Brieven over het elektronisch patiëntendossier (EPD)

In het artikel over het Elektronisch Patiëntendossier (EPD) stellen initiatiefnemers voor de ‘doorstart’ van het EPD dat het „een eind [zou] maken aan het gesleep met papieren dossiers” (NRC Handelsblad, 24 november). Ook denken zij dat huisartsen blijven zitten met een kaartenbak als het EPD niet wordt ingezet.

Dit is een onzinargument. Ze verwarren het EPD – bewust? – met het automatiseren van de administratie van zorgverleners. De vorm waarin een zorgverlener zijn of haar administratie voert, staat helemaal niet ter discussie. Zijn er überhaupt nog zorgverleners die hun administratie niet hebben geautomatiseerd en gegevens gedigitaliseerd?

Omdat er bij de inrichting van het EPD kennelijk geen sprake is van een centraal databestand en de gegevens bij de zorgverleners blijven, blijven de huisarts en apotheker hoe dan ook zitten met een kaartenbak. Deze heeft na digitalisering van de gegevens alleen de vorm van een database. Ik mag aannemen dat er een zekere standaardisatie is van de ‘gegevensvelden’ in zo’n database.

Nu wordt er net gedaan alsof zorgverleners nog met kroontjespen, geschept papier, kartonnen kaartjes en kaartenbakken werken en dat het EPD hiervoor de oplossing is. Dit is een afleidingsmanoeuvre. Het gaat niet om toestemming om een administratie te automatiseren, maar om het delen van gegevens via het ‘schakelpunt’. Het argument van „gesleep met papieren dossiers” en „de kaartenbak” lijkt te zijn ingegeven om zorgverleners en cliënten/patiënten – het verschil is van belang – over te halen om aan te sluiten op het ‘EPD’.

Hans Waalwijk

Amsterdam

Ik kon zo bij de bestanden op die achtergelaten pc

NRC Handelsblad (26 november) geeft het advies om geen toestemming te verlenen voor opname van de persoonlijke medische gegevens in het nieuwe registratiesysteem dat verzekeraars en de zorgsector samen aan het ontwikkelen zijn. Ik onderschrijf dit advies van harte.

Ik heb nog niet zo lang geleden ervaren hoe achteloos er in de zorg wordt omgegaan met computers. Toen mijn schoonmoeder deze zomer overleed, verbleef ik enkele dagen in het serviceappartementencomplex waar ze had gewoond. Ik wilde mijn toespraak voor de rouwdienst uittypen, maar had geen computer. Daarom vroeg ik of ik een pc mocht gebruiken. Ik mocht in een inpandig kantoor gaan zitten. Degene die zo vriendelijk was om haar bureau aan mij af te staan, verzuimde evenwel uit te loggen. Als ik had gewild, had ik alle gegevens van bewoners probleemloos kunnen overzetten op een usb-stick.

Het idee dat mijn medische gegevens vanaf 50.000 computers in alle mogelijke zorginstellingen toegankelijk zouden zijn, baart mij daarom grote zorgen. Ik zal het formulier dat ik van mijn huisarts kreeg dus zeker niet ondertekenen. Als alternatief stop ik in mijn portemonnee en in mijn agenda een briefje met mijn bloedgroep, allergieën en medicijnen. Dan hoop ik maar dat een hulpverlener dat vindt als ik bewusteloos arriveer in een ziekenhuis.

Rikki Holtmaat

Leiden

De beschikking over een dossier verbetert de zorg

Er is een aantal kanttekeningen te plaatsen bij het artikel in NRC Handelsblad over het Landelijk Schakelpunt. Terecht wijst u op risico’s die inherent zijn aan grootschalige ICT-projecten. Als het medische toepassingen betreft, is beveiliging de grootste zorg, zeker na een aantal schandalen in het afgelopen jaar.

Anderzijds kan continuïteit van het ter beschikking hebben van iemands dossier de zorg sterk verbeteren. U schrijft dat dit in 5 procent van de gevallen zo is. Onderzoek op een huisartsenpost heeft daarentegen aangetoond dat de huisarts in 30 procent van de gevallen anders gehandeld zou hebben als het dossier beschikbaar was geweest. In de overige gevallen zou nodeloos inzage verstrekt worden in bijvoorbeeld iemands psychiatrische voorgeschiedenis. In elk Huisarts Informatie Systeem kunnen patiënten delen van het dossier laten afschermen voor andere zorgverleners.

U vindt het een bezwaar dat de patiënt zijn eigen gegevens niet kan inzien. Dit kan nu juist niet vanwege de beveiliging, waar u terecht zorgen over heeft. Inzage in het dossier en wat daarin is gewijzigd, is wel mogelijk via de eigen huisarts.

Over betalingen aan huisartsen voor de aanmelding van patiënten heb ik nog niets gehoord. Wel kan ik u verzekeren dat het voor ons bewerkelijk is om het goed uit te leggen en de vragen te beantwoorden. We hebben het er evenwel voor over, omdat we de meerwaarde ervan inzien. Beveiliging zullen we moeten overlaten aan de experts.

M.B. Riemeijer

Huisarts, Kapelle Biezelinge

Afwijzend commentaar had echt niet gehoeven

Op zaterdag 24 november stond er een goed artikel over het nieuwe elektronisch patiëntendossier in de krant. Twee dagen later volgde een zinnig en verstandig hoofdartikel, behalve dan de oproep om te weigeren mee te doen. Dit was ik al van plan, maar ik heb hiervoor geen oproep nodig van mijn dagblad. Ik heb geen abonnement op een actiekrant. Een dergelijke oproep aan lezers is toch niet nodig? Slijp hun geest. Laat actie aan henzelf over.

G.D. Johanns

Enschede

EPD als doodsoorzaak?

Huib Modderkolk en Jeroen Wester schreven een prima waarschuwend artikel over het EPD. Wat mij steeds opvalt, is de geringe aandacht voor de medische gevaren.

Onderzoek over een EPD in de Verenigde Staten plaatst nogal wat kanttekeningen bij de zorgkwaliteit. Foute informatie of interpretatieverschillen kunnen ernstige gevolgen hebben. In een EPD staat bijvoorbeeld welke geneesmiddelen een patiënt kreeg voorgeschreven, maar niet of die worden gebruikt. De diagnose van de ene dokter en de andere bij dezelfde ziekte verschillen vaak. Niet iedereen legt dat op dezelfde manier vast in het EPD.

In Nederland is het plan om het EPD voor iedere zorgverlener toegankelijk te maken. Dit kan de kans op ernstige risico’s enorm vergroten. Zal het gebruik van het EPD in Nederland een belangrijke doodsoorzaak worden?

J.Ph.P. Stenger

Voorschoten