‘Gewoon niet zeuren en zeiken’

En weer moet de hoofdredacteur van Het Parool mensen ontslaan. Bij een salade met tonijn vertelt Barbara van Beukering dat ze niet altijd even empathisch is.

Barbara van Beukering: „Ik zou weleens een hele maand vrij willen.” Rechts de vitrinekast aan de muur bij haar thuis, met daarin de kinderschoenen van haar drie dochters.

Ik vond het heel gezellig, zegt Barbara van Beukering (46) als ze in alle haast vertrekt. „Alleen jammer dat je me moest interviewen.” De hoofdredacteur van Het Parool, de krant van Amsterdam, gaf in de afgelopen honderd minuten antwoord op bijna alles wat ik vroeg. Ze praatte gemakkelijk over haar krant, haar drie dochters, haar broer die moslim werd en ze lachte haar harde, schorre lach. Maar zelf wilde ze ook een paar dingen weten. Dus sloot ze heel wat antwoorden af met een wedervraag. „Hoe gaat het dan bij jou, bij jullie, bij jullie krant?”

Het duurde even voor ze af kon spreken. Haar agenda, mailde ze een maand geleden, zat tot het einde van het jaar „he-le-maal vol”. Ze wist wel meteen wáár ze wilde lunchen. Het Stedelijk Museum dat op dat moment nog heropend moest worden.

Als we afspreken is het museum al een poosje open. En natuurlijk was ze er al geweest. Bij de opening met de koningin kon de hoofdredacteur van de stadskrant niet ontbreken. Maar, zegt ze best een beetje trots: „Ik heb er expres nog niet gegeten.”

„Wat een hit” en „Wat een hotspot”, juicht ze als ze het restaurant binnenloopt onderin de nieuwe aanbouw van het museum – de badkuip. Het is er afgeladen vol. De drukte lijkt haar niet te deren, integendeel, ze geniet ervan. Toch vraag ik of ze het niet vervelend vindt, zo ingepakt zitten tussen al die dagjesmensen. Ben je gek, zegt ze, en stroopt haar zwart kanten mouwen iets verder op. „Die herrie”, schreeuwt ze, „daar schreeuw ik wel overheen.” Ze neemt een flesje water, een witte wijn en een salade met tonijn. Ze strekt haar nek om de grootte van het bord sla aan een ander tafeltje te beoordelen en besluit dan dat ze een grote wil.

Barbara van Beukering is een gymnasiummeisje met rode nagels en een diep decolleté, een Amsterdamse uit Friesland, carrièrevrouw én de jonge moeder van dochters die alle drie bijna volwassen zijn. Ze werkte jarenlang voor glossybladen en daarvoor bij de tv. En ineens maakte ze, in 2002, de overstap naar de ‘serieuze’ pers. Toen ze chef werd van Volkskrant magazine vonden sommige redacteuren van de krant dat een bedreiging. Ze zou wel een feestbeest zijn en een mannenverslindster ook, zo vaak zagen Amsterdammers haar drinkend in de kroeg of dansend in kunstenaarssociëteit de Kring. Met haar vrouwenpraat werd de krant vast minder meneer.

Deze vrouw is nu al meer dan vijf jaar hoofdredacteur van Het Parool. „Het gaat niet zo goed als moet”, zegt Barbara van Beukering. De verspreide oplage van de krant schommelt zo rond de 85.000 per dag. Maar ze kan de daling van 6,9 procent ten opzichte van het vorig jaar verantwoorden. „Het Parool was gewend zelfstandig te opereren, we deden altijd onze eigen marketing. Stunten met proefabonnementen, vijf weken voor een tientje, dat soort dingen.” De krant werd als eerste Nederlandse krant overgenomen door het Belgische krantenconcern De Persgroep. In 2010 kwamen daar de kranten Trouw, de Volkskrant en AD bij. „Nu is er één algemeen marketingbeleid. Proefabonnementen doen we niet meer, en dat merken we in de verkoopcijfers.”

Ik vraag of ze het niet vervelend vindt, weer met zoveel kranten bij één eigenaar. Voorheen waren de meeste Nederlandse kranten, inclusief NRC Handelsblad, onderdeel van PCM. „Flink wat mensen hebben een PCM-trauma”, zegt ze. Een van de problemen was dat destijds de winst van de één gebruikt werd om de verliezen van de ander, de concurrent nog wel, te compenseren. Niet iedereen was nog bereid om Het Parool, dat vooral verlies leed, overeind te houden. „Nu zitten we comfortabeler, bij een goed geleid bedrijf.”

