierlo in 2003 een strandpaviljoen bouwde van sloophout en ander juttersspul en het Blijburg noemde. IJburg was ineens hip. Amsterdammers gingen er in de zomer massaal uit. Vanaf dat moment werden de huizen grif verkocht. IJburgse woningen stegen het snelst in waarde van alle Amsterdamse huizen, volgens Van Hallie en Klooster Makelaars: tussen 2003 en 2009 10 à 15 procent voor de meest gewilde locaties. Er zijn, zegt men op IJburg, bewoners van het eerste uur die een of twee keer verhuisden en zo een ton, misschien wel twee hebben verdiend aan de verkoop.

Schaap verheugt zich niet zozeer over de waardestijging van de huizen, als wel over de houding van de bewoners. De gemeente Amsterdam wilde dat IJburg een duurzame wijk zou worden, waarin de auto minder werd gebruikt dan in de meeste vinexwijken, en zie: het gebruik van het openbaar vervoer is 35 procent. „Het is bijna eng dat je het kunt plannen”, zegt Schaap.

Hij tekent de bewonerssoorten uit. Aan de ene kant de woonconsument, de bewoner die de stad als een hotel beschouwt. Die van de gemeente verwacht dat die alles verzorgt, tot aan het pekelen van de stoep in de winter toe. Aan de andere kant staat de commune, waarin alle bewoners alles met elkaar delen. „Wij zijn ons in de planning, eerst bij het Oostelijk Havengebied, later nog meer bij IJburg, steeds verder in die richting gaan bewegen. Dorps, maar wel in een stedelijke omgeving. We hebben de macht omlaag gebracht. De bewoner neemt het heft in handen. Zo hebben wij het bedacht.”

IJburger Joost Verhaak: „Iedereen begon meteen met clubjes, ging plannetjes smeden. In de stad hoef je niks te bedenken, omdat daar alles al geregeld is.” Het deftige woord dat planologen daarvoor gebruiken is place making. „Ik noem het een schuurtjesgevoel”, zegt Verhaak. Hij heeft op het zuidelijke eind van Rieteiland met buren en vrienden een struinlandje aangelegd waar hun kinderen op duinen kunnen klimmen, door de modder kunnen waden, in de struiken kunnen spelen. „We wilden er ook eetstruiken planten, maar dat ging toch niet.”

In de zomerweken van 2003 waren de hoven achter Blok 9 één grote, gezellige ruimte, de kinderen liepen vrijelijk bij elkaar in en uit. Daar waren de grote bouwblokken juist voor ontworpen, zegt Ton Schaap: lange huizenrijen, met een grote open ruimte achter de huizen, waar de bewoners elkaar zouden ontmoeten.

„Om een uur of vijf komen alle Webers op straat”, zegt Verhaak. „Iedereen heeft ze, van die Amerikaanse barbecues. Gezellig met z’n allen op straat eten. Soms zo gezellig dat het beklemmend wordt, als een te warme bontjas.”

Je kunt moeiteloos de verhalen blijven optekenen van goed nabuurschap op IJburg. Ondernemende mensen, creatieve beroepen, zeggen ze niet zonder trots over hun buren – want zo zijn ze dus zelf ook. In de euforie van de almaar klimmende huizenprijzen hebben de eilandbewoners zich jarenlang laten voorstaan op hun kwaliteit als ondernemende pioniers.

Zíj hadden van IJburg een succes gemaakt. „Op buurtavondjes zeiden de nieuwkomers wel eens: ‘God, daar heb je die eerste bewoners weer die alles zo goed weten”’, zegt Linda van den Dobbelsteen.

Haar klussende vader keek aan het eind van die eerste zomer om zich heen en zei: „Het ziet er vrolijk uit hier. Nog wel. Moet je over drie jaar kijken, dan is eenderde van je buren gescheiden.” Drie jaar later dacht Linda van den Dobbelsteen: mooi, hij heeft ongelijk gekregen. „Maar nog eens twee jaar later zag je de eerste barsten in de relaties ontstaan.”

