Tribunaal krijgt weinig getuigen

De vrijspraak gisteren van Haradinaj illustreert hoe moeilijk het is in Kosovo en Albanië getuigen te vinden die hun eigen etnische groep aanklagen.

Aanhangers in Kosovo van oud-premier Ramush Haradinaj vierden gisteren in Pristina zijn vrijspraak door het Joegoslaviëtribunaal. Foto AFP

Het bewijs tegen Ramush Haradinaj was dun. Getuigen hebben niet bevestigd dat hij in 1998 Servische krijgsgevangenen heeft laten martelen. In tegendeel, de voormalig commandant van het Kosovobevrijdingsleger UCK, zou zijn ondergeschikten er zelfs op hebben gewezen dat niet te doen. „Dat schaadt onze zaak,” zou hij hebben gezegd.

Daarmee is Haradinaj gezuiverd. De man die in 2005 kort premier was, kan opnieuw een rol gaan spelen in de nationale politiek. Dat is hij ook vast van plan, liet hij gisteren kort na landing in Pristina blijken.

Opnieuw zijn de aanklagers van het Joegoslaviëtribunaal er niet in geslaagd hun aanklacht tegen een hooggeplaatste verdachte afdoende te onderbouwen. Dat blijkt bij Albanese verdachten uit Kosovo nog moeilijker dan bij Kroaten, Bosnische moslims of Serviërs.

Hoofdprobleem daar mensen te vinden die tegen leiders uit hun eigen etnische groep willen getuigen. Voor het overdoen van de rechtszaak tegen Haradinaj moesten twee getuigen die aanvankelijk weigerden mee te werken, daar met juridische middelen toe worden gedwongen.

Kosovo is een klein land met minder dan twee miljoen inwoners die de oorlog vers in het geheugen hebben. Anoniem getuigen is daar moeilijk en wordt als verraad gezien. De loyaliteit aan mensen uit eigen clan gaat ver. Dat maakt het berechten van Kosovaarse verdachten uiterst moeilijk. Uiteindelijk is ook een internationale rechtbank immers afhankelijk van materiaal en getuigen uit het land zelf.

Afgelopen weekend is in Kosovo Fatmir Limaj opnieuw opgepakt, nu de tweede man in de regeringspartij PDK, dertien jaar geleden een commandant van het UCK. Een rechtbank bestaande uit Kosovaarse en EU-rechters gaat voor de derde keer proberen hem te berechten voor het martelen en doden van Servische krijgsgevangenen.

De eerste poging was in Den Haag. Limaj werd eind 2005 vrijgesproken door het Joegoslaviëtribunaal. De aanklagers hadden niet genoeg mensen gevonden die tegen hem durfden te getuigen.

Vorig jaar werd geprobeerd hem opnieuw voor oorlogsmisdaden te berechten, maar dat mislukte. De kroongetuige, een ‘meneer X’ die voor zijn veiligheid in Duitsland was ondergebracht, werd daar hangend aan een boom in het park aangetroffen.

Dat nu opnieuw een poging tegen Limaj wordt gewaagd komt doordat is besloten een eerdere verklaring van wijlen de getuige alsnog als bewijs in de rechtszaak te accepteren.