Onder tapijt vegen is geen optie meer

Ook in de Joodse gemeenschap is seksueel misbruik lang verzwegen. In Nederland is het nu in elk geval bespreekbaar.

Het Maimonides Lyceum, eind jaren 60, waarvan de rector weg moest wegens misbruik. Foto Mau Kopuit

Hij komt uit een gezin dat sterk getekend is door de oorlog. Een groot deel van zijn familie is vermoord tijdens de jodenvervolging. Als zijn ouders in 1960 scheiden, wordt de dan 16-jarige Rob Frank door de Kinderbescherming uit huis geplaatst. Hij wordt opgenomen in het gezin van de toenmalig rector van het Joodse Maimonides Lyceum in Amsterdam. „Wat je noemt, een goed Joods gezin”, vertelt Frank deze week in het Nieuw Israelietisch Weekblad.

Frank maakt zijn huiswerk in de studeerkamer van de vader des huizes. „Alles leek mooi, fijn. Maar binnen twee weken begon het gesodemieter. Zijn interesse in mij bleek niet te worden ingegeven door de wens om mij een veilig thuis te bieden. Hij bleek me fysiek te begeren. Er ontstond een patroon waarbij hij telkens fysieke toenadering zocht en ik telkens aangaf daarvan niet gediend te zijn.” Een paar keer per week wordt Frank door zijn pleegvader misbruikt.

Het verhaal van Frank staat niet op zichzelf. Als de rector in 1971 met een andere misbruikzaak in verband wordt gebracht, vraagt het schoolbestuur hem op te stappen. Toenmalig conrector Lou Evers (85) vertelt in het NIW waarom dit vertrek nooit officieel werd toegelicht. Joden zijn „een kleine groep”, joodse scholen zijn daardoor „extra kwetsbaar”. „We wilden voorkomen dat de school beschadigd zou raken”, aldus Evers. Omdat de zaak in de doofpot wordt gestopt, kan de rector zonder problemen elders aan de slag.

Waarom komt de kwestie nu, een halve eeuw later, alsnog in de openbaarheid? NIW-hoofdredacteur Maurice Swirc vertelt hoe hij in maart van dit jaar werd uitgenodigd voor een gesprek door opperrabbijn Binyomin Jacobs en Hans Vuijsje, directeur van Joods Maatschappelijk Werk (JMW). De rabbijn, die geestelijk verzorger is bij het in trauma gespecialiseerde Sinai Centrum, vertelt hem over zijn ontmoeting met Rob Frank. „Een noodkreet” noemt Jacobs diens verhaal. Kan Swirc een artikel aan de zaak wijden?

Het JMW opende deze week een meldpunt voor slachtoffers van seksueel misbruik in Joodse instellingen. De zorginstelling heeft „genoeg reden om aan te nemen dat er meer gevallen waren”. „Zaken onder het tapijt vegen is geen optie”, zegt opperrabbijn Jacobs in het NIW. Slachtoffers van seksueel misbruik mogen volgens hem „nooit de dupe worden van een instelling die de eigen goede naam wil beschermen”.

Afgelopen zomer berichtte NRC Handelsblad over een zedenzaak bij de orthodox-joodse school Cheider in Amsterdam. Daar werd een docent geschorst wegens „ongepast, grensoverschrijdend gedrag” jegens een leerling. De school deed aangifte, maar het onderzoek loopt nog. De leraar werkt niet langer bij het Cheider. Vorige week diende een ouder van een leerling van Joods Kindercentrum Simcha in Amsterdam bij het Meldpunt Kindermishandeling een klacht in over ongewenste seksuele handelingen. „Openheid bevordert het zelfreinigend vermogen”, schrijft het NIW, dat dit soort zaken voorheen schaarde onder de noemer ‘eigen nest bevuilen’.

Ook in de Verenigde Staten komen steeds meer zaken over seksueel misbruik in joodse kring aan het licht. The New York Times interviewde enkele maanden geleden de 64-jarige Pearl Engelman, wier zoon als kind regelmatig door een leraar van de United Talmudical Academy in Williamsburg werd betast. De school schorste de man voor korte tijd, maar bleef wel achter hem staan. „Ik kan het niet mooier verwoorden”, zei Engelman. „Onze gemeenschap beschermt ontuchtplegers. Verder zijn wij geweldig.”

Rhonnie Jaus, een in seksuele misdaden gespecialiseerde openbaar aanklager uit een Joodse wijk in New York, zegt dat Joden vaak niet naar voren durven te komen. „Sommige slachtoffers worden van school gestuurd, of mogen de synagoge niet meer betreden. Er wordt grote druk uitgeoefend.”

Anders dan katholieken, die de lijn van het Vaticaan volgen, hoeven Joden geen verantwoording aan ‘Jeruzalem’ af te leggen. „Joodse gemeenschappen zijn autonoom”, zegt de Amerikaanse journalist Robert Chesal, die onderzoek deed naar seksueel misbruik in beide gemeenschappen. „Daardoor hangt het van individuen af hoe zij omgaan met ontuchtzaken. Ik ken voorbeelden van rabbijnen die samenspannen om slachtoffers monddood te maken, maar ik ken ook voorbeelden van rabbijnen die aangifte doen tegen ontuchtplegers.”

De Joodse Chesal werd op 14-jarige leeftijd misbruikt op een liberaal-joodse school in Florida. In zijn onlangs verschenen boek Een verzwegen leven beschrijft hij hoe zijn muziekleraar hem meenam naar zijn appartement en hem metaqualon gaf, een hallucinogene drug. „ Ik had nog nooit eerder seks gehad. Ik heb hem gewoon nagedaan”, schrijft hij.

Chesal gaat op zoek naar de man die „een stempel op zijn leven drukte”. Maar als hij navraag naar ‘Rick’ wil doen in Florida, blijven alle deuren gesloten. „Ik vind het goed dat seksueel misbruik in de joods-Nederlandse gemeenschap bespreekbaar wordt gemaakt. Al kan ik mij voorstellen dat het dubbel voelt. Veel mensen redeneren: wie de vuile was buiten hangt, maakt zich kwetsbaar voor de échte vijand.”