Haar voordeel is dat haar krant de eerste aanwinst van de Belgen was. „Nee, we zijn niet het lievelingetje. Laat ik zeggen: er is sympathie voor ons.” Nog een voordeel: Frits Campagne, de voormalige uitgeefdirecteur van Het Parool, is nu algemeen directeur van het concern. „Hij kent ons door en door.” Het voorkomt niet dat er weer een bezuinigingsronde aankomt. Van de 81 voltijds banen moeten er zeven weg. Barbara van Beukering hoopt dat met minder pijn te doen dan de ontslagrondes van een paar jaar geleden. „Een kwart van onze redacteuren is ouder dan 55 jaar.” Alle mensen boven de 60 is een vrijwillige vertrekregeling aangeboden.

Barbara van Beukering doet de personeelszaken zelf. Dat vindt ze vanzelfsprekend. „Mensen zijn het belangrijkste wat je hebt.” Hoe ging dat mopje ook alweer?, vraagt ze. „Iets met Sam en Moos, en de een wenst de ander veel personeel toe. Want er is altijd wat.” Ze telt op haar vingers: „Hersenbloeding, darmkanker, een scheiding.” Dat zijn de trieste gevallen. En dan heb je, zoals in elk bedrijf, de „zeikers en de piepmuizen”. En nee, zij is niet het type baas dat zegt: „Verkouden? Ga jij maar eens lekker vroeg naar huis.” Ze is, zegt ze, niet altijd even empathisch. Ook niet voor zichzelf.

Strenge opvoeding? Ouderwetse ouders? Een of ander calvinistisch getint geloof? Haar ouders waren eerder bourgondiërs dan calvinisten, zegt ze. „Eten, drinken, laat naar bed.” En allebei een ijzeren gestel. „Mijn moeder is in twintig jaar niet bij de dokter geweest. Ze is er trots op dat ze niet eens een huisarts heeft. Ik mocht best tot 6 uur ’s ochtends uit. Maar daar stond tegenover dat je de volgende ochtend niet zeurde of zeek. Je werd gewekt voor het zaterdagse ontbijt. En om 10 uur was het tuin aanharken, en om 12 uur de auto wassen.”

Uitgaan is ze altijd blijven doen. „Waarom niet? De werkdag zit erop, de kinderen liggen in bed, niemand heeft er last van.” Uitgaan is eten met vrienden, doorzakken in de kroeg en soms daarna nog dansen. En dan zijn er nog drie, vier avonden per week dat ze in de avonduren verplichtingen heeft voor haar werk. „Als ik in mijn agenda kijk voor de komende drie weken, en ik zie elke avond wat en ook de weekeinden vol, dan droom ik weleens van één hele maand vrij.”

Bibeb

Ze is de dochter van een ziekenhuisdirecteur (haar vader) en de burgemeester van Terschelling (haar moeder). Amsterdammers van geboorte, maar in de vroege jaren zestig naar het noorden verhuisd. „In het westen waren geen huizen en geen banen.” En dus groeide zij en haar tweelingbroers van een jaar jonger op in Drachten. Laatst is ze er voor het eerst in jaren weer eens geweest. „Ik herinnerde me nog dat het er lelijk was. Maar zo lelijk?” Zodra ze kon, ging ze er weg. Naar de school voor journalistiek in Utrecht. „Ik wilde Bibeb worden. Of Ireen van Ditshuyzen.” Schrijvend interviewer of documentairemaker. Het werd presentator, redacteur en later eindredacteur bij de Tros en daarna de Avro. Haar moeder en haar twee broers wonen nu net als zij in Amsterdam. Haar vader is zeventien jaar geleden overleden. Darmkanker. „In vijf weken tijd was hij weg.” Ze heeft hem tot het eind verzorgd. Milou, haar derde dochter was net geboren. „Ik reisde elke dag van haar naar hem.”

