Wie homo uitscheldt, moet straf krijgen

Vanaf volgende week is voorlichting over (homo-)seksualiteit op scholen verplicht. „Ik leg uit dat homoseksualiteit niets bijzonders is.”

Homo’s zijn geen mensen. Dus hebben ze geen rechten. Met die stelling opende een groep allochtone leerlingen van een Amsterdamse vmbo-school de discussie over homodiscriminatie. Peter Dankmeijer, directeur van Edudivers, een organisatie die scholen begeleiding en methoden biedt voor lessen over seksualteit, moest even slikken toen hij het filmpje zag dat de leerlingen hadden gemaakt om de discussie aan te zwengelen. „Gelukkig werd de stelling uiteindelijk verworpen.”

Komend jaar zal Dankmeijer zijn cursussen op veel meer scholen geven, want per 1 december is voorlichting over seksuele diversiteit – dat er naast hetero’s ook homo’s en lesbiennes zijn – verplicht voor alle scholen.

Dankmeijer denkt dat er nog veel werk te verzetten is. „Ik spreek met directeuren die zeggen dat er bij hen op school geen homoseksuelen zijn. Op een school met duizend leerlingen! Dan moet ik dus uitleggen dat ze zich daarin echt vergissen.”

Vooral op vmbo’s in grote steden valt het niet mee leerlingen ervan te overtuigen dat homoseksualiteit normaal is „Je hebt daar te maken met jongens uit een macho-straatcultuur. Voor hen zijn een paar lessen niet genoeg. Daarom zeg ik tegen scholen dat het belangrijk is duidelijke afspraken te maken over wat acceptabel gedrag is. Iemand uitschelden voor homo is dat niet. Wie de regels overtreedt, moet ook echt straf krijgen.”

Niet alleen op grootstedelijke scholen met veel moslimleerlingen is het een uitdaging voorlichting te geven over homoseksualiteit. Ook sommige christelijke scholen hebben te maken met ouders, leerlingen en docenten die er wegens hun geloof moeite mee hebben. René Venema is voorzitter van Contrario, een gereformeerde vereniging voor homo’s en lesbiennes. Hij bezoekt scholen om te vertellen over zijn seksuele geaardheid. „Ik leg uit dat homoseksualiteit eigenlijk niets bijzonders is.”

Maar wat als leerlingen komen met bijbelpassages die homoseksualiteit veroordelen? „Dan werp ik de vraag op of het verstandig is die oude teksten letterlijk toe te passen op het leven van nu.”

Zeer afwijzende reacties krijgt Venema zelden. De meeste leerlingen willen basale dingen weten, zoals hoe hij zijn ouders vertelde dat hij homo was. „Ik krijg soms heel aparte vragen. Laatst wilde een leerling weten hoe mijn woning eruit zag. Alsof homo’s allemaal in heel bijzonder ingerichte huizen wonen.”

Voorlichten over seksuele diversiteit is straks ook verplicht op de basisschool. Hoe doe je zoiets? Ineke van der Vlugt van kenniscentrum Rutgers WPF: „Bij de ontwikkeling van lesmethoden sluiten we aan bij de leefwereld en seksuele ontwikkeling van kinderen. Je vertelt dat kinderen niet alleen verliefd kunnen worden op de juf, maar ook op jongens en meisjes. En jongens dus ook op jongens.”

Bij de lessen probeert Rutgers WPF rekening te houden met verschillende levensbeschouwelijke opvattingen, zegt Van der Vlugt. „Maar over sommige zaken valt niet te discussiëren. De rechten van de mens staan buiten kijf. Iemand discrimineren op basis van zijn seksuele geaardheid is onaanvaardbaar.”

Van der Vlugt vindt het belangrijk dat niet alle aandacht straks uitgaat naar de voorlichting over seksuele diversiteit. „We moeten kinderen ook leren wat acceptabel en respectvol seksueel gedrag is. Ouders hebben bij seksuele voorlichting een rol, maar de school ook.”

Op zeventig scholen wordt komend voorjaar getest hoe succesvol voorlichting is. William Walraven, docent en leerlingcoördinator op het Openbaar Stedelijk College in Eindhoven, vertelt dat er net een enquête is gehouden die als nulmeting dient. Nu zijn er gesprekken met ouders, docenten en leerlingen over hoe de voorlichting in te richten. „We denken aan optredens van een theatergroep en aan een speciale dag waarbij iedereen iets paars draagt om te protesteren tegen homofobie.”

Of het gaat werken? Walraven heeft goede hoop. „Het belangrijkste is dat leerlingen hierover nadenken en met elkaar in discussie gaan. Dan komt het inzicht uiteindelijk wel.”