Minder islam, meer vroomheid en sluiers

Islamologie

Islamisering, zegt Olivier Roy, is de keerzijde van secularisering. De moslims die er nog zijn, worden vromer – of willen de maatschappij islamitischer maken.

Olivier Roy Foto David van Dam

De afgelopen dertig jaar is in alle wereldsteden het straatbeeld veranderd. Niet alleen heeft de helft van de passanten oordopjes in de oren of smartphones in de hand, steeds meer jonge vrouwen dragen een hoofddoek. En in de schappen van de supermarkten worden meer en meer producten aangeprezen als halal, geoorloofd volgens islamitische religieuze normen. Deze grotere zichtbaarheid suggereert dat de islam wereldwijd terrein wint. Die indruk wordt nog versterkt door de recente verkiezingsoverwinningen van islamitische partijen in Tunesië en Egypte, landen die lang seculiere regeringen hadden. Deze ontwikkelingen worden vaak onder één noemer gebracht: islamisering.

Niet iedereen die de term ‘islamisering’ in de mond neemt, bedoelt hetzelfde. Is er sprake van een toenemend aantal bekeringen van niet-moslims tot de islam? Duiken er in de openbare ruimte meer als zodanig herkenbare moslims en islamitische symbolen op? Of slaat de term op nieuwe normen van vroomheid en activisme onder moslims, in het Westen én in de islamitische wereld? Om orde te scheppen in de verwarring wijdde het Leids Universitair Centrum voor Islamstudies (LUCIS) zijn jaarlijkse conferentie, in november, aan waan en werkelijkheid van ‘islamisering’.

Keynote speaker was de Franse islamoloog Olivier Roy, hoogleraar aan het European University Institute in Florence en schrijver van The Failure of Political Islam (1998) en Holy Ignorance: When Religion and Culture Part Ways (2010). In zijn voordracht verbond hij beide boeken. Islamisering, zei hij, is de keerzijde van secularisering. En de politieke islam moet concurreren met andere aanbieders op een steeds meer geïndividualiseerde religieuze markt.

“Islamisering”, erkent Roy na afloop van zijn lezing, “is een reëel verschijnsel, maar het is niet wat het lijkt en het is zeker niet wat sommigen ervan maken. Bekeringen, jazeker, die zijn er, maar die gaan alle kanten op. Bekering van moslims tot het christendom is nauwelijks bestudeerd, maar het gebeurt wel degelijk. Op dit moment bestaan in Marokko en Algerije groeiende evangelische kerken. Inheemse kerken, geen kerken van Europeanen in Noord-Afrika. En dat is een gevoelige kwestie. We kennen allemaal de hoog oplopende emoties over Egyptische vrouwen die waren overgegaan tot de Koptische Kerk. Niemand verwacht miljoenen bekeringen tot de islam.”

Nationalistische partijen in Europa roepen het spookbeeld op van een ‘Eurabië’, gedomineerd door baard- en sluierdragende burgers. Roy: “Mensen zijn bang voor islamisering van Europa door de macht van het getal. Wel, het geboortecijfer onder moslims in Europa daalt snel en nadert het gemiddelde. Nog interessanter: het geboortecijfer in de landen van herkomt daalt ook. Tunesië heeft nu een lager geboortecijfer dan Frankrijk. In Iran is het al gedaald tot 1,7 kind per vrouw, dus onder vervangingsniveau, en dat wordt ginds ervaren als een groot probleem. Het Midden-Oosten had dertig jaar nodig voor dezelfde demografische revolutie als zich in Europa voltrok in 250 jaar: van acht kinderen naar minder dan twee. Islamisering is demografisch gezien een hersenspinsel.”

Toch is er wel degelijk zoiets als islamisering, zegt Roy, maar in weerwil van de grotere zichtbaarheid is dat geen expansie, maar een contractie van de islam. “Islamisering is de terugkeer, wereldwijd, van meer expliciete vormen van religiositeit onder moslims. De toegenomen zichtbaarheid van de islam, in het Westen en in de islamitische wereld, is juist een gevolg van het feit dat het secularisme heeft gewonnen. Secularisering creëert een vorm van islamisering. Als er een islamiseringsbeweging is, komt dat omdat mensen vinden dat de samenleving is vervallen tot een seculiere cultuur.”

