BRIEVEN

Op fosfaatjacht (1)

Als het fosfaaterts begint te verminderen, dan is het verstandig om het in de landbouw gebruikte fosfaat als meststof zo veel mogelijk weer terug te winnen. Ik ben het geheel eens met Martijn Katan (‘Op fosfaatjacht’, Wetenschapsbijlage 24&25 november) om goed na te denken voor men gaat stoppen met fosfaatwinning uit rioolslib door de Thermfos-fabriek.

Een tweede bron waaruit fosfaat teruggewonnen kan worden, vormen de maisakkers op de zandgronden van Nederland. Mais, het meest geteelde landbouwgewas, verdraagt drijfmest heel goed en de in varkens- en kippenstallen geproduceerde mest kan men dan kwijt raken in het maisveld. Het teveel aan fosfaat in de drijfmest, dat niet door mais wordt opgenomen, slaat neer als ijzerfosfaat op de zandkorrels en is niet langer meer opneembaar door plantenwortels. Zo is wel 50 procent van onze zandgronden in de landbouw verzadigd met ijzerfosfaat. Is dit ijzerfosfaat weer terug te brengen in de fosfaatkringloop? Ja, schimmels kunnen ijzerfosfaat weer losmaken, zodat het weer in de fosfaatkringloop terechtkomt. Nu is er tussen groene planten en schimmels een samenwerking (symbiose) mogelijk, waarbij de groene plant voor suikers voor de schimmel zorgt in ruil voor mineralen als fosfaat en water. Al in de jaren 90 hebben Woldendorp en ik vergeefs geprobeerd financiën te vinden voor mogelijk onderzoek naar het kweken van mais op fosfaatverzadigde zandgrond zonder fosfaatbemesting, maar met een voor mais geschikte schimmelpartner. In het algemeen is men van mening, dat de opbrengst van mais te veel zal teruglopen voor een goede bedrijfsvoering. En dan is er ook nog het probleem waar men dan met de bespaarde drijfmest naar toe moet.

In de natuur komen eveneens hoogproductieve ecosystemen van bomen en bijbehorende schimmelpartners voor zoals tropische regenwouden. Deze systemen worden echter gekenmerkt door een vrijwel volledige fosfaatkringloop zonder verlies van fosfaat. Recent onderzoek, ook in Wageningen, laat zien dat gewassen na infectie met de schimmel de fotosynthese verhogen ten dienst van de suikervoorziening van de schimmel. Dit is mogelijk doordat groene planten efficiënt de energie van licht, lichtdeeltjes, omzetten in biologische energie, ATP: 8-12 lichtdeeltjes voor de productie van 1 molecuul ATP. Ik wacht met belangstelling af wanneer onderzoek wordt gestart naar een duurzame en efficiënte fosfaatkringloop in mais en andere gewassen.

P.J.C. Kuiper

Emeritus Rijksuniversiteit Groningen

Op fosfaatjacht (2)

De column van Martijn Katan gaat in op het belang van fosfaat(erts), dat naast andere toepassingen vooral als essentieel component van kunstmeststoffen binnen enkele tientallen jaren uitgeput dreigt te raken. Ik deel die zorg, zoals ook dit voorjaar verwoord werd tijdens een lezingendag over het schaars worden van delfstoffen in het Koninklijk Instituut voor de Tropen in Amsterdam, georganiseerd ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van het Koninklijk Geologisch en Mijnbouwkundig Genootschap (KNGMG). Helaas was er (te) weinig aandacht van de media voor dit gebeuren. De oproep van Martijn (en ook van Novib) om met de productie van biobrandstof onmiddellijk te stoppen, maar ook om bij voorbeeld minder vlees te eten, onderschrijf ik volledig.

Het gebruik van fosfaat, dat voor West-Europa voornamelijk uit Marokko stamt, heeft overigens nog een ongewenste keerzijde, die niet door Katan wordt genoemd. Fosfaat als delfstof is in hoge mate verontreinigd met uraanverbindingen, een thema dat in Duitsland inmiddels veel meer aandacht krijgt dan elders. Laat Google maar eens zoeken naar ‘uranhaltiges Phosphat’ en er komt een lawine aan informatie op je af. De verontreiniging kan sterk fluctueren, maar per ton fosfaatmeststof is een gehalte tot 100 gram uranium geen uitzondering. Akkers die in Duitsland al veertig jaar of langer met fosfaatmeststof zijn behandeld, vertonen een veel hogere radioactiviteit dan er van nature zou bestaan. Uranium zou minder gemakkelijk in het voedsel zelf terechtkomen, maar wel het grondwater verontreinigen. Dat kan op veel plaatsen in Duitsland inmiddels al niet meer als drinkwater dienen. De totale situatie zal in Nederland niet veel beter zijn. Het wordt tijd dat ook onze overheid aandacht aan de totale fosfaatproblematiek gaat besteden.

Leo W. S. de Graaff,

aardwetenschapper, oud-medewerker UvA

DSM (1)

Hulde voor de dappere woorden van arts-famacoloog Anton Loonen (‘Handboek is dwangbuis’ Wetenschapsbijlage 24&25 november). Hoogste tijd dat iemand weer eens voor breed publiek naar buiten komt, niet alleen met de onzinnigheid, maar ook met de gevaren van de steeds verder uitdijende misbruik van DSM-systematiek. Met name in het huidige klimaat, met bezuinigingen en een woekerende managementcultuur, is de DSM per definitie een ongeschikt en onrechtvaardig instrument om inhoudelijk beleid op te baseren.

André Havas

arts, psychotherapeut

DSM (2)

Het interessante interview met de arts Anton van Loonen over de DSM heeft mij enigszins geschokt. Bij mij kwam de vergelijking op van met de auto naar de garage gaan. De auto wordt aan de computer gekoppeld. De monteur ziet op het scherm wat hij moet doen. Is er nog verschil in behandeling tussen reparatie van een patiënt en de reparatie van een auto? De DSM beziet de mens als object. Ontbloot van hetgene dat de mens uniek maakt. Een trieste ontwikkeling.

Wilma Wijkmans

Assen

    • Wilma Wijkmans
    • P.J.C. Kuiper
    • Leo W.S. de Graaff
    • André Havas