Meer proeven met menselijk embryo bepleit

Door nieuwe technieken in de vruchtbaarheid is het nodig om te gaan experimenteren met speciaal gecreëerde menselijke embryo’s.

Het bestaande verbod om menselijke embryo’s te laten ontstaan voor wetenschappelijk onderzoek belemmert belangrijk onderzoek. Dat onderzoek is nodig om veilig nieuwe technieken in te kunnen voeren waarmee mensen met vruchtbaarheidsproblemen toch een kind kunnen krijgen. Tot nu toe worden die technieken ingevoerd door van proefdieronderzoek direct op de medische praktijk over te stappen. Dat is onwenselijk.

Dat schrijft de commissie die de uit 2002 stammende Embryowet heeft geëvalueerd. Die wet verbiedt het laten ontstaan van embryo’s uitsluitend voor wetenschappelijk onderzoek. Minister Schippers heeft het evaluatierapport gisteren naar de Tweede Kamer gestuurd. Concrete voorstellen voor wetswijzigingen volgen in de eerste helft van volgend jaar, schrijft de minister.

Embryo’s die overschieten bij gewone ivf-procedures mogen al voor wetenschappelijk onderzoek worden gebruikt. Die zijn echter slecht bruikbaar voor onderzoek naar de veiligheid van nieuwe technieken die aan de bevruchting vooraf gaan.

Er zijn veel vruchtbaarheidstechnieken waarvoor experimenten met menselijke embryo’s nodig zijn voordat de technieken in de praktijk zouden kunnen worden toegepast, aldus de evaluatiecommissie. Het gaat om het invriezen van eicellen, het buiten het lichaam rijpen van eicellen, eicelbewerkingen om mitochondriale ziekten uit te bannen en het gebruik van geslachtscellen die uit stamcellen zijn gemaakt. Dat zijn allemaal technieken die alleen goed kunnen worden onderzocht door embryo’s speciaal voor dat onderzoek te laten ontstaan.

De Embryowet regelt wat er in Nederland met embryo’s en geslachtscellen mag gebeuren. De bedoeling van de nu tien jaar oude wet was om een evenwicht te bewaren tussen enerzijds respect voor menselijk leven en waardigheid en anderzijds het belang van genezing van ziekten en het welzijn van minder vruchtbare paren. In de oorspronkelijke wetstekst stonden bepalingen die het maken van embryo’s voor wetenschappelijk zouden toestaan als dat voor de medische praktijk nuttig en nodig zou zijn. Maar de christelijke partijen in de Balkenende-kabinetten van het eerste decennium van deze eeuw hielden die verruiming tegen.

De knelpunten in de wet zijn daardoor „eerder toe- dan afgenomen”, schrijft de evaluatiecommissie.

De commissie ziet ook dat de wetenschap inmiddels zoveel verder is dat definities in de wet niet meer voldoen. Het gaat bijvoorbeeld om dieren waarin menselijke organen groeien om te worden gebruikt voor orgaantransplantaties. „Onderzoekers kunnen al organen van de ene diersoort in een andere laten groeien. Men verwacht dat het mogelijk zal zijn op die manier ook menselijke organen te kweken”, zegt ethicus Wybo Dondorp, lid van de evaluatiecommissie. „De wet verbiedt het geboren laten worden van mens-dierchimaeren, die in de wet gedefinieerd worden als een samensmelting van embryonale menselijke en dierlijke cellen. Maar deze orgaanleverende chimaeren vallen niet onder die definitie.”

Zelfs de definities van spermacellen, eicellen en embryo’s voldoen niet meer, nu het bij dieren is gelukt om geslachtscellen uit stamcellen te laten ontstaan. Voortplanting met zulke kunstmatige geslachtscellen is bij mensen een toepassing die in de toekomst ligt.

Veel sneller is waarschijnlijk een besluit nodig over het vooraf kiezen van het geslacht van een kind. Door een nieuwe spermaselectietechniek is dat nu goed mogelijk. Een handhaving van het verbod kan betekenen dat een moeder die perse een kind van een gewenst geslacht wil abortus kan laten plegen als ze zwanger is van een kind van het ongewenste geslacht. De evaluatiecommissie laat de keus aan de politiek over.