Na de zomer zette iedereen zo’n beetje tegelijkertijd een schutting om zijn tuin, zegt Linda van den Dobbelsteen. „Heel leuk om veel met elkaar op te trekken, maar je hebt toch ook behoefte aan je eigen territorium.”

Zaterdag was Rob Visser nog Sinterklaas die op de pakjesboot de haven van IJburg binnenvoer en daar een paar duizend kinderen de hand schudde. Zondag is hij alweer de dominee van De Binnenwaai die 27 gelovigen – mannen, vrouwen en kinderen – aan de deur een hand geeft en samen met hen luistert naar de voordracht van zijn vrouw Herma, ‘Iconen, een ontmoeting’.

De Binnenwaai ligt aan het Ed Pelsterpark dat vooral bekend is geworden van het Cruyff Court dat dicht moest wegens overlast van voetballertjes en jongeren die er omheen stonden te hangen – het eerste en enige Cruyff Court van Den Helder tot Venlo en van Japan tot Oeganda dat gesloten is.

Het kan niet, vond de protestantse kerk in Amsterdam drie jaar geleden, dat we een wijk met (toen nog) 18.000 mensen aan zijn lot overlaten. Daarom werd Visser, die dominee was in Apeldoorn, naar IJburg gehaald. Sindsdien heeft hij acht dopen gedaan, één huwelijk en tot nog toe nog geen enkel sterfgeval. IJburg heeft nog altijd een bovengemiddeld jonge bevolking. In Amsterdam is 11,3 procent van de bewoners 65 jaar of ouder, op IJburg is dat zo’n 2,5 procent.

Het meest recente initiatief waarmee dominee Visser en de kerk zijn gekomen heet het Parents House, een huis voor gescheiden ouders. Ook weer zo’n IJburgs bewonersplan. Een echtpaar ging scheiden en probeerde voor de man een woning in de buurt te vinden, dicht bij de kinderen. Het lukte niet. Ze konden er geen twee koophuizen op na houden, voor sociale huur kwamen ze niet in aanmerking – het inkomen op IJburg ligt gemiddeld ver boven Amsterdams niveau – en een tussencategorie huizen is er bijna niet te vinden.

Van de gescheiden vrouw hoorde dominee Visser van het probleem en hij haalde de protestantse kerk Amsterdam over om een huis te huren waar vaders – het zijn meestal de vaders – tijdelijk in de buurt van hun kinderen kunnen wonen. Vier mannen per huis. „Ik kan nu al drie huizen vullen met gescheiden mannen, zegt Visser.

Er wordt naar verhouding misschien niet vaker gescheiden op IJburg dan elders. Maar er komen in absolute zin wel veel scheidingen voor. In de buurtkrant staan advertenties voor advocaten (‘Wij regelen uw scheiding van A tot Z’) of voor mediation (‘Bezoek het Scheidingscafé’).

Joost Verhaak zit aan tafel in de voorkamer van zijn tijdelijke huurhuis aan de Brigantijnkade. Hij tekent de plattegrond van het Parents House waar hij rond Kerstmis de eerste bewoner zal zijn. Een scheiding is lelijk, zegt Verhaak hoekig. Zijn vrouw woont nog in hun koophuis aan de andere kant van IJburg. Het huis dat aan het paradijselijke struinlandje grenst. „IJburg is een duur land”, zegt hij. Simpele koopwoningen zijn er niet, een huurwoning kost al snel 1.200 euro.

Verhaak is ontwerper – freelance. Zijn ex-vrouw schrijft – freelance. Van die twee aan conjunctuur onderhevige inkomstenbronnen moeten zij een hoge hypotheek betalen en een huurhuis in de vrije sector; Verhaak heeft nu per maand 1.500 euro aan woonlasten. Wonen in Parents House kost hem straks 500 euro.

