Kil om het hart

In 1991 publiceerde cardioloog Ad Dunning een rapport met de titel Kiezen en delen. Onderwerp was hoe het schaarse goed van de gezondheidszorg zo doelmatig en efficiënt mogelijk kon worden verdeeld over het volk. Dunning was dan wel cardioloog – doorgaans een beroepsgroep met een VVD-profiel – maar hij was ook lid van de PvdA. Dunning was een soort vleesgeworden paars, die wonderlijke mix van pragmatisme waar we nu weer mee zitten opgescheept.

Kern van Kiezen en delen was de ‘trechter van Dunning’. Een soort zeef, waar medische behandeling doorheen moest voordat het in aanmerking zou komen voor vergoeding. De eerste stap was dat zorg ‘noodzakelijk’ moet zijn. Een lastig te definiëren begrip, maar niet voor Dunning: zorg was in zijn visie alleen noodzakelijk wanneer zij deelname aan de samenleving mogelijk maakt. Verder moest zorg werkzaam zijn (dus evidence based), doelmatig (zo goedkoop mogelijk) en bij voorkeur voor eigen rekening van de patiënt.

Het rapport werd in 1991 snel in een diepe la gestopt. De tijd was blijkbaar nog niet rijp voor Dunnings gedachtengoed. Zorg die alleen wordt vergoed als zij deelname aan de samenleving mogelijk maakt, dat riep natuurlijk allerlei associaties op met eugenetica of het verwaarlozen van zwaargehandicapten. Want wat is ‘deelname aan de samenleving’ precies? Een onwerkbaar, maar vooral ook weerzinwekkend kil criterium dat doet denken aan Aldous Huxleys Brave New World.

Maar het reduceren van de mens tot economische grondstof is ineens weer helemaal in. En dus is de trechter van Dunning weer terug. In het regeerakkoord is opgenomen dat de zorg meer kosteneffectief moet zijn en PvdA en VVD omarmen eensgezind het oude idee van de cardioloog.

Politici denken liever niet zelf, maar laten zich als kippen zonder kop leiden door de beeldvorming die er is gecreëerd rond de medische zorg. We zouden fortuinen besteden aan zinloze behandelingen. Aantoonbare flauwekul, internationaal gezien staat de curatieve zorg in Nederland juist op een zeer laag pitje. Ons geld wordt veeleer verspild aan hoge salarissen, dure gebouwen en geld verslindende managers. Maar dat zijn lastig aan te pakken problemen en dus is het makkelijker om de patiënt weg te zetten als nutteloos wezen dat onze economie tot last is en profiteert van gemeenschapsgeld.

Ook de medische wereld zelf is intussen gaan geloven in deze mythe en lijkt de plannen van de regering te ondersteunen. Een enquête wijst uit dat 52 procent van de artsen wel behoefte heeft aan een duidelijke en harde richtlijn van de overheid over wanneer ze iemand wel of niet moeten behandelen.

Apparatsjiks die alles vertalen naar geld, volgelingen die op zoek zijn naar befehl ist befehl. Ik krijg het koud. Oppassen dat ik niet ziek word.