Stoïcijns bouwmeester van Europa

Wij leven in het Europa dat Helmut Kohl voor ogen stond. Dat blijkt uit een nieuwe biografie over de man die bondskanselier was toen in november 1989 de Berlijnse Muur viel. Maar maakt dat Kohl ook tot een groot staatsman?

Was Helmut Kohl een groot staatsman? Afgelopen oktober was het dertig jaar geleden dat hij aantrad als bondskanselier, en hij bleef dat tot 1998. De politicoloog en contemporain historicus Hans-Peter Schwarz, die nu de biografie van Kohl presenteert, prijst hem als de architect van het huidige Europa en vooral van de Monetaire Unie. Maar sinds de schuldencrisis, die twijfels wekt over de bestendigheid van de euro, wringt de vraag of bouwmeester Kohl solide werk heeft afgeleverd.

Over de tweede grote prestatie van Kohl, de eenwording van Duitsland in 1990, is weinig discussie mogelijk. Geholpen door een voortreffelijk gevoel voor timing en Augenmass, wist hij mede dankzij Amerikaanse steun de oppositie van Frankrijk, Groot-Brittannië en Rusland te elimineren. De moeilijkheden met de integratie van de voormalige DDR hebben zo'n vijftien jaar geduurd, maar lijken inmiddels goeddeels overwonnen. Ook achteraf gezien is de Duitse eenwording een succes.

Nog maar enkele maanden voor de val van de Berlijnse Muur in november 1989 leek het ondenkbaar dat Kohl tot deze hoogte zou stijgen. In augustus van dat jaar werd hij in zijn eigen partij, de Christen Democratische Unie (CDU), geconfronteerd met een poging hem als voorzitter te wippen. Kohl was uitgeregeerd, hij volstond met afwachten en uitzitten, zo was het verwijt.

De ervaren partijpasja bracht zijn troepen vakkundig in stelling om het gevaar te keren. Niemand wist dat hij op dat moment als gevolg van een prostaatontsteking helse pijnen leed. De wens van zijn artsen om onmiddellijk op te operatietafel te gaan liggen sloeg hij in de wind. Hij doorstond de beslissende vergaderingen, in de woorden van zijn biograaf, ‘stoïcijns als een indiaan aan de martelpaal’.

Dit boek mist de analytische scherpte van zijn veelgeprezen biografie in twee delen over bondskanselier Konrad Adenauer (1949-1963), Kohls politieke leermeester. De Kohl-biografie is smeuïg, maar ook wijdlopig. Zo vertelt Schwarz driemaal dat Lubbers in 1994 zijn ambitie om voorzitter van de Europese Commissie te worden zag gedwarsboomd door de bondskanselier. Bovendien beweert de biograaf de ene keer dat de kanselier Lubbers niet moest omdat de Nederlandse premier zich op de conferentie van Straatsburg in december 1989 tegen de Duitse eenheid had gekeerd. Maar elders verklaart Schwarz dat Lubbers op de conferentie van Maastricht in 1991 tot ergernis van Kohl de kant van de Britten koos door zich tegen het Frans-Duitse ontwerp voor een Europese Politieke Unie te keren.

Eerbetoon

Schwarz verzet zich tegen de gangbare opvatting dat de monetaire integratie van Europa een gevolg was van de Duitse eenwording. Die samenhang past niet in zijn eerbetoon aan de Europese reus die niet uit noodzaak, maar uit overtuiging de Monetaire Unie in Europa tot stand bracht. Ook zonder Duitse vereniging, aldus Schwarz, was de Europese munt er gekomen. Maar uit zijn boek blijkt dat deze eigenzinnige mening moeilijk houdbaar is.

Het initiatief voor een concreet plan kwam, na vijftien jaar vrijblijvende discussies, in de jaren tachtig van de Franse president Mitterrand en niet van de West-Duitse regering. Binnen het Europese Monetaire Stelsel van die periode was de D-Mark het leidende betaalmiddel. Duitsland had een economisch overwicht met de bijbehorende machtspositie om ook voor andere landen de rente te bepalen. Frankrijk wilde door middel van de monetaire eenwording aan die ongelijke verhoudingen een einde maken. Kohl betuigde steun aan het plan, maar kon goed leven met uitstel.

De oppositie in de Bondsrepubliek tegen het loslaten van de D-Mark was groot. Dat zou trouwens tot de introductie van de euro altijd zo blijven. In het voorjaar van 1989 accepteerde Kohl het principe dat de Europese munt zou worden ingevoerd, maar hij weigerde nog steeds een datum af te spreken voor het begin van de onderhandelingen die duidelijkheid moesten brengen over het moment van introductie en de voorwaarden voor het lidmaatschap van een monetaire unie.

