We blijven echt niet op deze planeet

Sinds André Kuipers in juli terugkeerde op aarde heeft hij een sterrenstatus. Nu heeft hij heimwee naar de ruimte. „Boven is het rustiger.”

Hij kan heel moeilijk nee zeggen. Zoals laatst nog, toen een collega hem vroeg of hij iets kon vertellen in een bioscoopzaal met driehonderd kinderen, omdat E.T. dertig jaar bestond. Die driehonderd kinderen wilden na de film natuurlijk allemáál wel een handtekening, of met hem op de foto. Zoiets kan dus fysiek gewoon niet. Dan zou hij vijf uur bezig zijn. Zo loop je het risico op teleurgestelde kinderen, héél vervelend. „Dan moet je weg en denken mensen misschien dat je hooghartig bent. Maar dat is niet zo. Hoeveel scholen zijn er in Nederland. 10.000? Die willen allemaal graag dat ik kom praten. Dat lúkt gewoon niet.”

Sinds hij in juli terugkeerde op aarde, na 193 dagen rondjes draaien in het International Space Station (ISS), heeft astronaut André Kuipers (54) een sterrenstatus in Nederland. Met bijbehorende agenda. Naast het gewone astronautenwerk voor ESA geeft hij interviews en lezingen, bezoekt hij televisiegala’s en belangrijkste-man-van-Nederland-verkiezingen en legt hij de laatste hand aan vier boeken over zijn leven en zijn ruimtereis.

Deze ochtend heeft hij een uurtje voor een gesprek, in het Space Expo in Noordwijk. Hij is vijf minuten te laat, hij moest zijn kinderen naar school brengen. Gebeurt de laatste tijd wel vaker, zegt de medewerker van Space Expo die hem ontvangt, terwijl hij doorgaans zo stipt is. Maar of André na het interview nog wel even zijn gezicht kan laten zien bij het brillencongres in de grote zaal. De astronaut kijkt moeilijk.

„Boven is het rustiger. In het ISS is je dag van minuut tot minuut volgepland. Je doet wetenschappelijk onderzoek, reparaties, onderhoud van apparatuur, schoonmaak. De meeste weekeinden ben je vrij, dan hoef je alleen op zaterdagen wat schoon te maken. Boven zijn heeft natuurlijk wel nadelen. Alles wat je doet, wordt op de grond begeleid en gecontroleerd. Je wordt geleefd. De camera staat altijd aan, echt Big Brother. Het is allemaal erg georganiseerd en gestructureerd en geregeld.

„Maar nu ik terugben, is het heel chaotisch. Het is veel erger dan in 2004, toen ging ik maar elf dagen de ruimte in. De media hadden het pas door toen ik weer terug was. Nu zat ik er 193 dagen en is het veel meer gaan leven. Iedereen dook erop.

„Dat verbaast me, Nederland is toch een nuchter land. Maar het is echt massive. Ik had niet verwacht dat ik ruim een kwart miljoen volgers op Twitter zou krijgen. Ik zat het ene moment bij de koningin, daarna racete ik naar Tweede Kamerleden. Hierheen, daarheen. Vanochtend kwam Q-music ertussen en Radio 538, die hadden gezien dat ik gisteren een award had gekregen. Ik zat bij De Wereld Draait Door, bij Pauw en Witteman. Het gaat maar door. Ik krijg massa’s verzoeken, maar ik heb geen assistent om het allemaal te regelen. In Nederland ben ik een held, maar voor ESA ben ik maar gewoon een astronaut. Ze hebben er meer. Op een gegeven moment is de hype wel over. Dan moeten we juist zien de aandacht voor ruimtevaart vast te houden.”

„De mens blijft niet op deze planeet. Ik twijfel nooit aan het nut van het ISS. Sommige mensen zijn negatief over bemande ruimtevaart. Vooral journalisten en astronomen. Dat gaat dan over de kosten, astronomen vissen uit hetzelfde vijvertje. Maar verder niemand die zegt: je zit geld te verkwisten. Iedereen heeft wel door dat je ruimtevaart niet kunt missen in deze maatschappij. Je hebt satellieten nodig voor navigatie, communicatie, weersvoorspellingen. Het is een feit dat we levens redden door te voorspellen waar orkanen zijn.

