Hard spelen op een gitaar geeft macht

Gitarist Andy Summers (69) van The Police is dit weekend eregast op het Amsterdam Electric Guitar Heaven festival. „Sting, Stewart en ik hadden een zeldzame onderlinge chemie.”

Andy Summers, rockmiljonair die niet graag op zijn lauweren rust. Foto Getty Images

Als hij één metro later had genomen was Andy Summers nooit zo’n beroemde gitarist geworden. In zijn autobiografie One Train Later (2006) vertelt Summers hoe hij op metrostation Oxford Street een toevallige ontmoeting had met Stewart Copeland, de Amerikaanse drummer die met bassist Sting wanhopig op zoek was naar een vervanger voor de technisch beperkte gitarist van hun beginnende bandje The Police. Het punktijdperk eiste dat gitaristen simpel en ruig speelden, maar Sting wilde méér. Summers paste als door de wol geverfde gitaarvirtuoos in de artistiek ambitieuze driemansbezetting die Sting voor ogen had. De rest is geschiedenis, want The Police ontworstelde zich aan het punkgewoel en werd een van de grootste popgroepen van de jaren tachtig.

Andy Summers had er al een flinke carrière op zitten als gitarist van Zoot Money, Soft Machine, The Animals en legio andere bands. Hij jamde met Jimi Hendrix en Jan Akkerman. Om gehoor te geven aan het verbod op solo’s bij The Police ontwikkelde hij een unieke stijl waarbij de akkoorden een subtiel harmonisch patroon vormden. Zijn gebruik van effectpedalen was vernieuwend en beïnvloedde latere gitaarhelden als The Edge van U2.

Het tiendaagse festival Amsterdam Electric Guitar Heaven had zich geen veelzijdiger eregast kunnen wensen. Los van de kortstondige Police-reünie in 2006 speelde Summers met klassiek gitarist Benjamin Verdery en maakte hij platen met Robert Fripp, Debbie Harry en de Braziliaanse zangeres Fernanda Takai. In Amsterdam opent hij het festival met de Police-song Bring on the night, tevens de titel van een avond met twintig andere acts, zoals het blazers- en gitaarensemble Klang, Indiase slidegitarist Debashish Bhattacharya, Adrian Belew, Jan Akkerman, Danny Lademacher en Pablo van de Poel van DeWolff. Later in het internationaal gerenommeerde festival geeft Summers workshops en duoconcerten, onder meer met Akkerman.

„Ik zal er maar eens een beetje voor gaan oefenen”, zegt Summers laconiek, aan de telefoon vanuit zijn huis in Californië. Hij is net terug van een tournee door Zuid-Amerika, hij is een rockmiljonair die niet graag op zijn lauweren rust. Hij brengt twee gitaren mee naar Amsterdam, hoewel één zou volstaan, zegt hij. De elektrische gitaar is hem even dierbaar als de akoestische. „Ze hebben allebei hun eigen kwaliteiten. De elektrische biedt meer mogelijkheden om het geluid te manipuleren. De noten kunnen langer worden aangehouden en als de snaren laag boven de hals staan, kun je er sneller op spelen. Het is een andere techniek dan de pure sound van nylon snaren op een Spaanse gitaar, vooral als er een groot geluidsvolume en veel effectpedalen aan te pas komen. Een eigen geluid ontwikkel je als rockgitarist allang niet meer door simpelweg een paar akkoorden aan te slaan.”

De magie van de elektrische gitaar greep hem op het moment dat hij er voor het eerst een kreeg. „Ik was twaalf jaar oud en werd weggeblazen door het geluid dat ik zelf produceerde. Het feit dat ik opeens hard kon spelen via een versterker gaf me een gevoel van macht. Ik wilde mijn helden naspelen. Eerst Hank B. Marvin van The Shadows met zijn precieze, simpele gitaarpartijen op die prachtige Fender Stratocaster, de eerste die in Engeland te zien was op tv. Mijn interesse werd al snel gewekt door Amerikaanse jazzgitaristen als Kenny Burrell en Wes Montgomery, omdat ze konden improviseren. Er was nog geen internet waar je instructiefilmpjes kon bekijken. Ik draaide 33-toerenplaten op halve snelheid, om uit de vinden welke noten er gespeeld werden en hoe ze aan hun specifieke geluid kwamen. Er hing een geweldige mystiek om de kunst van het gitaarspelen.”

