De burger moet wat hij mag

Het was een topweek voor de Nederlandse burger. Zoals gebruikelijk hebben weinig mensen er iets van gemerkt. Wij mochten in september stemmen en nu moeten we dankbaar alle extra verantwoordelijkheden op ons nemen waar onze afgevaardigden toe hebben besloten. Dank u wel voor de alle eigen risico’s.

De burger was eerder dit jaar al verblijd met een knap rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). Onder aanvoering van Pieter Winsemius pleitte de WRR voor meer Vertrouwen in Burgers. Als antwoord op onvrede en passiviteit bood de WRR een wegenkaart naar een doe-democratie. Bij vlagen behoorlijk abstract, maar gedacht uit het oogpunt van burgers. Dat was winst.

De Raad voor het Openbaar Bestuur voegde daar vorige week aan toe: Loslaten in Vertrouwen. Naar een nieuwe verhouding tussen overheid, markt én samenleving. Het accent op ‘én’ las als een nieuw verzoek aan Den Haag de burger niet te vergeten. Meer begeleiding van de trend van het moment: de uitverkoop van Den Haag, leve de gemeente, leve de burger, alles moet weg.

Maar mode bedriegt. Zoals het Sociaal en Cultureel Planbureau in zijn Sociaal en Cultureel Rapport, voor het laatst onder verantwoordelijkheid van Paul Schnabel, deze week constateerde: allerlei vormen van verantwoordelijkheid worden met enige haast bij de burger gedeponeerd, maar wel onder regie van de overheid. U mag het zelf weten, maar volgens onze richtlijnen, anders volgt een boete. Een beroep op de burger. Minder verzorgingsstaat, meer verantwoordelijkheid?, luidt de priemende titel.

Net bekomen van de inkomensafhankelijke zorgpremie moest de burger deze week met zijn huisarts overleggen of de verwijzing naar de psychiater voor iedere apotheek, doktersassistent en hobbyhacker vindbaar zou zijn. De Eerste Kamer stemde vorig jaar tegen het elektronisch patiëntendossier (EPD) omdat opzet en uitwerking van het systeem rammelden. Sindsdien moedigde minister Schippers medische koepels en verzekeraars aan tot een zogenoemde „private doorstart”.

Na de opnieuw gerezen privacyzorgen beloofde Schippers donderdag in Nieuwsuur een wetsontwerp dat burgers inzagerecht in de eigen gegevens geeft en stelt dat artsen en apothekers in beginsel alleen regionaal toegang hebben tot het systeem. Het was politiek behendig. Luisteren naar het volk is altijd goed.

Bij nader inzien was Schippers’ actie ook symptomatisch voor de bredere ontwikkeling waar al die burgerrapporten over gaan, de hardnekkige neiging van de Haagse politiek beter te blijven weten wat goed is voor de burger. In dit geval was het ook: je zin doordrijven, ondanks een parlementaire afwijzing, en vervolgens als wetgever de privaat gedefinieerde aanpak garneren met minimumeisen. In het publieke belang. En om je project te redden. Ook al kun je de veiligheid niet garanderen en lezen de Amerikanen misschien mee.

De vervreemding van de Nederlandse burger werd deze week met levensechte verhalen beschreven door de Nationale Ombudsman Alex Brenninkmeijer. In zijn Kees Lunshoflezing schetst hij de „diplomabureaucratie” die het gevolg is van de steeds veranderde, uiterst ingewikkelde sociale regelingen. Juist de mensen die het moeten hebben van toeslagen en uitkeringen haken af, omdat zij zonder academische graad de weg kwijtraken in de lokettensteppe.

Teleurgestelde burgers trekken al langer de aandacht van politiek en wetenschap. In zijn net verschenen boek Democratie onder druk. Over de uitdaging van de stemmingendemocratie gaat de Tilburgse bestuurskundige Frank Hendriks na hoe het zo is gekomen en wat dat heeft gedaan met onze democratie. Hij wijst op het ongeduld waarmee vernieuwingen hier worden doorgevoerd, en weer afgevoerd na subiet gebleken gebrek aan draagvlak. In de Zwitserse verhoudingen heeft de burger meer reële invloed op beleidskeuzes en wordt achteraf minder gemuit, heeft hij vastgesteld. Geleidelijkheid is een woord dat hier bestuurskundig is zoekgeraakt.

In rust besturen zal er nooit van komen. Maar de voorspelbare commotie die zal oplaaien als de komende jaren ontslaan makkelijker wordt en de WW wordt bekort, als duizenden ouderen en langdurig zieken minder hulp aan huis krijgen en vrouwen die een leven lang gezorgd hebben naast kleine baantjes materieel tussen de wal en het schip raken, vraagt om drastisch nieuwdenken van politiek en bestuur.

Dan helpen al die verstandige analyses van de geknechte burger niet. Het is waar: de nieuwe overheid heeft nieuwe burgers nodig, zelfstandiger, initiatiefrijker, alles waar Amsterdams kersverse wethouder Pieter Hilhorst voor heeft gepleit. Maar dat lukt niet door eenzijdig de financiële lasten en gedragsdictaten bij de burger over de schutting te werpen. Zonder empathie.

Allemaal keihard egorijden en hopen dat het extra fijnstof wel wegwaait door de hoge snelheid, zoals minister Schultz doet, het zal de overheid en de burger geen wederzijds vertrouwen bezorgen. Het SCP-rapport laat zien dat burgers best meer zelf willen oplossen, zolang de overheid er maar is voor wat er echt toe doet.

Dát definiëren moet hoog op de agenda komen. Niet als organisatievraagstuk, maar als perspectief. Het mooiste verhaal van de week werd daarover gisteravond gehouden door Alexander Pechtold in zijn Kerdijklezing. In een (kunst)historische vogelvlucht beschrijft hij hoe het land vooruit kwam in tijden waarin optimisme werd gevoed door een wervend toekomstperspectief. Dáár is de politiek voor. Niet voor vrome praatjes over burgerschap omdat je er zelf als bestuurder niet uitkomt.

Marc Chavannes

U kunt de auteur e-mailen via opklaringen@nrc.nl