55-plus. Wat nu?

Afgelopen woensdag luidde het UWV de noodklok. Maar liefst 70 procent van de werkzoekende 55-plussers vindt geen werk binnen een jaar. Donderdag stuurde het kabinet er een brief over naar de Tweede Kamer. Men wil dat 55-plussers in 2020 evenveel kans hebben op een baan als jongeren. Maar in die brief staat ook dat dit een ‘ambitieuze doelstelling’ is.

Aangezien het jaar waarin ik 55 word elke dag weer iets dichterbij komt, houdt dit onderwerp mij bezig. Wie iets wil verbeteren aan de Nederlandse situatie, heeft volgens mij ruwweg vier middelen tot zijn beschikking.

1. Verlaag de prijs. Het CPB publiceerde in 2009 het rapport Rethinking Retirement. Heikel punt: de prijs van een oudere medewerker. In Denemarken, Zweden, Noorwegen en Finland (geen onbeschaafde landen toch) verdient iemand tussen de 55 en 65 jaar gemiddeld 20 procent tot 30 procent meer dan iemand tussen de 25 en 29 jaar. In Nederland is dat gat gemiddeld 60 procent. Het CPB stelt onomwonden: „Het kernprobleem is dat loon naar leeftijd in plaats van loon naar werk wordt betaald.”

2. Verhoog de kwaliteit. Ook uit het CPB-rapport: gemiddeld doet in Nederland 30 procent van de werkende 55-plussers mee in scholing. Dat is veel te laag. In Oostenrijk ligt dit op 92 procent, in Denemarken op 72 procent. O ja, en in Griekenland ligt het op 7 procent.

3. Bestrijd discriminatie. In de kabinetsbrief staat: „Verder kan onder meer worden gedacht aan invoering van het verbod op leeftijdsdiscriminatie bij de arbeid.” Bizar. Al vanaf 2004 kennen we aparte wetgeving hiervoor. Het probleem is dat er nauwelijks gecontroleerd wordt op de naleving ervan. Ter illustratie: van alle geregistreerde klachten over discriminatie in Nederland, is leeftijdsdiscriminatie op de arbeids-markt al jarenlang de grootste categorie.

4. Moedig ondernemerschap aan. Onder 55-plussers zijn er nu al veel ondernemers. Ik zou zeggen: verder versterken dat punt. Met begeleiding, ondernemen met behoud van uitkering, fiscale voordelen. In de hoop dat al deze nieuwe ondernemers zelf niet aan discriminatie zullen doen.

Er zijn heel wat mensen die vinden dat werkgevers, politici of ándere anderen dit probleem dienen op te lossen. Maar wie daar niet op wil wachten, kan persoonlijk nagenoeg hetzelfde rijtje afwerken.

1. Verlaag de prijs. Wacht niet totdat anderen je CAO aanpassen, maar kies nu al voor een salaris dat in Scandinavië gebruikelijk is. Eis in ruil daarvoor extra scholings- en ontwikkelingsmogelijkheden. Wil je meer? Maak dan zo mogelijk afspraken over prestatiegerelateerde beloning.

2. Verhoog de kwaliteit. Wacht niet tot anderen je scholen, maar begin zelf. Lees meer vakliteratuur, volg meer opleidingen, begin een ‘innovatieclub’ met andere 55-plussers en houd elkaar fris en scherp. Zorg hoe dan ook dat je merkbaar beter bent in je vak dan toen je 45 of 50 was.

3. Bevorder discriminatie. Communiceer zelf wat de voordelen zijn van een werknemer met meer ervaring. En niet alleen met woorden. Dóé concreet iets met je ervaring. Ga lesgeven aan jongere collega’s, zo nodig gratis in je eigen tijd (een ondernemer zou dit marketing noemen).

4. Word je eigen werkgever. Ik kan me voorstellen dat heel wat 55-plussers zich ergeren aan al die adviezen en meningen van werkgevers, politici en columnisten. Goed, laatste advies dan: maak die irritatie productief. Begin voor jezelf en beconcurreer je oude werkgever met alle wettelijk toegestane middelen. Pak één voor één al z'n klanten af. Totdat hij bij jou komt solliciteren. En dan...

Ben Tiggelaar is gedragsonderzoeker, trainer en publicist en schrijft op deze plek over management en leiderschap.