Kom met verhalen

Het blijft een hardnekkig misverstand dat om de zoveel jaar moet worden rechtgezet: het Zweeds wittebrood kwam niet uit de hemel. Het brood dat ‘smaakte als cake’ werd aan het eind van de Tweede Wereldoorlog door Nederlandse bakkers gebakken.

Al in september 1944 had de Nederlandse regering een verzoek ingediend, maar de eerste lading meel uit Zweden kwam pas in januari ’45 aan in de haven van Delfzijl. Eerder was niet mogelijk, omdat Churchill en Roosevelt strikte voorwaarden stelden om ervoor te zorgen dat de transporten niet in handen van de Duitsers zouden vallen. Toen het eenmaal was geregeld, was de Oostzee alweer bevroren. Dus lagen de eerste afgebakken broden pas op 28 februari in de winkel.

Eind april begonnen de voedseldroppings boven Nederland. Daar zaten blikken sardines en corned beef in, maar geen brood. Toch herinnerden talloze mensen zich na de oorlog dat de witte broden aan parachuutjes naar beneden kwamen.

Ik stuitte op deze anekdote, omdat ik een onderzoek doe voor het Amsterdams Comité 4 en 5 mei. Dat organiseert volgend jaar op 5 mei opnieuw een Vrijheidsmaaltijd – vorig werd op 5 mei op 125 plekken in de stad samen gegeten. Van een krakersbolwerk tot het detentiecentrum Schiphol Oost. De bedoeling is dat heel Amsterdam voortaan samen eet op Bevrijdingsdag.

Ter inspiratie maak ik een boekje met ingrediënten die een verhaal kunnen vertellen over oorlog, verzet en bevrijding. Daarvoor ben ik op zoek naar anekdotische verhalen die verteld kunnen worden aan de hand van bijvoorbeeld een stuk groente of fruit, zoals de aardbeien waar Anne Frank zo naar uitkeek in haar dagboek.

Maar ook naar ingrediënten die symbool staan voor verzet of protest. Denk aan krakers die geen kapitalistisch bier drinken, of aan Aktie Tomaat. Als u nog een mooi verhaal kent, laat het mij vooral weten via twitter (@joelbroekaert) of mail (joel@broekaert.nl).

Eerder dit jaar verscheen het boekje Koken in moeilijke tijden van Kyra ten Cate. Zij stelde het samen op basis van 85 handgeschreven recepten die haar moeder tijdens de Hongerwinter voor haar bruiloft kreeg. De ondertitel van het boekje luidt: ‘een vrolijk oorlogsboekje’. Dat is het ook, vooral door de illustraties van Atie Siegenbeek van Heukelom. Maar hier en daar vindt men toch wel een aanwijzing voor die moeilijke tijden.

Zoals bij het recept voor sardinebroodjes. Voor hoeveel personen het is, staat er niet bij. Dat is waarschijnlijk afhankelijk van hoe hoog de nood is. In vredestijd lijkt het mij veilig om te zeggen dat je van een blik sardines een voorgerecht voor twee tot drie personen kunt maken. „Wrijf de sardines fijn, ook de eieren en roer alle andere ingrediënten hier doorheen. Smeer dit mengsel op de broodjes. Ik neem het eiwit er ook bij anders wordt het te luxueus.”