Haar oudste dochter Ruby is 21 en studeert Media en Cultuur aan de Universiteit van Amsterdam. „Achteraf had ik dat ook wel willen doen.” Ik vraag of haar dochter ook bij de krant wil werken. Ze schudt haar lange blonde haren. „Weet ik niet. De meeste meisjes zoals zij willen bij de Linda werken of bij De wereld draait door.” Jonge mensen zien geen toekomst meer in de krant, zegt ze. Ze kan ze geen ongelijk geven. Ze heeft haar dochter die met vijf vriendinnen in een studentenhuis woont een abonnement op Het Parool gegeven. „Een leuke, toegankelijke krant.” Maar als ze ziet welke stukken ze dan lezen. „Nul nieuws. Alleen de stukken in PS.” PS is de zaterdagse bijlage. Is dat zo erg dan, vraag ik. Ze denkt na en schudt van nee. „Ik geloof ook niet dat ik me op die leeftijd bekommerde om nieuws.”

Ik vraag wat haar middelste dochter studeert. Ze lacht. „Laura heeft een tussenjaar.” Ze herhaalt het in het Engels. „Een gap year.” Had haar oudste dochter ook gewild, maar toen heeft ze het verboden. „Ik zei: wat ga je dan een jaar lang doen. Bijkomen, zei ze. Ik zeg: Bijkomen? Waarvan? En van welk geld? Bespottelijk.” Enfin, ze ging rechten studeren. Dat liep mis. Een studiejaar verspeeld. Dus toen haar tweede dochter over het tussenjaar begon, zei ze: „Goed idee. Neem je tijd.” Ze werkt als barkeeper in café-restaurant Amsterdam.

De pil

De serveerster van het museumrestaurant is haar net om de hals gevlogen. Een vriendinnetje van een van de dochters. Ik weet dat je dat soort vragen nooit aan mannen stelt, en dat het rolbevestigend is enzo, maar toch wil ik weten hoe het kwam dat zij op haar 23ste een kind kreeg. Voor een hoog opgeleide vrouw van haar generatie is dat opvallend jong. Ze leerde haar man, Thomas Deelen, kennen toen ze 22 was. „Hij was 41 en vader van een zoon van 9, Jasper. Vanaf het moment dat ik bij hem introk was ik ook moeder.” Thomas vroeg haar, aan de keukentafel met een fles wijn, naar haar eigen kinderwens. „Ik zei dat ik eerst carrière wilde maken en dan rond mijn dertigste een kind. Hoezo, zei hij, wil je op je dertigste dan geen carrière meer maken?” Om het kort te houden: die avond nog gooide ze de pil weg. Haar man stopte met zijn werk in de reclame toen het hare steeds drukker werd. „Hij wilde wel huisman worden. We zouden het een jaar proberen. Voor het geval ik er na een jaar spijt van zou krijgen.” Ze zijn nu 23 jaar getrouwd en de taken zijn verdeeld. „Hij kookt van maandag tot en met donderdag. De andere dagen kook ik. Thomas is een basiskoker. Een aardappeltje, een karbonaadje, een goeie pastasaus. Ik hou meer van uitpakken.”

Als er een moment is om te vragen hoe het zit met dat mannen verslinden, dan is het nu. Ze lacht hard. „Wordt dat nog steeds gezegd? Ik dacht dat het de laatste jaren minder werd.” Geruchten hebben haar altijd aangekleefd. Die zwollen aan na de column in de Varagids, waarin Heleen van Royen schreef dat Barbara van Beukering haar aanstelling bij Volkskrant magazine te danken had aan haar nachtelijke avonturen met columnist Martin Bril en presentator Matthijs van Nieuwkerk. Ze kan er wel om lachen. „Ik heb veel mannenvriendschappen. Als ik om 3 uur ’s nachts in de kroeg zit met een man, dan zal ik het wel met hem doen. Zo krijg je praatjes.”

Net als ze zit te vertellen dat ze eigenlijk niet weet waarom haar broer moslim werd, maar dat hij heel gelukkig is met zijn Marokkaanse vrouw en zoontje Abdulla, gaat haar telefoon. De directie van de Avro, RTV-Noord-Holland en AT5 zitten op haar te wachten. Het Parool is sinds kort mede-eigenaar van de hoofdstedelijke televisiezender. Sorry, sorry, zegt ze, als ze opstaat met de telefoon nog aan haar oor. Een stevige handdruk, en weg is ze.

    • Rinskje Koelewijn