Positief is ook niet altijd alles

Te weinig levenservaring. Daarop wordt Rosa van Dijk afgewezen door de kunstacademie. Ze reageert er gepast puberaal op: ‘Ze zijn gewoon compleet geschift! Ik heb al meer meegemaakt dan de meeste tachtigjarigen! Ik kan er zo een dertiendelige serie over schrijven!’

Dat begin, met een vleugje zelfspot, zet de toon van Hoe overleeft Rosa in New York? van puberfenomeen Francine Oomen. Rosa blijkt ondanks de inderdaad 13-delige Hoe overleef ik-reeks nog steeds niet volwassen. Het nieuwe boek moet tegelijk niet en wel gezien worden als een vervolg op de reeks: het gaat over dezelfde personages, maar Annet Schaaps tekeningen maakten plaats voor een gifgroen omslag en de woorden ‘Hoe overleeft’ lijken wat weggemoffeld, ten gunste van de nieuwe serienaam Rosa & co. In 2010 zette Oomen een punt achter haar reeks (spin-offs daargelaten), omdat Rosa te oud werd voor haar jonge lezers: na een jarenlange (knipperlicht)relatie was haar ontmaagding echt niet meer uit te stellen. Het komt er nu dan ook meteen van, zij het stuntelig en iets te kortstondig en netjes buiten beeld.

Hoe overleeft Rosa in New York? gaat aanvankelijk op oude voet door. De handeling is weliswaar verplaatst naar New York, waar Rosa gaat werken als au pair van een meisje dat onhandelbaar en depressief is sinds haar moeder verongelukte; maar veel speelt zich nog altijd af in dagboeken, e-mails en (chat)gesprekken. De voortdurend communicerende pubers weten zich nog steeds geen raad met zichzelf, hun ouders, verliefdheid en de rest van de wereld.

De kracht van de Hoe overleef ik-serie was de herkenbaarheid: Oomen, moeder aller piekerpubers, liet haar personages en lezers geïnspireerd raken door moderne tegelwijsheden als ‘no fear’, ‘the magic is in the doing’, ‘vertrouw op jezelf’, ‘denk positief’. Daardoor was Hoe overleef ik in feite een opgeleukte zelfhulpreeks. Sympathiek, en waardevol voor jongeren, maar stilistisch liet Oomen weinig over aan de verbeelding en de boeken zaten overvol.

Ditmaal heeft ze minder bijlijntjes nodig, en voor het overige staan ze in dienst van het volwassenwordingsverhaal van Rosa en haar vriendje Neuz. Die laatste bewijst dat Oomens positiviteitsevangelie niet meteen zaligmakend is: hij gaat in Berlijn los, met overvloedige drank en drugs. In plaats van hyperzelfbewust te piekeren laat hij het waaien – een verademing. Als hun relatie uitgaat houd je er geen moment rekening mee dat het misschien menens is. Maar Oomen kiest nu eens niet de gemakkelijkste oplossing: er komt heel veel goed (zelfs een naïeve ‘loktaart’ trekt het depressieve meisje uit haar schulp), maar niet alles. Dat stemt hoopvol voor de toekomst. Rosa kon nog wel eens echt volwassen gaan worden.