'Straffen helpt überhaupt niet'

De aanleiding

Deze week verdedigden VVD’ers Ivo Opstelten en Fred Teeven in de Tweede Kamer de begroting van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Een dag voor de behandeling, dinsdag, pleitten Ahmed Marcouch en Jeroen Recourt van de PvdA in de Volkskrant voor een milder justitiebeleid: minder nadruk op hard straffen, meer op behandelen en resocialisatie.

In een interview op Radio 1 reageerde advocaat en VVD’er Oscar Hammerstein positief op het PvdA-voorstel. Nederland is volgens hem „doorgeslagen” in strenge sancties en lange gevangenisstraffen. „Absoluut dieptepunt” noemde Hammerstein de invoering van minimumstraffen door het vorige kabinet. De rechter moet volgens hem de vrijheid hebben een straf op te leggen die passend is. En daarna: „Straffen helpt überhaupt niet, maar dat even terzijde.”

Lezer Pek van Andel vroeg nrc.next te checken of straffen inderdaad ‘niet helpt’, zoals Hammerstein beweert.

Interpretaties

Er zijn vele soorten straffen – gevangenisstraf, werkstraf, cursus – en vele manieren waarop een straf zou kunnen ‘helpen’. We kijken alleen naar de gevangenisstraf, het type straf dat Hammerstein lijkt te bedoelen. Met ‘helpen’ doelt hij wellicht op het effect van een straf op de dader. Maar een vrijheidsstraf heeft meer doelen en meer effecten. We zullen ze allemaal nagaan.

Het belangrijkste doel van straffen is misschien wel het meest filosofische: herstel van de rechtsorde. Iemand heeft de normen van de samenleving overtreden en dat knaagt aan het rechtsgevoel. Herstel ervan kan door vergelding – een soort geïnstitutionaliseerde wraak – en door herbevestiging van de bestaande normen.

Ook is er een preventief doel. Vrijheidsstraf moet de criminaliteit verminderen door zijn afschrikwekkende werking, schrijven onderzoekers Anja Dirkzwager en anderen in een literatuurstudie uit 2009. Dat kan effect hebben op mensen die geen delict hebben gepleegd en daarvan afzien uit angst voor sancties. En de straf kan effect hebben op de dader zelf, die stopt met verder crimineel gedrag vanwege angst voor sancties.

Gevangenisstraf leidt ook tot ‘onschadelijkmaking’. Hij (94 procent van de gedetineerden is man) kan zijn criminele werk niet uitvoeren, omdat hij vastzit. Dat heeft een effect op de criminaliteitscijfers. Ook zijn er mogelijke effecten op de dader zelf en zijn omgeving: op zijn psychische en lichamelijke toestand, op zijn sociaal-economische positie en op het welzijn van partner en kinderen.

En, klopt het?

Over de effecten van straffen is weinig bekend, zegt onderzoeker Arjan Blokland van het Nederlands Studiecentrum voor Criminaliteit en Rechtshandhaving. „Dokters die een medicijn uitschrijven kennen de exacte werking, maar rechters die een straf opleggen weten over de effecten helemaal niets.”

Strafoplegging leent zich nu eenmaal moeilijk voor experimenteel, vergelijkend onderzoek. Blokland: „Je kunt een rechter niet vragen om te dobbelen: wel of geen gevangenisstraf.” Dat kun je de dader niet aandoen, maar ook het slachtoffer niet. Onderzoek naar de werking van straffen is er wel, maar de empirische studies zijn dus schaars – ook internationaal.

In de onderzoeken die er zijn, is het effect van straf op het eerstgenoemde strafdoel, ‘herstel van de rechtsorde’, niet onderzocht. Daarvoor is het begrip te filosofisch. En ook naar de eventuele afschrikwekkende werking van straf op mensen die nog geen delict hebben gepleegd, is vrijwel geen onderzoek gedaan.

Heeft de straf dan effect op de dader zelf? Daarvoor kun je kijken naar de recidivecijfers. Uit vrijwel alle studies wereldwijd blijkt het effect van gevangenisstraf nihil of zelfs negatief: de recidive neemt toe. „Sommige delinquenten weten hun criminele netwerk in de gevangenis uit te bouwen”, zegt Blokland. Bovendien hebben ex-delinquenten volgens onderzoek een minder arbeidsperspectief, ontvangen ze later minder loon en is de kans op scheiden groter. „Allemaal factoren die leiden tot meer recidive.”

Gevangenisstraf kan dan ook vaker tot recidive leiden dan werkstraf, mogelijk doordat mensen bij werkstraf in hun eigen sociale omgeving kunnen blijven. Dat komt onder meer naar voren in een recente Nederlandse studie waarin het criminele looppad is vergeleken van daders die in 1997 of een celstraf of een werkstraf kregen. De data waren gecorrigeerd voor selectie-effecten.

De invloed van straf op recidive moet je, kortom, niet overschatten, zegt Blokland. Als je een delinquent vraagt of hij voor zijn daad heeft nagedacht over de hoogte van de eventuele straf, zegt het merendeel ‘nee’. En dat de meeste daders slechts enkele keren, vaak tijdens hun adolescentie, in aanraking komen met justitie en daarna niet meer, zegt genoeg. „Sociale omstandigheden en leeftijd zijn wellicht van grotere invloed op recidive dan straf.”

Op het strafdoel ‘onschadelijkmaking’ heeft gevangenisstraf wel een positief effect. Vooral langdurige opsluiting van notoire veelplegers blijkt voordelig voor de samenleving. Zo becijferde criminoloog Ben Vollaard in 2010 dat door deze zogenaamde ISD-maatregel tussen 2001 en 2007 ongeveer 1.500 veelplegers van de straat zijn gehaald, wat circa 140.000 auto- en woninginbraken en zeker zoveel fiets- en winkeldiefstallen heeft gescheeld. Dat zou ook grotendeels de daling van de criminaliteit sinds 2002 verklaren.

Conclusie

De PvdA stelde deze week een milder justitiebeleid voor. Daarop reageerde advocaat Oscar Hammerstein positief. Hij zei op Radio 1 dat „straffen überhaupt niet helpt”. Straf is echter wel voordelig voor de maatschappij: veelplegers die vastzitten kunnen geen delicten plegen, dat scheelt. Ook is straf van belang voor het rechtsgevoel in een samenleving. Maar Hammerstein heeft gelijk als hij doelt op het effect van straf op de dader. Die blijkt door gevangenisstraf niet minder delicten te plegen, het tegendeel is eerder waar. Ook heeft gevangenisstraf wellicht een nadelig effect op zijn sociaal-economische positie, zijn gezondheid en zijn sociale omgeving. Onderzoek hiernaar is echter schaars. Al met al beoordeelt next.checkt de beoordeling als grotendeels waar.