In traditionele samenlevingen, vertelt Roy, was religie vanzelfsprekend, ingebed in de cultuur. “Dat is niet meer zo. Dus je moet opnieuw uitvinden wat het betekent om moslim te zijn. In een samenleving waar religie hart is van de cultuur hoef je je niet elke dag af te vragen of dit of dat wel islamitisch is.”

“Neem de hoofddoek. Het toenemende aantal gesluierde jonge vrouwen is absoluut geen terugkeer naar de traditie. De sluier was een cultuurverschijnsel, maar wordt nu benoemd in religieuze termen. Als je een Marokkaanse grootmoeder met haar traditionele hoofddoek vraagt ‘is dit cultuur of religie’ zal ze je vreemd aankijken. Dat was immers hetzelfde, vrouwen droegen hoofddoeken. Maar voor haar kleindochter is het een religieus symbool. Geen cultuur, want haar moeder droeg er geen. In Kairo is een nieuwe kledingcode ontwikkeld waarmee vrouwen die actief zijn in het openbare leven zich onderscheiden door islamitische herkenningstekens. Dat heeft niks te maken met traditie. Ze zijn ingenieur, werken in een kantoor, rijden auto, maar omdat ze ook moslima zijn, dragen ze een hoofddoek. Dat is geen traditie. Honderd jaar geleden waren er geen vrouwelijke ingenieurs. Deze vrouwen hebben de traditionele samenleving achter zich gelaten en construeren wat ze hijab [eerbaarheid] noemen, met een regenjas en handschoenen. Handschoenen in een land waar het 40 graden wordt? Het is een reconstructie van zuivere, want van de cultuur losgezongen, religie door middel van religieuze herkenningstekenen.”

Roy onderscheidt twee varianten van islamisering. “Eén is prediking, moskeeënbouw, vaker bidden en meer vasten dan je ouders. Dat zijn de soefi’s [mystici] en de salafisten, die terug willen naar de islam zoals die werd beleden in de tijd van de profeet en zijn eerste opvolgers. Zij ijveren voor een individuele terugkeer tot de religie.

“De tweede vorm is politiek: bewegingen als de Moslimbroeders in Egypte, Hamas in Gaza en Nahda in Tunesië, die de samenleving als geheel op een islamitisch spoor willen zetten. Deze islamisten vinden dat zolang je de politiek en het sociale leven niet verandert, het geen zin heeft om te proberen een goede moslim te zijn. Daarover verschillen salafisten en islamisten van mening. Ze zien wel allebei secularisering als hét probleem, zowel in de islamitische wereld als in het Westen. De twee trends zijn niet onverenigbaar. Je kunt seculier zijn en voor een islamistische partij stemmen. En je kunt een goede moslim zijn zonder je te identificeren met een islamistische partij.”

Hoe beleven moslimjongeren in Europa volgens u de islam?

“Als religie, niet als cultuur. Daarover zijn ze heel expliciet. Zij zijn niet voor een terugkeer naar een traditionele moslimcultuur. Daar houden ze niet van. Hun model is niet hun moeder. Ze willen modern zijn én religieus. En ze passen zich aan. Niet zozeer door te seculariseren, maar door vormen van religiositeit te adopteren die verenigbaar zijn met de westerse omgeving.

“Ik ben sceptisch over de school die zich bezighoudt met jonge moslims die zoeken naar een nieuwe identiteit omdat ze zich achtergesteld voelen. We concentreren ons steeds op dezelfde, gemarginaliseerde jonge moslims van de voorsteden en de oude wijken en meten daar de integratie van de islam in Europa aan af. Ik vind dat een vergissing, want deze mensen bewandelen een doodlopende weg, helaas. De oplossing zal niet van hen komen.”

Van wie dan wel?

