De tranen van Shiva zijn overal

Jelle Brandt Corstius doet verslag uit India, na zeven maanden verblijf.„Ik voelde me er meteen thuis.”

Rosan Hollak

Het is niet iets wat je dagelijks doet: een draadje door je neus naar binnen duwen en weer door je mond naar buiten trekken. In India deed journalist Jelle Brandt Corstius een poging, in een ashram waar The Beatles vlakbij ooit de liedjes voor hun White Album schreven. Het lukte hem. Bijna. „Ik ben denk ik niet spiritueel genoeg”, zegt de documentairemaker, gezeten in de lounge op de elfde verdieping van het Double Tree Hotel in Amsterdam.

Het reinigingsritueel met het touwtje, dat Brandt Corstius leert van een yogi, komt voor in de eerste aflevering van zijn nieuwe reisserie Van Bihar tot Bangalore, vanaf zondag te zien in bij de VPRO.

Na zijn twee tv-series over Rusland, Van Moskou tot Moermansk en Van Moskou tot Magadan, probeert Brandt Corstius dit keer India te doorgronden. In acht afleveringen reist hij van miljoenenstad Bihar in Noord-India tot het zuidelijke hightechcentrum Bangalore. Hij behandelt tal van onderwerpen, uiteenlopend van gearrangeerde huwelijken en het kastensysteem tot aan Bollywood.

Brandt Corstius, die met regisseur Hans Pool twee jaar aan de serie werkte, volgde in Nederland een cursus Hindi en verbleef in totaal zeven maanden in India. In de eerste aflevering brengt hij een bezoek aan Varanasi, het spirituele oord aan de Ganges, de rivier waarin mensen baden, poepen en hun gecremeerde doden (33.000 per jaar) gooien. Daar spreekt hij met een Indiase wetenschapper over de kwaliteit van het water. Een bizar gesprek, omdat de man eerst vertelt hoe smerig het water is om vervolgens aan te kondigen dat hij er zelf een duik in gaat nemen. „Typisch India”, zegt Brandt Corstius. „Religie speelt een belangrijke rol in het dagelijkse leven. Je kunt een serieus gesprek voeren met zo’n wetenschapper over de hoeveelheid strontbacteriën in de Ganges en dan zegt hij ineens: zie je die bocht in de rivier? Dat zijn de tranen van Shiva.”

Was dat in Rusland anders?

„Ja, het geloof is er bij de Russen in de Sovjettijd echt uitgeramd. Tot mijn verrassing bleek India, ondanks het klimaatverschil, erg op Rusland te lijken. Ik voelde me er meteen thuis. Herkenbaar vond ik de corruptie en de levensinstelling: de houding dat je leven morgen voorbij kan zijn.”

Varanasi is een toeristenoord. In de aflevering zag ik geen enkele westerling in beeld komen. Is dat met opzet?

„Ik had makkelijk een hele aflevering kunnen wijden aan de krankzinnige spirituele toeristenindustrie in Varanasi. Dat wilde ik niet. Ik wilde me richten op kwesties waar Indiërs zich mee bezighouden. Dus geen kinderarbeid, dat is iets wat wij in het Westen belangrijk vinden, maar onderwerpen als het vrouwentekort of de groeiende outsourcingindustrie in India.”

Hoe heeft u zich voorbereid?

„Ik heb veel Indiase kranten gelezen en research op internet gedaan. Maar dat was voornamelijk in het Engels, daarmee sluit je ongeveer 95 procent van wat er gaande is uit. Op mijn eerste verkennende reis heb ik in iedere regio lokale journalisten gevraagd onderzoek te doen. Zij zijn de belangrijkste bronnen geweest voor de verhalen die we uiteindelijk hebben gemaakt.”

Hoe is het niveau van de kranten in India?

„Nou, kwaliteitsjournalistiek is er niet echt. Toen we in een dorp in Punjab een vrouwelijke arts interviewden over het feit dat Indiërs soms hun meisjesbaby’s te vondeling leggen, kreeg ik ’s ochtends The Times of India op de deurmat. Daarin stond een artikel: ‘Hollywood crew comes to film doctor’s book’. Er stond in dat we uit Hollywood kwamen en een film maakten, onze namen waren correct gespeld. Er werd ook gemeld dat Angelina Jolie een rol in de film zou spelen en dat wij een met ketchup besmeurde pop hadden gefilmd, alsof dat een dode baby was. Dat hadden ze allemaal uit hun duim gezogen.”

U gaat ook langs bij een weeshuis voor meisjes. Voor het gebouw staat zelfs een container waar mensen hun baby achterlaten. Was dat confronterend?

„Eerst dacht ik: o wat zielig. Maar dit waren eigenlijk nog de geluksvogels. Zij waren daar tenminste afgeleverd of krijsend op de vuilnisbelt gevonden. Maar hun toekomst zag er niet goed uit. Wie wil met zo’n meisje trouwen als niet eens duidelijk is tot welke kaste ze behoort?”

U heeft twee keer Zomergasten gepresenteerd. Staat u daardoor nu anders voor de camera dan in Rusland?

„Toen ik met die Ruslandserie begon, had ik geen tv-ervaring. Bij de VPRO vonden ze die ‘onhandige, schattige Jelle’ wel leuk, maar dat ben ik nu niet meer. Ik ben veranderd. Live tv geeft zulke grote, dikke stress: als je dat eenmaal hebt gedaan is de rest peanuts. Ik begrijp nu beter hoe ik voor de camera moet staan. Maar ik blijf wel onhandig. Ik kan nog steeds niet zomaar een tekstje eruit gooien.”

In één van de afleveringen zegt u dat voor Indiërs de vrije wil niet bestaat. U noemt dat ‘een geruststellend idee’.

„Indiërs schieten wel te veel door richting fatalisme. In Nederland geloven we in de maakbare samenleving. Neem de buienradar. Ik zou graag iets ertussenin willen.”

U gaf al aan geen aanleg voor spiritualiteit te hebben. Heeft India u veranderd?

„Ik ben nogal rusteloos, maar ik heb nu wat meer geduld. In India sta je makkelijk ergens twee uur in de rij. Gelukkig had ik wel altijd een boekje bij me. Je moet toch íéts kunnen doen. Je hebt van die mensen die zeven uur in een vliegtuig zitten en in die periode he-le-maal niks doen! Daar begrijp ik niks van.

„Verder was India vooral zeer vermoeiend. We zijn sinds eind mei al terug maar ik heb bijvoorbeeld nu pas zin om weer te gaan schrijven of me bezig te houden met nieuwe plannen. Misschien wil ik wel eens iets anders dan het buitenland.”

Waar denkt u dan aan?

„Een documentaireserie over Nederland. Heb ik een keer geen visumproblemen. En bovendien spreek ik de taal. Perfect.”

Van Bihar tot Bangalore (VPRO, 8 afleveringen)Zondag, Ned. 2, 20.25 uur

    • Rosan Hollak