Waarom hebben spoken een laken over zich heen?

Rob Junkmann uit Breda las onlangs zijn dochter voor. Een klassiek griezelverhaal „met zo’n spook met een wit laken over zich heen”. Waarom hebben spoken dat toch altijd, vraagt hij zich af.

Als iemand iets van spookverhalen weet, dan is het wel kinderboekenschrijver Paul van Loon. Hij werd bekend met boeken als Dolfje Weerwolfje en hij stelde een Griezelhandboek samen. Echte spoken hébben helemaal geen laken over zich heen, weet hij. „Spoken zijn onzichtbaar.”

Volgens Van Loon komt het witte laken ergens anders vandaan. „Dat werd gebruikt om spoken uit te beelden, bijvoorbeeld op het toneel.” Zo maak je van iets onzichtbaars voor het publiek iets zichtbaars. „Anders is het natuurlijk niet eng. Dat is dan later weer overgenomen door televisie en kinderboeken.”

Plausibel, maar er zou best weleens iets meer achter het laken kunnen schuilen. Dat zegt Theo Meder, etnoloog en onderzoeker van oude volksverhalen bij het Meertens Instituut. Verhalen over spoken zijn er genoeg in de folklore.

Meder: „De oude, uit de mond opgetekende volksverhalen spreken van spoken als melkachtig witte, doorzichtige verschijningen.” Zo’n spook is de geest van een overledene, gekleed in een doodshemd – een wijd uitlopend wit hemd tot op de enkels. „Soms lopen ze met een ketting te rammelen, als teken dat ze vroeger geketend in een kelder zijn gestorven en hun geest vanwege dit onrecht geen rust kan vinden. Andere staan in brand, ten teken dat ze uit de hel komen.”

Het is volgens Meder goed mogelijk dat het ‘lakenspook’ waar Junkmann zijn dochter over voorlas hier zijn oorsprong vindt. Om die witte spookverschijning in het doodshemd na te doen, trok men een laken over zich heen. Om anderen de stuipen op het lijf te jagen. „Lakens waren vroeger altijd wit, en in het duister leek het al gauw nogal wat.”

Dat werkte niet altijd even goed, zegt Meder. „Dit soort nepspoken onder lakens krijgt in de oude volksverhalen regelmatig een flink pak rammel te verduren van iemand die niet bang voor ze is.”

Ook een vraag voor deze rubriek? Mail naar vraag@nrc.nl