“De oplossing zal komen van een middenklasse van moslims. Die ontstaat onder onze ogen, maar we zien het niet. Inmiddels is dit een universeel verschijnsel in Europa, maar er zijn grote verschillen. In Groot-Brittannië behoorden moslimimmigranten vaak al bij aankomst tot de middenklasse, net als in de Verenigde Staten. In Frankrijk waren het arme handarbeiders met hun kinderen. Maar als je nu naar een Frans ziekenhuis gaat en kijkt naar de lijst van doktoren, dan heb je geen etnische statistieken nodig. Ga naar een middelbare school en kijk naar de lijst met leraren. Mensen met moslimnamen doceren zowel moslimethiek als technologie en fysica. Moslimvrouwen doceren Frans. Dat is een middenklasse. Er zijn problematische buurten, maar er is ook een sociale mobiliteit die niet wordt onderkend in de statistieken. In Duitsland bestaat intussen een levenskrachtige middenklasse van Turkse origine. Die wordt niet onderkend en daarom gaan er veel terug naar Istanbul. Daar worden ze niet opnieuw Turk, maar blijven ze binationaal. Hetzelfde geldt voor de Marokkanen in Frankrijk. Die openen im- en exportbedrijven of verkopen huizen in Marokko aan Franse bourgeois.”

Is deze nieuwe middenklasse geseculariseerd of nog steeds religieus?

“Beide. Als ze religieus zijn, zijn ze dat op een joodse manier. Ze eten halal, maar bidden niet vier keer per dag en vermijden opzichtige religiositeit. Niet zoals de jeugd in de banlieues, die te koop loopt met zijn anders-zijn. Ze zijn pragmatisch en sturen hun kinderen vaak naar katholieke scholen. Omdat die volledig particulier zijn en minder moeilijk doen over de sluier dan openbare scholen. En katholieke scholen hebben een goede veiligheidsreputatie. De ouders willen, kortom, het getto uit; ze willen niet dat hun kinderen opgroeien in slechte buurten. Bij wet kun je je kinderen niet naar een openbare school sturen ver van je woonplaats, dus sturen ze hen naar een particuliere school. Maar ze openen geen scholen op islamitische grondslag. Dan is het niveau te laag, zeggen ze.”

Roy ziet een markt ontstaan voor van de cultuur losgezongen religieuze attributen: “Allerlei varianten van de sluier, kleding, halal voedsel. En voor fatwa’s – religieuze consulten van moefti’s [islamitische wetsgeleerden] op internet: ‘Fatwa online’; ‘Ontmoet de moefti’. Zij kunnen je immers vertellen wat islamitisch is en wat niet. Dit leidt tot een diversificatie van de religieuze markt; je kunt zelf kiezen wat voor soort moslim je wilt zijn. En die individualisering is het einde van de islamisten. Die claimen vanouds het monopolie op de islam via de politiek, en door de markt wordt dat doorbroken.”

Vorig jaar noemde u de omwentelingen in Noord-Afrika ‘post-islamistische revoltes’. Vindt u dat nog steeds, nu islamistische partijen aan de macht zijn gekomen in Tunesië en Egypte?

“Jazeker. Zij hebben de revolutie niet gemaakt. Ze hebben de politieke ruimte betrokken die ze niet zelf hebben gecreëerd en ze worden ingeperkt door de regels van het politieke spel. Hun legitimiteit komt niet van de islam, maar van verkiezingen. Als ze, nu ze verkozen zijn, gaan hameren op de islam, dan krijgen ze problemen, en niet alleen van seculiere zijde. Het grootste probleem van de Moslim Broederschap in Egypte is dat hij niet langer het monopolie heeft op ‘islam’, zoals dertig jaar geleden. Ze krijgen nu te maken met andere ondernemers op de religieuze markt: salafisten, teruggekeerde soefi’s en traditionele instellingen als Al-Azhar. Die universiteit was volledig getemd door Nasser en zijn opvolgers. Maar Ahmed el-Tayeb, de Groot-Imam [decaan] van Al-Azhar, die ooit benoemd is door Mubarak en een soort hofimam was, zegt nu: heel goed, democratie, nu zijn we autonoom. We zijn niet langer afhankelijk van de staat. De Moslimbroeders zijn furieus.