Na de val van de Muur kwam deze kwestie in een ander politiek perspectief te staan, zo maakt ook Schwarz onbedoeld duidelijk. Mitterrand was woedend dat Kohl hem niet vooraf had geconsulteerd over het nog die maand gelanceerde 10-puntenplan dat op termijn de Duitse eenwording moest brengen. De bondskanselier paaide de Fransen door zich bereid te tonen een aanvangsdatum af te spreken voor de onderhandelingen over de monetaire integratie.

Het oorlogskind Kohl, geboren in 1930 en als puber getuige van de geallieerde bombardementen op zijn woonstad Ludwigshafen, beklemtoonde zijn vaste voornemen om een toekomstige Duitse eenheidsstaat aan Europa vast te klinken via een gemeenschappelijke munt. De Duitse vereniging en de verdieping van de Europese integratie, aldus het mantra van Kohl, waren twee kanten van dezelfde medaille. In het licht van die vastberadenheid is het moeilijk vol te houden dat het eerste niet van grote invloed was op het tweede.

Voor Kohl, aldus Schwarz, was de monetaire eenwording een politiek project dat moest bijdragen aan de externe stabiliteit van een verenigd Duitsland. De financieel-economische voorwaarden waren belangrijk, maar secundair. Duitsland was na 1989, wellicht nog meer dan in de voorafgaande decennia, een natie die hunkerde naar rust en orde. Een goede verhouding met Frankrijk had absolute prioriteit. Kohl wilde zich na de val van de Muur hoe dan ook manifesteren als de architect van een nieuw Europees statensysteem. Het kon wat hem betreft een Europa worden dat in hoge mate rekening hield met Franse wensen. Tijdens de onderhandelingen over het verdrag van Maastricht (1991) en het Stabiliteitspact (1995-97) bleek hij bereid tot grote concessies.

Begrotingsdiscipline en beperking van de overheidsschuld waren van meet af aan Duitse verlangens. Al in een vroeg stadium zagen vooral de deskundigen van de Bundesbank de bui hangen indien aan deze wensen niet werd voldaan: een monetaire integratie waarin Duitsland zou opdraaien voor de overheidstekorten van Zuid-Europese landen.

Frankrijk accepteerde de Duitse eurovoorwaarden van maximaal drie procent tekort op de overheidsbegroting en een totale overheidsschuld die niet hoger was dan zestig procent van het nationale inkomen. Maar de in 1995 aangetreden Franse president Chirac weigerde te voldoen aan de Duitse eis dat bij overtreding van de regels automatisch sancties zouden volgen.

Crimineel gedrag

Niet alleen financiële experts van de Bundesbank, ook leidende figuren in de CDU als de minister-president van Saksen Kurt Biedenkopf voorspelden de schuldenmisère die ruim tien jaar later Europa in een crisis zou storten. Kohl wuifde alle waarschuwingen weg: hij wilde te graag. De scherpzinnige commentator Johannes Gross schreef in 1997: ‘De lichtvaardigheid waarmee politici afstand doen van de D-Mark zou crimineel genoemd kunnen worden als bij dit gedrag niet zoveel goede wil in het spel was.’

Helmut Kohl een staatsman van formaat? Voor die eretitel moet aan twee voorwaarden worden voldaan. Een politiek leider moet verder kijken dan de volgende verkiezingen, desnoods met zijn plannen de publieke opinie trotseren en vervolgens een stempel op de politieke ontwikkelingen drukken. Maar zijn historische daden moeten ook nog de goedkeuring krijgen van het nageslacht.

Aan de eerste voorwaarde voldeed Kohl in ruime mate. Hij zette de euro door ondanks de weerstand van een meerderheid van de Duitsers. Dankzij die standvastigheid leeft Europa in 2012 in de wereld van Helmut Kohl.

In zijn oordeel over die prestatie toont Schwarz zich een man met twee zielen in de borst. Zijn boek is duidelijk bedoeld als hommage aan de figuur die de Europese integratie een grote stap vooruit bracht. Maar hij erkent dat de ‘onomkeerbaarheid’ van de integratie die Kohl voor ogen stond met de introductie van de euro, inmiddels op losse schroeven staat.

De grote vraag is of de Europese munt de test van de tijd zal doorstaan. Het antwoord, dat bepalend zal zijn voor de historische reputatie van Kohl als staatsman, is afhankelijk van de kundigheid die zijn opvolgers tonen bij de reparatie van constructiefouten die onder Kohls verantwoordelijkheid zijn gemaakt.