Hij tekent op zijn plattegrondje de keuken, de hal, de slaapkamers, het water achter huis. Mooi hoor, als je binnenkomt loop je voorbij de gemeenschappelijke keuken, dan ga je een trappetje af naar de kamer met de schuifdeur en dan sta je zo aan het water op je steiger. En boven is je kamer.

Eén kamer?

Verhaak lacht, maar niet vrolijk. Ja, dat was een shock voor de kinderen. „Mijn dochter vindt het nog wel leuk, maar mijn zoon van twaalf vindt het echt raar, een soort camping.”

Hij tekent nog wat golfjes in het water.

„Eens kijken wat dat voor kerels worden met wie ik daar ga samenwonen. Ik hoop dat ze zich een beetje gedragen. Het is net of ik weer helemaal terug ben bij af. Sticker op een melkfles met je naam erop en dat-ie dan toch leeg is als je dorst hebt.”

Het scheve lachje. Hij zegt: „Buiten IJburg wonen komt ook in beeld.”

In vrijwel alle straten hangen nu borden ‘Te Koop’. In het onderzoek dat deze krant vorige week publiceerde op basis van gegevens van verkoopsite funda.nl bleek dat IJburg de hardste klappen heeft gekregen op de woningmarkt. De daling van de huizenprijzen schommelt op het grootste deel van de wijk tussen de 5 en 10 procent, veel hoger dan in de rest van de stad.

De cijfers uit de zogenoemde leefbaarheidsmonitor tonen ook andere tekenen des tijds op IJburg. In 2005 lagen alle cijfers van tevredenheid nog rond de 8 (behalve die over het winkelaanbod, dat was 2,2). Nu ligt alleen het cijfer dat de IJburgers aan hun eigen woning geven nog precies op 8. Alle andere zijn snel gezakt, zeker de beoordeling van overlast en veiligheid.

De bewoners zeggen dat IJburg onder een te sterk vergrootglas wordt gelegd, van stadskrant Het Parool, maar ook van de gemeente. Als in de stad ondernemers het lastig hebben door de crisis, vindt iedereen dat normaal. Als hier een paar winkels dichtgaan, is heel IJburg meteen mislukt. Zo zeggen de IJburgers het. Of: er hoeft maar één Marokkaan iets te doen of het heet meteen buurtcriminaliteit. Ja, mensen deden misschien of het een tropisch eiland was, maar het blijft Amsterdam hoor. Daar wordt weleens een fiets gepikt, daar wordt weleens een ruit ingegooid. Het is intussen wel iets heftiger dan dat; IJburg ligt volgens cijfers van bureau Onderzoek en Statistiek ruim onder het stedelijk gemiddelde qua criminaliteit en overlast, maar stadsdeel Oost, waar de wijk onder valt, heeft op de begroting van volgend jaar wel 425.000 euro uitgetrokken voor maatregelen tegen overlastgevende jongeren.

Linda van den Dobbelsteen is laconiek. Achter haar huis loopt een steeg langs de tuinen. Vroeger renden daar haar peuters en hun vriendjes met hun step en hun waterpistolen. Nu staan er de pubers met hun scooters en hun sigaretten. „Dat geeft een ander geluid en een ander gevoel”, zegt ze, „maar het is ook logisch. Tot 2020 zal het aantal pubers op IJburg verdubbelen.”

De stichting Buurman is intussen opgeheven. Het voetbalvereniginkje op het knollenveld is vervangen door AFC IJburg – nu hebben ze weer last van een gebrek aan parkeerplaatsen rond het sportpark – en kerstbomen kun je nergens meer verbranden op Rieteiland. Die zijn helemaal volgebouwd. „Het is allemaal normaler geworden”, zegt Linda van den Dobbelsteen: „Heel charmant hoor, boodschappen doen in een tent, maar het is toch fijn als je gewoon een cadeautje kunt kopen bij de Etos.”