Brieven over Zwarte Piet

Die negertjeskarikatuur is snel genoeg verdwenen

In het artikel van Heleen Crul over Sinterklaas vinden wij het zwakste argument tot nu toe om Zwarte Piet te behouden: kinderen willen dat (Opinie&Debat, 24 november). Omdat deze kinderen nu eenmaal een negertjeskarikatuur gewend zijn, kunnen we hier natuurlijk gerust mee doorgaan. Wat voor kleur hebben deze kinderen dan?

Laten we van Zwarte Piet een schoorsteenveger maken – niet de variant waarbij hij op wonderlijke wijze gouden oorringen en volle rode lippen krijgt, maar met roetvegen en romantisch-armoedige kleren. We behouden een geliefde traditie en hoeven ons niet langer in bochten te wringen om een racistische gewoonte te rechtvaardigen.

Er komen elk jaar nieuwe kinderen. Die weten niet beter. Kinderen zijn nu eenmaal niet zo slim, maar zwarte mensen wegzetten als knechtjes – dat pikken ze wel op.

T. ten Berge

Utrecht

Ook ‘manager’ racistisch

In Opinie&Debat (24 november) schaart publiciste Heleen Crul zich kritiekloos achter de poging om Sinterklaas op de lijst voor Immaterieel Cultureel Erfgoed te krijgen. Het is toch op zijn minst curieus dat een feest dat al eeuwen gevierd wordt, en populairder is dan ooit, bescherming nodig zou hebben. Het betitelen van Sinterklaas als erfgoed maakt deze traditie steeds meer een essentialistisch symbool voor ‘de’ Nederlandse cultuur. Door mee te doen, bewijst iedere ‘allochtoon’ zijn of haar loyaliteit aan Nederland. Tegelijkertijd wordt elke kritiek op Zwarte Piet van de hand gewezen als onrechtmatig, vanuit de redenering dat ‘allochtonen’ het recht niet hebben om ‘onze’ culturele tradities te bekritiseren. Als Crul schrijft over Sinterklaas als sociaal bindmiddel, rijst de vraag of zij beseft hoeveel Nederlanders worden buitengesloten van een feest dat zij op deze manier niet kunnen en willen vieren.

In hetzelfde stuk veegt Ineke Strouken bezwaren tegen Zwarte Piet van tafel met het argument dat deze tegenwoordig een ‘manager’ is. Dat de verhouding tussen meester en knecht de laatste decennia minder hiërarchisch is geworden, doet niets af aan het feit dat Piets karikaturale uiterlijk is ontstaan rond 1850, toen de slavernij nog niet was afgeschaft. Piet mag dan nu een ‘manager’ zijn, kinderen voelen feilloos aan wie de baas is. Stroukens argument is een van de vele vergoelijkingen om een discriminerende performance te laten rijmen met een positief zelfbeeld van Nederland als tolerant en antiracistisch.

Rhoda Woets

Antropoloog aan de Vrije Universiteit Amsterdam, Amsterdam

    • T. ten Berge
    • Rhoda Woets