Wat stijfjes maar intelligent en invloedrijk

Thomas Bach (58) kan als eerste Duitser voorzitter van het IOC worden. Aan ervaring en gezag binnen het IOC ontbreekt het de jurist uit Würzburg niet.

Vanzelfsprekend zegt Thomas Bach nu nog niet dat hij Jacques Rogge wil opvolgen als voorzitter van het Internationaal Olympisch Comité (IOC). Hij kijkt wel uit. Niet te vroeg pieken. Eerst steun vergaren en kort voor de deadline [7 juni 2013] naar buiten treden. Zo opereren kanshebbers op de hoogste troon voor sportbestuurders.

Maar natuurlijk wil Bach op 7 september 2013 in Buenos Aires tot voorzitter gekozen worden. Omdat zijn loopbaan binnen het IOC daarop wijst; hij is vanaf 2000 vicevoorzitter. Omdat hij nadrukkelijk wordt genoemd; volgens insiders is hij, mede door gebrek aan beter, de enige geschikte gegadigde. Maar vooral omdat Bach de gretigheid van een kandidaat uitstraalt. En de Duitse jurist en olympisch schermkampioen [1976, team, floret] spreekt speculaties niet tegen. Zijn standaardantwoord: „We zullen zien.”

Binnen het IOC geldt Bach als een wat stijve, intelligente, conservatieve, loyale en invloedrijke man. Hij kwam via de atletencommissie het IOC binnen en bekleedde sinds zijn aanstelling als lid in 1991 belangrijke functies. Bach was na het corruptieschandaal in 1999 nauw betrokken bij de hervorming van het IOC en hij is onderhandelaar voor de lucratieve televisierechten.

Zijn grote voordeel: Bach is Europeaan en afkomstig uit de grootste continentale bloedgroep binnen het IOC. Van de acht IOC-voorzitters sinds 1894 kwamen er zeven uit Europa. En de geschiedenis leert dat de Europese IOC-leden de gelederen sluiten als het om de steun aan een ‘eigen’ voorzitter gaat.

Kunt u uw kandidatuur voor de opvolging van Rogge bevestigen?

„Verrassend begin van een interview. Meestal komt het onderwerp aan het eind nog even ter sprake. Maar mijn antwoord blijft hetzelfde: ik ben vereerd dat veel mensen in mij een geschikte kandidaat zien. Ik denk er serieus over na, maar alles op zijn tijd. Twee dagen voor het verstrijken van de deadline zal ik duidelijkheid verschaffen.”

Nederland en Italië zien om financiële redenen af van een kandidatuur. Is de toekomst van de Olympische Spelen in gevaar?

„Er zijn maar een paar landen zonder economische problemen. Maar we praten nu wel over Spelen die over minimaal acht jaar worden gehouden. Als de huidige crisis dan niet is opgelost heeft de wereld een probleem, niet alleen het IOC. Wij moeten streven naar nog duurzamere Spelen. De Britse economie is dankzij de Spelen in Londen in vijf jaar niet zo gegroeid als in 2012. Daarom hebben we met ‘Londen’ een succesverhaal te vertellen.”

Legt het IOC dan niet goed uit dat de Spelen profijtelijk zijn?

„Niet helemaal. Maar aan de andere kant moeten regeringen aan de lange termijn denken en niet van verkiezingen naar verkiezingen hoppen. De Spelen zijn een investering voor de toekomst, dat heeft ‘Londen’ nog maar eens bewezen.”

U leidde het bid van München voor de gemiste Winterspelen van 2018. Wat ging er mis?

„Niet veel. Uit gesprekken met IOC-leden bleek dat Pyeongchang na drie bids niet meer gepasseerd kon worden. Nu denken we in Duitsland aan de Zomerspelen. Berlijn en Hamburg hebben zich al gemeld.”

U bent streng anti doping. Strookt dat in alle gevallen met uw opvattingen als jurist?

„Anti-doping is een sportregel, die vooral is bedoeld om schone sporters te beschermen. Dat is niet te vergelijken met het strafrecht. De regel dat elke sporter zelf verantwoordelijk is voor alle middelen die hij gebruikt [strict liabililty] en de whereabouts zijn de hoeksteen van de strijd tegen doping.”

Schieten die regels niet door op het gebied van privacy?

„Nee, omdat sporters zelf beslissen of ze olympisch of wereldkampioen willen worden. Die strenge regels passen wel in het tuchtrecht, niet in het strafrecht. Goedwillende sporters beseffen dat zij die prijs moeten betalen voor een schone competitie. Maar wij hebben wel steun van overheden nodig om dealers, doktoren en fabrikanten aan te pakken.”

Nederland ziet graag dat een middel pas tot doping wordt gerekend als het prestatiebevorderend is. Deelt u die mening?

„Daarmee ben ik het totaal oneens. Als Nederland zo nodig cannabis van de dopinglijst wil, zorg dan dat het eraf gehaald wordt. De nu gekozen benadering vind ik verkeerd. Dan moet je in elke dopingzaak bewijzen dat het gebruikte middel prestatieverhogend werkt. Dat bemoeilijkt de strijd tegen doping. Wat cannabis betreft, sport staat ook voor waarden. Sporters zijn rolmodellen. Dat Nederland voor drugs specifieke regels heeft, weet ik. Maar het antidopingbureau Wada moet regels voor de hele wereld maken.”