Ook in Nederland ligt de zelfregulering van de media al jaren onder vuur

De tandeloze Raad voor de Journalistiek? De dure rechter? Wie wil klagen over media heeft ook bij ons weinig keuze.

In het Verenigd Koninkrijk moet een nieuwe, onafhankelijke commissie komen die de pers in de gaten houdt. Rechter Leveson is er duidelijk over. Een instantie die een wettelijke basis heeft, boetes kan opleggen en rectificaties kan afdwingen. Maar hoe is het toezicht op de pers in Nederland geregeld?

Net als in het Verenigd Koninkrijk is het beroep van journalist in Nederland vrij. Er bestaat geen officiële beroepserkenning, noch door de wet, noch door een beroepsorganisatie. Diploma’s zijn niet nodig, althans niet om als journalist te mogen werken. Vrijheid van meningsuiting staat in de grondwet – die geldt voor iedereen.

Journalisten hebben dan ook geen bijzondere rechten die bij wet zijn geregeld – en ook geen andere plichten dan gewone burgers. Iedereen die dat wil mag zich journalist noemen, of schrijver of publicist.

Wel komt staatssecretaris Fred Teeven (Veiligheid en Justitie, VVD) komende maand met een voorstel dat het verschoningsrecht voor journalisten wettelijk moet regelen. Nu beschermt alleen de rechter journalisten tegen overheidsdwang om bronnen prijs te geven. Dat is meteen de eerste vorm van ‘persregulering’ die in Nederland wordt ingevoerd – een bijzonder recht om bronnen geheim te mogen houden.

Dat voorstel was al in de maak maar wordt aangepast naar aanleiding van een uitspraak vorige week van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg. In een rechtszaak die door dagblad De Telegraaf was aangespannen tegen de Staat der Nederlanden – de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) luisterde in 2006 twee verslaggevers van De Telegraaf af – oordeelde het Hof in het voordeel van de journalisten.

In de nieuwe wet gaat de rechter voortaan toetsen of het gerechtvaardigd is dat een journalist wordt afgeluisterd. Nu mocht de minister dat nog zelf beslissen, althans ambtenaren namens hem. Dat vond de Europese rechter een inbreuk op de persvrijheid.

Er bestaan dan ook alleen ethische gedragsregels voor de journalist. Die zijn vrijwel altijd opgesteld door de journalistiek zelf. In 2008 kwam het Genootschap van Hoofdredacteuren bijvoorbeeld met een Code voor de Journalistiek. De bekendste is de Code van Bordeaux uit 1954, die een internationaal karakter heeft. Een journalist is niet wettelijk verplicht deze gedragsregels op te volgen. De andere mogelijkheid is een klacht indienen bij de Raad voor de Journalistiek (RvdJ), opgericht in 1948.

Deze Raad is een zelfregulerende instantie van de gezamenlijke journalistieke media die wordt gefinancierd en bestuurd door uitgevers, omroepen en vakorganisaties. Voorzitter van het bestuur is oud-journalist en mediaondernemer Fons van Westerloo. De leden van de Raad worden benoemd door het bestuur, niet door de overheid. Het zijn elf journalisten, twaalf burgerleden, meestal afkomstig uit de wereld van media en communicatie en drie vicevoorzitters. Dit zijn leden uit de Hoge Raad en de Raad van State, voor wie de Raad een nevenfunctie is. Voorzitter van de Raad is Victor Lebesque, gepensioneerd juridisch redacteur van de Volkskrant.

Per jaar krijgt de Raad vijftig tot zeventig klachten binnen. De organisatie kan media geen sancties opleggen maar alleen zijn afkeuring uitspreken. Het staat kranten en tv-programma’s vrij wel of niet aan een zitting of een uitspraak mee te werken. De laatste jaren is het aantal afhakers bij de Raad gegroeid: De Telegraaf, Het Parool, TROS Radar, TROS Opgelicht, Elsevier en de regionale kranten van De Telegraaf. Zij menen dat geschillen beter meteen voor de rechter kunnen komen en dat de Raad verouderde regels toepast.

Tot nu toe doet de Raad wel nog altijd uitspraken over deze weigeraars. Daarover is echter recent discussie ontstaan. Het bestuur van de RvdJ wil in 2013 zijn werkwijze aanpassen. De Raad zou in de toekomst alleen nog moeten oordelen over media die de Raad erkennen. Dit houdt in dat een lezer van De Telegraaf niet meer bij de Raad kan klagen als die krant de journalistieke ethiek schendt. Ook bestaat discussie over de positie van de drie topjuristen binnen de Raad. Zo wil het bestuur dat deze juristen worden vervangen door journalisten.

De angst bij veel leden van de Raad is dat dit leidt tot partijdigheid. De juristen worden gezien als een onafhankelijk tegenwicht. Zonder zou de RvdJ veranderen in een club die zijn eigen vlees keurt.