Column

Opvang

Ze ontmoetten elkaar via internet. „Op 23 september 2011, om half één”, zei Kamal Alased (40).

Yvonne Derksen (46) groeide op in Amsterdam-West. Haar buurjongen was een Marokkaan en met hem trouwde ze. Ze kregen twee zonen. Hij mishandelde haar. Ze trouwde opnieuw met een Marokkaan, dat huwelijk mislukte ook.

Nu heeft ze een uitkering voor arbeidsongeschikten, onder meer door blijvend letsel na de mishandelingen van echtgenoot één. Soms surft ze wat op Tagged.com, een sociaal netwerk.

Kamal Alased (40) zit sinds bijna drie jaar in een asielzoekerscentrum, nu in Nijmegen. Een Palestijnse vluchteling uit Irak: Palestijnen werden daar getolereerd tot de val van Saddam Hussein, waarna wraakacties begonnen. Hij liet onmiskenbare littekens zien.

Op vrijdag 7 oktober 2011 spraken Yvonne Derksen en Kamal Alased af op het Centraal Station van Amsterdam. Ze dronken keurig koffie in de Bijenkorf. Gingen daarna in Osdorp met haar pitbull wandelen. En toen is hij drie dagen gebleven.

„Ik hoop dat hij serieus is en je niet mishandelt”, zei Yvonnes jongste zoon (22). Zij draagt een piercing in haar wenkbrauw; haar zonen werden moslim. Je hebt in Osdorp veel van dat soort mengelmoes, zei zij, ook dat was het nieuwe Nederland. „Ze zijn ook met míjn ouders en normen en waarden opgegroeid. Ze gaan met iedereen om.”

Trouwen kunnen Kamal en zij „helaas” niet, zei Yvonne. Hij kan niet met papieren bewijzen dat zijn echtgenote in Irak op een bermbom liep.

Kamal Alased is mechanicus, in Irak had hij een goedlopende garage. Hij snakt naar werk, het woord work sprak hij ongemerkt grommend uit. „Geef me één jaar en ik ben van niemand meer afhankelijk. Let me work.”

Maar goed. Voorlopig maakt hij Yvonne gelukkig. Sinds een Nederlandse arts zijn pols redde, die in Irak door een kalasjnikov was verbrijzeld, kan Kamal Alased namelijk weer alles repareren wat kapot is – hij gaf een opsomming: „Een gebroken koffiekopje. Een magnetron. De broodrooster. Háár.”

Hij is zo vaak in Osdorp als het asielzoekerscentrum tussen het verplichte stempelen toestaat. Samen kwamen ze sinds september naar het asielzoekerskamp aan de Amsterdamse Notweg, bij Yvonne om de hoek. Drie keer per dag brachten ze zeventien thermoskannen thee en koffie. Een dag voor de ontruiming van vanmorgen stonden ze daar: Yvonne stralend, Kamal als onder vrienden.

Binnenkort kon Kamal Alased zelf een illegaal zijn. Terugkeren naar Irak was ook voor hem onbespreekbaar.

Hij had nu bijna dagelijks contact met zijn zus, die het was gelukt naar Amerika te gaan. Zij is kapster in Chicago.

My big dream”, glunderde Kamal.

Precies op dat moment zei Yvonne: „Maar hij kent nu mij.”

Margriet Oostveen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Christiaan Weijts.