Levenslang geëist voor genocide in Rwanda

Het Openbaar Ministerie eiste gisteren voor de Haagse rechtbank levenslang tegen de 65-jarige Yvonne B. voor haar „belangrijke bijdrage” aan de genocide, achttien jaar geleden in Rwanda.

De officier van justitie achtte haar medeplichtig aan massamoord en schuldig aan uitlokken, opruien en samenspannen tot uitroeiing van Tutsi’s. Ze zou arme, ongeschoolde jongeren in haar wijk in de Rwandese hoofdstad Kigali het vuile werk hebben laten doen, „zoals een commandant achter de hoge muren van haar woning betaamt”, maar „net zo goed pleger zijn geweest als de jongens die het kapmes hanteerden”.

Dat de moeder van zes kinderen en vrome katholiek tijdens de genocide met gevaar voor eigen leven zeker vijf mensen het leven heeft gered, vond de aanklager geen reden voor strafverlichting. Daarbij speelde mee dat de verdachte tijdens het proces „nooit een spoor van berouw of inzicht heeft getoond” en blijk gaf van „een ontluisterend gebrek aan mededogen”. De strafeis moet onderstrepen dat daders van internationale misdrijven nergens gevrijwaard zijn van vervolging, „zeker niet in Nederland”.

De raadsman van de verdachte, Victor Koppe, verweet het Openbaar Ministerie gisteren in de wandelgangen „kwade trouw”. Volgens Koppe liet de officier van justitie tijdens het proces systematisch alle ontlastende informatie weg, terwijl het Openbaar Ministerie de plicht heeft aan waarheidsvinding te doen. Hij sprak van „een Diederik Stapel in het kwadraat”, verwijzend naar de hoogleraar sociale psychologie die onderzoekgegevens negeerde als ze niet in zijn kraam te pas kwamen.

Koppe zal eind volgende week in zijn pleidooi vragen om vrijspraak. De rechtbank doet begin volgend jaar uitspraak.

De in Rwanda geboren Yvonne B. kwam in 1998 naar Nederland en kreeg in 2004 de Nederlandse nationaliteit. Het is voor het eerst dat een Nederlander terechtstaat voor genocide. Bij de genocide in Rwanda werden in 1994 naar schatting 800.000 mensen vermoord, 10 procent van de bevolking, 75 procent van alle Tutsi’s.