Is dit een of alleen een mens probleem?

Illegalen in Nederland leven jaren achtereen in een schemerzone. De politiek heeft geen oplossing en dus houdt men ze het liefst onzichtbaar. Maar dat lost ook niets op.

Nederland, Amsterda,, 29-11-2012. Gedeelte van de Asielzoekers aan de Notweg bereiden zich voor op vertrek/verlaten het kamp en maken gebruik van het aanbod van Burgermeester van der Laan. Foto: Olivier Middendorp

Redacteur Integratie

Iedere illegaal in het tentenkamp heeft zijn eigen verhaal. Net als iedere andere illegaal. De een is gevlucht voor ernstig geweld en bedreiging, de ander is op zoek naar een beter leven. Weer een ander werd verhandeld als slaaf, voor nog een ander heeft het hele dorp gespaard voor een vliegtuigticket zodat hij hen zou kunnen steunen vanuit het rijke Westen. En er zijn er ook die als kind als een soort pakketje werden opgestuurd naar een vreemd land, soms zelfs door de eigen ouders. Veel illegalen kwamen als asielzoeker. Zij kregen te maken met onze asielwetten. Lang niet elke asielzoeker heeft recht op bescherming. Nederland verleent asiel aan vreemdelingen die in hun eigen land gevaar lopen, bijvoorbeeld omdat ze worden vervolgd vanwege ras, geloof, nationaliteit of politieke overtuiging. Ook gezinsleden van vluchtelingen kunnen worden toegelaten.

Heldere regels, maar je kunt er ook buiten vallen. Als het gevaar in eigen land niet groot genoeg was, bijvoorbeeld. Of omdat je niet kunt aantonen hoe groot het gevaar was. Het loopt namelijk soms mis met het toepassen van de regels. Vreemdelingen hebben meestal niets anders bij zich dan hun verhaal. Documenten hebben ze niet, of die hebben ze weggegooid. En een levensverhaal dat zich afspeelt in Afrika of Azië is lastig vanuit Nederland te checken.

Het asielverhaal is, om het nog lastiger te maken, soms verzonnen. Soms is het half waar, maar flink aangedikt. En vaak ook is het helemaal waar. Maar dan kan het weer zo gruwelijk zijn dat de vreemdeling het niet kan vertellen.

Dat gebeurde bij Faith, meisje uit Sierra Leone, dat in haar dorp door rebellen werd overvallen. Ze had gedwongen seks met haar vader, haar moeder met haar broer. De penis van haar vader werd afgesneden, zij moest die in haar mond nemen. Haar vader werd vermoord, de overige gezinsleden werden gemarteld, Faith werd meegenomen als piepjonge seksslavin, vertelt ze.

Stel je even voor dat het om je dochter gaat.

Faith is nu 26, getraumatiseerd, heeft drie jonge kinderen waar ze wonderwel goed voor zorgt. Mensen die haar goed kennen, geloven haar verhaal. Ze krijgt ook psychische hulp. Haar asielverzoek werd afgewezen, omdat ze het verhaal niet meteen kon vertellen. De Nederlandse staat denkt nu dat ze liegt en Faith moet terug.

Maar gaat Faith ook terug? Een uitgeprocedeerde asielzoeker moet het land verlaten. Zelf. Ze krijgen een treinkaartje tot aan de grens. Sommigen vertrekken daadwerkelijk. Anderen niet. Die vertrekken ‘met onbekende bestemming’. Vaak betekent dat een illegaal leven. Weg, maar niet echt weg. Iemand uitzetten tegen zijn zin is ontzettend lastig.

Het is onbekend hoeveel illegale vreemdelingen er in Nederland zijn, meestal spreken we over honderdduizend mensen. De meest recente schatting van het wetenschappelijk onderzoek- en documentatiecentrum van het ministerie van Justitie gaat uit van tussen de 60.000 tot 133.000 mensen. Een deel daarvan komt illegaal naar Nederland om te werken en vertrekt uit zichzelf binnen een paar maanden, of hooguit een paar jaar.

Een flink deel blijft.

Ook als ze op straat worden gezet en ze geen opvang meer hebben.

Ook als ze worden opgepakt en in voor onbepaalde tijd onder rottige omstandigheden worden opgesloten in de vreemdelingendetentie.

Ook als ze jarenlang aan de rafelranden van de stad moeten overleven en hun leven tussen hun vingers zien doorglijden.

Ook als ze kinderen hebben die hier steeds meer thuis raken.

Ook als illegaliteit strafbaar wordt gesteld (en dat wordt het, zo staat in het regeerakkoord van VVD en PvdA). Daarmee worden feitelijk alle illegalen criminelen, met als overtreding het feit dat ze er zijn.

Ze blijven.

Een deel kan niet eens weg, ook al zouden ze dat willen. Hun landen van herkomst erkennen hen niet als onderdaan en geven geen inreispapieren.

Een deel durft niet, omdat hun land te gevaarlijk is. Veel Somaliërs in de tentenkampen bijvoorbeeld zijn banger voor hun eigen land dan voor de kou en regen in Nederland. Voor de Irakezen in het kamp geldt dat ook. Irak accepteert alleen mensen die vrijwillig terugkeren.

Een deel kan niet terug, omdat de familie hen dan uitspuugt. Bij Afrikanen voor wie de hele familie of het hele dorp heeft bijgedragen aan hun vertrek, wordt terugkomst eenvoudigweg niet geaccepteerd. Terugkeren betekent falen. Ze worden uitgestoten en zijn alleen in een land dat ze nauwelijks meer kennen. Zij verkiezen een leven in de marge boven de uitstoting in hun eigen land.

En dus blijven ze.

Een handvol illegalen heeft nu een tentenkampje opgericht in Amsterdam. En nog een in Den Haag. Zodat we zien dat ze er zijn. Ze krijgen al iets meer aandacht dan het grotere tentenkamp afgelopen zomer in Ter Apel. Maar als het tentenkamp vanochtend is ontruimd, zoals de Amsterdamse burgemeester Van der Laan wil, dan zijn ze als snel weer net zo onzichtbaar als voorheen.

En net ze onzichtbaar als in de vreemdelingenbewaring, waar het regime een stuk strenger is dan in de gewone gevangenis: met twee, vier of acht mensen op een cel, nauwelijks activiteiten, een keer in de week bezoek en nauwelijks contact met de buitenwereld via internet of telefoon. Een opgesloten illegaal weet niet hoelang hij daar moet blijven zitten. Het kan twee weken zijn, maar ook acht maanden. En dan staan ze vaak weer op straat.

Een eenvoudige oplossing is er niet. Een nieuw generaal pardon of ruimhartiger verblijfsvergunningen uitdelen, zou voor veel illegalen het einde betekenen van de ellende. Maar het is ondenkbaar dat politici daarmee instemmen. Er is onvoldoende draagvlak voor.

Maar misschien kunnen we wel afstappen van het halfslachtige beleid dat we nu voeren. We krijgen ze niet weg, dus zorgen we dat de omstandigheden zo belabberd zijn dat ze uiteindelijk toch vertrekken. Maar dat zeggen we dan niet. De tentenkampen moeten worden ontruimd, omdat de gezondheid van de bewoners in het geding is. Zeker, maar als ze straks weer op straat zwerven, is dat dan gezonder?