Het is het klimaat, sukkel

Het klinkt cynisch. In Doha, de hoofdstad van Qatar, is onder auspiciën van de Verenigde Naties de jaarlijkse klimaatconferentie bezig. Afgevaardigden uit een kleine tweehonderd staten zijn naar het land gevlogen dat per hoofd van de bevolking jaarlijks 55,4 ton CO2  uitstoot. Zo’n hoge vervuilingscore doet geen land Qatar na.

En de conferentie wordt ditmaal voorgezeten door Abdullah bin Hamad Al-Attiyah, de voormalige voorzitter van Opec, de organisatie van olieproducerende landen. Niet op het eerste gezicht dus iemand die warmloopt voor het terugdringen van het gebruik van fossiele brandstoffen, hoewel dat een absolute vereiste is om de internationale afspraken over klimaatbeheersing een reële kans te geven.

Het lijkt erop dat de critici die al weinig tot niets verwachten van de klimaatconferenties, nog aan wat extra argumenten zijn geholpen voor hun pessimisme.

Al ontbreekt het ook ditmaal niet aan zorgwekkende berichten over de bedreigingen voor de aarde. Als gebruikelijk aan de vooravond van de conferentie. Opvallend is dat ze ditmaal niet louter afkomstig zijn van de ‘alarmisten’, zoals het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) van de VN. Maar bijvoorbeeld ook van de Wereldbank, die de vrees uitsprak dat de gemiddelde temperatuur op aarde aan het einde van deze eeuw vier graden hoger zal zijn, als er geen maatregelen komen. Met volgens Jim Yong Kim, president van de Wereldbank, desastreuze gevolgen: steden aan de kust die overstromen, de voedselproductie die in gevaar komt, hittegolven, waterschaarste, onomkeerbaar verlies van biodiversiteit en nog het een en ander dat funest kan zijn voor de economische ontwikkelingen.

Misschien zijn het niet de politici, de wereldleiders, van wie de oplossing kan worden verwacht. In de recente verkiezingscampagne van de presidentskandidaten in de Verenigde Staten was het klimaat lange tijd een thema dat domweg geheel onbesproken bleef. Daarmee geconfronteerd toonde president Barack Obama zich daar zelf verbaasd over. Hij gaf zelfs toe dat de VS met hun maatregelen tegen de uitstoot van broeikasgassen niet het tempo aanhouden dat nodig is – voor een president van dat land een opmerkelijke erkenning.

Om nog eens cynisch te zijn: het klimaat werd vervolgens wel een onderwerp in de campagne toen de orkaan Sandy in de VS zijn verwoestingen aanrichtte. Cynisch, omdat het verband tussen dit soort cyclonen en de klimaatveranderingen nog allerminst vaststaat.

Toch zijn er geen aanwijzingen dat de VS hun traditioneel blokkerende rol op de klimaatconferenties ditmaal zullen opgeven. Wellicht is het juist het bedrijfsleven waarvan meer initiatieven zijn te verwachten. De topman van Unilever, Paul Polman, schreef onlangs een artikel in de Britse krant The Guardian waarin hij bedrijven opriep niet langer dwarsliggers te zijn als het gaat om klimaatmaatregelen. Bedrijven moeten juist bijdragen aan de oplossingen, meende Polman, en hij gaf daarvoor een goede reden: overstromingen en droogte betekenden voor Unilever vorig jaar een schadepost van 200 miljoen euro. Dat het Amerikaanse tijdschrift Bloomberg Business Week onlangs op de omslag zijn lezers It’s global warming, stupid toebeet, was ook wel veelzeggend.

Unilever-baas Polman pleitte overigens voor maatregelen tegen ontbossing én voor een forse verhoging van de kolenprijzen. Misschien kan hij dat volgend jaar nog eens herhalen als in Warschau (waarschijnlijk) de volgende klimaatconferentie wordt gehouden. In het land dus dat zo royaal stookt op kolen.

Maar eerst Doha. Het belangrijkste doel van deze conferentie is het gat te dichten dat dreigt te ontstaan tussen het bestaande Kyoto-protocol, dat dit jaar afloopt, en Kyoto2, het klimaatverdrag waaraan nog maar weinig landen zich hebben gebonden. Daarin staat dat de geïndustrialiseerde landen hun uitstoot van broeikasgas CO2 zullen reduceren. Maar dat protocol is van weinig waarde zolang het niet wordt gedeeld door de Verenigde Staten en China, de twee grootste economieën van de wereld, terwijl de lidstaten van de Europese unie er bovendien verdeeld over zijn.

Vandaar het pessimisme, het wantrouwen dat de klimaattop begeleidt. Het is aan de regeringsleiders, ministers en anderen om in Dohar te logenstraffen dat hun jaarlijkse klimaatconferentie meer is dan een rondreizend circus.