De jaren zestig en het psychedelische tijdperk brachten meer vrijheid voor rockmuzikanten. „Het begon met The Beatles die de hi-hat van het drumstel achterstevoren afspeelden. Echo, de fuzzbox en het wahwahpedaal gaven gitaristen meer mogelijkheden. De sound werd minstens zo belangrijk als de noten die je speelde. Solo’s werden langer. Jimi Hendrix kon wonderen verrichten met een wahwahpedaal. Ik jamde regelmatig met hem, maar probeerde hem niet te overtroeven. Als ik één ding van hem geleerd heb, dan is het dat je als gitarist je eigen stijl moet vinden. Niemand kon flashier spelen dan hij. De enige manier om naast hem op te vallen was met een eigen geluid.”

The Police kwam voort uit de punkbeweging maar maakte zich los van het simplisme dat gangbaar was onder punkrockers. Summers spreekt minachtend over de „cultus van de talentlozen” die dicteerde dat artiesten niets hoefden te kunnen voordat ze het podium op sprongen of een plaat maakten. „Er werd letterlijk gespuugd op gitaristen die virtuoos konden spelen. In de begindagen van The Police hielden we onze talenten verborgen, totdat we ons los konden maken uit de punkscene en we door de hele wereld in de armen werden gesloten.

„Sting, Stewart en ik hadden een zeldzame onderlinge chemie. Door het enorme succes kwamen we in een heksenketel terecht, die ons er nooit van heeft weerhouden muziek te maken op onze eigen voorwaarden. Dat is best moeilijk als er elke avond tientallen groupies bij je kleedkamerdeur posten die allemaal met je naar bed willen.”

Voor de opname van hun derde album Zenyatta Mondatta (1980) bivakkeerde The Police enige tijd in de Wisseloordstudio in Hilversum. De tijdsdruk was enorm, herinnert Summers zich. „Eigenlijk waren we op wereldtournee, dus het moest allemaal op een holletje. Toen we na drie weken opnemen terugkwamen van een concert in Engeland bleek er van alles mis te zijn met de mixage. De nieuwe mix van het album werd in een dag gemaakt, sneller dan andere bands een single opnemen . Niettemin zijn we met Zenyatta grootscheeps doorgebroken in Amerika. Als band stonden we in vuur en vlam. Zowel artistiek als commercieel hadden we goud in onze handen.”

De breuk van The Police in 1986 voelde als een onafgesloten hoofdstuk, dat twintig jaar later werd voltooid met een uiterst succesvolle reünie- annex afscheidstournee. Als solist hield Andy Summers zich liever op in de luwte van het succes. „Voor de media bleef ik de stergitarist. Het werd niet getolereerd als ik zelf probeerde te zingen, hoewel mijn album XYZ in kwaliteit weinig onderdeed voor The Police. Tegenwoordig kies ik voor incidentele samenwerking, zoals mijn duo met de fantastische Benjamin Verdery. Hij is een klassiek gitarist die de grenzen van genres overstijgt. De combinatie van zijn Spaanse en mijn elektrische gitaar werkt wonderbaarlijk goed, omdat we dienend kunnen spelen en elkaar de ruimte laten.”

Wie is volgens Summers de beste jonge gitarist van dit moment? Hij bromt in de telefoon. „Waarschijnlijk een vijfjarig Koreaans meisje waar nog niemand van gehoord heeft. Totdat er een video op YouTube verschijnt die binnen een dag miljoenen kijkers trekt. De ontwikkelingen gaan zo snel dat het voor een oude rot nauwelijks meer bij te houden is.”

    • Jan Vollaard