„Iedereen begrijpt intussen ook wel dat de mens echt niet op deze planeet gaat blijven. Wat wij nu doen zijn de eerste stapjes. Mensen hebben de drang om te exploreren. We hebben altijd al technieken bedacht om naar gebieden te gaan waar we niet voor zijn gebouwd. Naar de Noordpool, de bergen, de lucht, onder water. Uit nieuwsgierigheid. Of voor kennis, of macht, handel, goud, religie, noem maar op. De ruimte is gewoon de volgende plek om te verkennen. Wij waren op de maan, er rijdt een karretje rond op Mars. Straks gaan we op de maan energie en delfstoffen halen en bouwen we kolonies op Mars. We zijn er nu twee miljoen jaar in deze vorm. Je verwacht toch niet dat we de komende twee miljoen jaar nog steeds hier zijn? Mits we niet instorten door overbevolking of een virus of een gamma-ray burst (heftige uitbarsting van hoogenergetische gammastraling, red.) van een naburige ster. Een kosmische ramp kan natuurlijk altijd.”

„Better is the enemy of good enough. Ik moest tijdens de vlucht een ruimteschip binnenhalen met een robotarm. Daar had ik op de grond eindeloos voor geoefend. Het was het eerste commerciële ruimteschip wat aanmeerde, dat móést goed gaan. Ik vond mezelf geen ster met die robotarm, maar ik was toch aangewezen om het te doen. Je kijkt op zo’n beeldscherm en dan moet je rood en groen in de gaten houden, en draaien en het moet allemaal precies passen. En iedereen keek mee. Dan moet je heel erg oppassen dat je niet te veel gaat corrigeren. Better is the enemy of good enough. Als je het nog beter wilt doen, ga je ’t mogelijk helemaal verknallen door overcorrectie. Maar ik dacht: ik vind het mooi zo en trek ’m binnen. Supergeconcentreerd. Dat was echt het hoogtepunt van mijn carrière.”

„De kans is nihil dat ik nog een keer de ruimte inga. Thuis gaan we nu de boel omdraaien. Mijn vrouw begrijpt heel goed wat mijn passie is, ik begrijp heel goed wat zij ervoor over heeft gehad. Ik heb jaren overal getraind, in Houston, Moskou, Tokio, Montréal, Keulen. Zij woonde intussen in Nederland met onze twee jonge kinderen en de twee kinderen uit mijn vorige huwelijk. Nu moet zij de kans krijgen haar projecten te verwezenlijken. Ik word ook te oud en er zijn net zes nieuwe astronauten aangenomen. Maar ergens hou je het altijd in je achterhoofd. Als alle zes nieuwe verongelukken of wat voor vreselijks.

„Ik heb wel heimwee naar de ruimte. Ik vind het spijtig dat ik nooit meer een hele dag kan zweven. Het is een heel gaaf gevoel als je door zo’n module zweeft. Vooral ’s avonds, in het donker. Hier en daar een lampje, dan de bocht om naar de uitkijkkoepel. Mijn vrouw pushte me steeds om tijd te nemen om naar buiten te kijken en alles tot me door te laten dringen. Ik was zo vaak moe en gestrest, ik had altijd wat te doen.”

„We hebben wetenschapshelden nodig. Bij de uitreiking van de JFK-award waren alle genomineerden, op Robbert Dijkgraaf na, sportmensen, televisiepresentatoren en politici. Wetenschap en techniek kom je er eigenlijk niet tegen. Het was heel goed dat ik daar stond, als arts en astronaut. En Epke Zonderland, die is ook bijna arts. Het is voor jonge mensen belangrijk dat er wetenschapshelden zijn. Ruimtevaart is ook een mooie manier om te laten zien dat wetenschap en techniek spannend en avontuurlijk zijn. Harde vakken brengen de mensheid vooruit.

„Ik heb ooit voor een verkiezing verdedigd dat Antoni van Leeuwenhoek de grootste Nederlander was. Toen zei Jort Kelder nog: „Tsss, een wetenschapper kan nooit de grootste zijn.” Maar hij, en vele anderen, begrijpen niet dat wetenschap en techniek voor vooruitgang zorgen. Nieuwe materialen, mobieltjes, navigatie, computers, gezondheidszorg, vliegtuigen, raketten, álles.”