Die kwaadheid voelde zo goed!

Eric de Vroedt (1972) maakt met Mightysociety actueel, geëngageerd toneel en trekt daarmee volle zalen. Op 10 december krijgt hij de Clara Meijer-Wichmann Penning, een mensenrechtenprijs. „Het begint altijd met een opiniepaginagevoel.”

Prijs

„Nee, ik kende de penning niet. Toen ik werd gebeld, dacht ik: ik zal wel weer aan een debat moeten meedoen. Ik googelde de prijs tijdens het telefoongesprek. En ja, ik begrijp het wel. In een klimaat van makkelijke meningen, geschreeuw en hysterie, heb ik toch telkens geprobeerd de nuance te agenderen, hopelijk op een spannende manier. Mightysociety, zo zegt de jury, heeft situaties belicht waarin mensenrechten onder druk staan. Zelf zou ik zo’n prijs aan een onzichtbare ambtenaar willen geven. Een beleidsman, iemand die in alle bureaucratische stroperigheid een verschil probeert te maken, want dat is volgens mij toch het allermoeilijkste. Besturen, het lijkt grijs en futloos, maar is zo belangrijk.”

Engagement

„Ieder stuk begint bij mij met een opiniepaginagevoel. Vervolgens verdiep ik me in een kwestie en begint het echte engagement. Dat gaat voorbij de linkse verontwaardiging, die na enige inspectie vaak doorsneeverontwaardiging blijkt. Het wordt moeilijk als de dilemma’s komen, dan weet ik zelf ook vaak niet meer waar ik sta. Ik lach daar nu om, maar dat kan bijzonder irritant zijn. Die kwaadheid had zo goed gevoeld! Ik schreef mijn subsidieaanvraag ook vaak met die boosheid en dan hoorde ik ze denken: ‘ha, een woedende kunstenaar, goed!’ Maar er is troost: de boosheid die uiteindelijk overblijft na studie, begrip en verdieping is dieper, meer bezonken en dus ook waarachtiger.”

Barend en Van Dorp

„Toen ik tien jaar geleden begon met Mightysociety was reflectie op de eigen tijd volkomen not done. Toen de wereld na 11 september in brand stond, deed de toneelwereld alsof er niets aan de hand was. Bij debatcentrum De Balie kwam ik geëmotioneerder naar buiten dan uit het theater. Bij een praatprogramma als Barend & Van Dorp ging het er dramatischer en theatraler aan toe dan op het toneel. Verbijsterend vond ik dat.”

Antipolitiek

„Die enkele keren dat toneelmakers zich wel inlaten met maatschappelijke kwesties, slaat hun apolitieke houding vaak om in antipolitiek. Dan krijg je de boodschap: zo zijn mensen nu eenmaal, die zijn altijd uit op macht. Dan wordt het ongevaarlijk. Ik wil mensen juist opzadelen met een dilemma. Ik wil ze naar huis laten gaan met prangende actuele vragen als: Is zo’n interventie in Afghanistan nu verstandig?”

Toneelschool

„Ik was geen briljant acteur, maar ik had wel de grootste bek. Ik weet nog dat we heel serieus ingingen op de oproep van kunstenaars uit Sarajevo om te proberen die belegerde stad Europese culturele hoofdstad te maken. We hebben de lessen platgegooid. Naderhand wilde ik ook eigenlijk niet meer gewoon studeren: wat was dat lullige acteren in het licht van de wereldproblemen?”

Conformisme

„De theaterwereld is angstig. Hoofdoorzaak: de gigantische verstrengeling. Collega hier zit weer in een commissie daar, die is weer programmeur van dat festival, en hij zou je wel eens kunnen overslaan bij de samenstelling van... En zo zit iedereen aan elkaar vast. Dat werkt conformisme in de hand. Je denkt: artisticiteit creëert vrijheid, maar dat is helemaal niet waar. Iedereen is als de dood dat hij niet in de smaak valt en dus houdt iedereen zich aan talloze ongeschreven, maar keiharde regels. Zoals: toneel mag geen cabaret zijn. Albert Heijn in je stuk is banaal. Actualiteiten zijn voor de tv. En zo verder. En waarom eigenlijk? Omdat iedereen het vindt.”

Vinexwoede

„Al ver voor Fortuyn zag ik dat verontwaardiging niet per se links hoeft te zijn. Alles wat politieke vertaling kreeg bij Fortuyn, hoorde ik in de jaren tachtig al bij ons in de vinexwijk. Neem mijn vader. Eerst stemde hij Wiegel, daarna LPF en waarschijnlijk daarna Wilders. Hij gaf altijd af op kunstsubsidies, terwijl mijn moeder na de scheiding zakelijk leider werd van een mimegroep. Mijn oom, een taxichauffeur, zat tegen het xenofobe aan. Tijdens verjaardagvisites liepen de discussies hoog op. Ik vond dat spannend, maar ook gênant; mijn moeder gaf de rechtse oom, na de zoveelste aanval op de kunstsubsidies, zelfs eens een klap in het gezicht.”

