Rapport over Britse pers is vernietigend...

De zelfregulering van de Britse pers werkt niet, oordeelde rechter Leveson gisteren. Hij wil daarom een onafhankelijke toezichthouder.

De ouders van het vermoorde meisje Milly Dowler arriveren bij de presentatie van Leveson. News of the World luisterde Milly’s telefoon af nadat ze verdwenen was, en liet de ouders in het ongewisse. Foto AFP

Rechter Brian Leveson begon zijn uiteenzetting over de Britse pers gisteren met complimenten. Hij noemde krantenjournalisten „de bewakers van het publiek belang” en zei dat ze „het land – meestal – goed dienden”.

Maar al snel volgde de vernietigende kritiek waar de Britse kranten voor hadden gevreesd en de conclusie waartegen ze al weken campagne voeren. Leveson zei dat de pers de eigen gedragscodes de afgelopen decennia dusdanig heeft genegeerd dat „op gezette tijden het leven van onschuldige mensen werd verwoest”. Van zelfregulering kan niet langer sprake zijn, zei hij: „Dat is alsof de bedrijfstak zijn eigen huiswerk corrigeert”.

Dus moet er een nieuwe raad voor de journalistiek komen, wiens onafhankelijkheid wettelijk moet worden geregeld. Dat betekent niet dat de overheid zich met de pers zal bemoeien, zo zei Leveson. Dat is waar de kranten bang voor zijn. Leveson gaf er blijk van het spanningsveld tussen vrijheid en controle aan te voelen: „Dergelijke wetgeving geeft het Lagerhuis geen enkel recht kranten te verbieden wat dan ook te publiceren.”

Wat Leveson voorstelt, is een toezichthouder die onafhankelijk van pers en politiek opereert. In tegenstelling tot de huidige Press Complaints Commission, die wordt gefinancierd door de uitgevers en bestaat uit hoofdredacteuren. Er zou verder een arbitragesysteem moeten komen zodat klagers snel een vergoeding of excuses krijgen, en de toezichthouder moet de bevoegdheid krijgen boetes tot 1 miljoen pond (1,24 miljoen euro) uit te delen.

Kranten en tijdschriften die weigeren deel te nemen aan het nieuwe systeem zouden voor de advocatenkosten moeten opdraaien van de klager, omdat dan een zaak onmiddellijk voor de rechter komt. Een ander optie zou zijn om Ofcom, de toezichthouder op omroepen, ook over dergelijke kranten te laten oordelen.

„Te veel artikelen in te veel kranten zijn onderwerp van klachten van te veel mensen waarvoor te weinig redacties zich verantwoordelijk voelen of nadenken over de gevolgen voor de betrokken individuen”, schrijft Leveson in het bijna 2.000 pagina tellende rapport.

Een hoofdstuk in Levesons rapport gaat over News of the World, de inmiddels opgeheven tabloid. Het was het afluisteren van bekende en onbekende Britten door journalisten van deze tabloid, die de aanleiding waren voor zijn onderzoek. Over het afluisteren zelf doet Leveson geen uitspraken, omdat er nog strafrechtelijke onderzoeken lopen. Maar hij beschrijft een redactie die onder druk werd gezet van de leiding om met primeurs te komen, en daardoor bereid was om op welke manier dan ook aan informatie te komen, zonder acht te slaan op privacy en ook al was een werkwijze illegaal. „We jaagden op oplages en op niets anders”, citeert Leveson een voormalig adjunct-hoofdredacteur.

Leveson erkent dat de pers volhardend moet zijn. Maar vaak leidt dat tot pesterijen. Gewone Britten durven geen juridische stappen te ondernemen „omdat ze de energie niet hebben, of omdat ze hun families niet willen blootstellen aan de pijn”. Want de kranten reageren defensief op klachten, en gaan vaak op „extreem persoonlijke” tegenaanval.

Hij erkent dat een beroemdheid „het recht op privacy verlies als hij of zij intieme foto’s aan een krant verkoopt”. Maar „geeft dat een krant of zelfs de media in het algemeen carte blanche voor alle doelen en altijd?” Hij vindt van niet.

Levesons advies gaat alleen over de geschreven pers. De omroepen staan onder toezicht van Ofcom, een bij wet opgerichte instantie. Over internetjournalistiek zegt Leveson dat „de handhaving van wetten online problematisch is”, niet in het minst omdat blogs, sociale media en Twitter niet in het Verenigd Koninkrijk hoeven te zijn gebaseerd en geen verantwoording schuldig zijn.