“In Tunesië heeft ook de decaan van Al-Zaytuna, vergelijkbaar met het Al-Azhar, zijn instelling autonoom verklaard. De islamistische partij Al-Nahda wil het religieuze veld controleren, via het ministerie van Godsdienstzaken, maar de geestelijkheid heeft dit afgewezen. Vóór de verkiezingen was er een oproep van honderden imams van plaatselijke moskeeën om op Al-Nahda te stemmen. Maar als die ambtenaren van hen wil maken zeggen ze: nee, de moskee moet gescheiden zijn van de staat.”

Is de Moslim Broederschap nog steeds een transnationale beweging, of zijn de landelijke takken intussen ‘genationaliseerd’?

“De Broeders hebben een netwerk van persoonlijke relaties over de landsgrenzen heen, ze kennen elkaar. Je zou verwachten dat Rached Ghannouchi van Al-Nahda en Mursi elkaar zouden ontmoeten. Maar de nieuwe Tunesische regering heeft betere contacten met de Turken dan met de Egyptenaren, nota bene ook Moslimbroeders. De Jordaanse Broeders hebben hun eigen beleid van omgang met koning Abdullah. En de Broeders in Europa leven op een andere planeet.”

Wordt het vanouds sterke Egyptische nationalisme geïslamiseerd of is het net andersom?

“Het gaat beide kanten op. Morsi werpt zich op als de nieuwe Nasser. Hij praat tegen de Saoedi’s in naam van de Palestijnen. Hij geeft Egypte de status terug van spreekbuis van de Arabische wereld. En hij zegt tegen de Turken: jullie zijn geen Arabieren, bemoei je niet met onze zaken. De Saoedi’s zijn hier niet blij mee. Die bespeelden de dictators, en nu hebben ze waarschijnlijk de salafisten geholpen om te voorkomen dat de Moslim Broeders een monopolie zouden krijgen. Maar de salafisten op hun beurt gehoorzamen de Saoedi’s niet.”

Spelen de salafisten een rol in de Egyptische politiek, nu ze zoveel parlementszetels hebben?

“Ze zijn spelers, niet door wat ze voorstellen, maar omdat ze er zijn. Ze proberen de Moslim Broeders te overbieden op het vlak van de sharia. Maar de slimsten onder hen weten dat sharia niet de oplossing is. Dat als je een wet aanneemt waarin staat dat sharia de oplossing is er niets zal gebeuren. En de mensen zullen heel snel heel teleurgesteld zijn. Wat betekent salafisme in de politiek? Dat weten we niet, want ze waren er altijd tegen!”

Wat voor een Broeder is Morsi?

“Hij werd gezien als Mr. Nobody, gehoorzaam, passief. En dat is hij niet, hij is een echte politicus. Van belang is volgens mij dat hij lang in de Verenigde Staten heeft gewoond. Hij heeft maarschalk Tantawi, de voorzitter van de Militaire Raad, buitenspel gezet en hij doet het heel aardig in de internationale contacten. We zullen zien hoe hij zich redt uit het wespennest Gaza. Hamas probeert de Moslim Broeders te bewegen hen te steunen tegen Israël. Maar dat willen de Broeders niet. Ze zijn niet blij met de manier waarop Hamas de Israëli’s provoceert. En ze hebben Hamas zover gekregen dat het akkoord ging met een bestand.”

Zijn de jongste decreten van Morsi het bewijs voor de dictatoriale ambities van de Broederschap?

“Het is louter machtsspel, maar met een persoonlijke dimensie, want Morsi’s decreten kunnen niet rekenen op de steun van alle Moslimbroeders. Dit wijst op de ontkoppeling van politiek en religie. Er zijn twee mogelijkheden. Eén: Morsi wordt een farao, en dat betekent de dood van de politieke islam. Twee: hij gaat onderhandelen en vindt een compromisoplossing. En dan wint de democratie.”