Gif in vliegtuigen risico voor piloten

De gezondheid van piloten en ander vliegend personeel kan worden aangetast door giftige stoffen, organofosfaten, in de lucht van vliegtuigcabines. Er zijn steeds meer wetenschappelijke aanwijzingen dat deze stoffen zich ophopen in het lichaam en bij mensen met een aangeboren gevoeligheid op den duur neurologische problemen veroorzaken: burn-out-verschijnselen, slapeloosheid, of problemen bij de concentratie of lichaamsbeweging.

De lucht in cockpits en cabines van vliegtuigen wordt vervuild door restanten verbrande motorolie uit de motoren, doordat verse lucht via de motoren het toestel binnenkomt. Daardoor lekt er soms motorolie met zogeheten tricresylfosfaten (TCP’s) in de vliegtuigcabine. Het gaat hierbij om extreem lage hoeveelheden die waarschijnlijk pas na jarenlange, vaak decennialange, ophoping in het lichaam van mensen die veel vliegen gevaarlijk kunnen worden.

Hoogleraar toxicologie Martin van den Berg van de Universiteit Utrecht vindt dat luchtvaartmaatschappijen „moreel verplicht zijn” hun personeel te testen op TCP’s en andere schadelijke stoffen in het bloed. Hij kan zich goed voorstellen dat de TCP’s neurologische klachten bij vliegend personeel veroorzaken.

Een woordvoerster van KLM zegt dat „er voor ons nooit aanleiding is geweest voor het afnemen van testen. Wij vliegen met gecertificeerde toestellen. Als daar een probleem mee is, dan moet de vliegtuigbouwer daarop aangesproken worden, niet wij.”

In Nederland bereiden piloten en stewardessen een proces voor, omdat zij vinden dat hun werkgever zijn zorgplicht heeft verzaakt. Oud-stewardess Lenie Alders die met zware neurologische klachten kampt, zegt het „onacceptabel en onverantwoord” te vinden dat haar haar gezondheid niet beschermd is.

    • Sander Voormolen
    • Kees Versteegh