Alcoholist

„Ik zag bij mijn vader dat dit soort politieke onvrede vaak de projectie is van een gevoel van persoonlijk falen. Hoe vaak hij me niet verteld heeft dat hij rijk was geweest, vroeger. Een miljonair, met zijn eigen vastgoedbedrijf. Inmiddels was hij over de kop gegaan, waren mijn ouders gescheiden en verwende hij me op weekeinden met louter actiefilms. Zelf dronk hij zich dan een stuk in de kraag en viel naast ons in slaap. Hij was bang, zei hij, dat een verzorgende overheid het initiatief van mensen smoort, terwijl dat bij hem toch vooral gebeurde door zijn drankzucht. Ooit was ik zijn oogappel, maar na de scheiding koos ik steeds meer voor de wereld van mijn moeder. En toch heeft hij kort voor zijn dood nog gezegd: jij had mijn bedrijf kunnen overnemen. Alsof ik dat ooit had gewild! Alsof zijn leven mij tot voorbeeld strekte, dat domme, afgestompte leven van hem. Bizar eigenlijk.”

Mars der beschaving

„Ik vind die protestmars ook nog altijd geslaagd. Niet om die kunstbezuinigingen van tafel te krijgen. Wie daar in dat stadium nog in geloofde, was bijzonder naïef – en ja, die waren er, waarschijnlijk opgegroeid in Amsterdam-Zuid. Maar de mars was geslaagd omdat we lieten zien, en ontdekten, waartoe we in staat waren, gezamenlijk. De mars bleek een opdracht aan onszelf. Zo van: ja, wij moeten nu veranderen. Dat gevoel zie je wegebben, jammer genoeg. De aanval uit de politiek is geluwd, godzijdank, maar sindsdien zie je een soort implosie. Men gaat over tot de orde van de dag. Doodzonde! We moeten juist beginnen aan een lange mars door de instituties. Zorgen dat we in het lobbycircuit goed zijn vertegenwoordigd, aan tafel met invloedrijke bestuurders, ertegenaan!”

Toptoneel

„ Ik ben de laatste jaren veel in het buitenland naar het theater geweest en heus, wij brengen hier het allerbeste. Ja, doe maar verbaasd! Het is inderdaad een goed bewaard geheim, ook voor onszelf. De diversiteit is enorm, de kwaliteit ongeëvenaard. Maria Goos [toneelschrijver, red.] zei het laatst nog heel terecht: geen van de buitenlandse vertolkingen van haar stuk Cloaca hadden die bijzondere mix van humor en drama van de Nederlandse vertolking. Nergens in de wereld kunnen acteurs dat zoals hier.”

Hamlet

„Neem de Hamlet in de regie van Luk Perceval. Het beste wat ik de afgelopen jaren heb gezien. Eigenlijk was het totaal niet te begrijpen wat er gebeurde op het toneel, echt abracadabra. En toch blies het me totaal van de sokken. Daar schrok ik van, want dit was het toneel waar ik me juist tégen had verklaard: hermetisch, weinig humor, geen actuele verwijzingen. Maar deze Hamlet wist bij mij wel het moment van catharsis te creëren waar het volgens mij bij toneel om gaat. En wat ik ook probeer te doen. Je kunt mensen eigenlijk alleen betrekken bij maatschappelijke thema’s als het leed van Afrika of het broeikaseffect als je ze pakt. Als licht, geluid, tekst en acteren opeens zo samenvallen dat het publiek één moment denkt: ‘ja, nu snap ik het’. Een minuut later is dat misschien weer helemaal weg, maar dan hebben ze dat magische moment wel beleefd. Dat heeft toneel voor op debatten, boeken, lezingen. Daar zal zo’n magisch moment nooit optreden.”

Huwelijksaanzoek

„Toen ik in augustus de Amsterdamprijs [de belangrijkste kunstprijs van de stad, red.] kreeg, heb ik mijn geliefde ten huwelijk gevraagd. Vanaf het podium. Maar ik waarschuw voor te grote verwachtingen: bij deze uitreiking komt er geen nieuw aanzoek, of de aankondiging van een baby. Ik ben in het dagelijks leven vrolijker dan ik misschien overkom als ik over toneel praat. Wel, ik kan er in ieder geval de humor van inzien dat ik mijn aanstaande te danken heb aan de grote boeman. Ik leerde haar kennen toen ze me interviewde over Wilders, de musical.”