Hoe vervals je schilderijen, en vooral jezelf

C.J.Vallgren: Kunzelmann en Kunzelmann. Vert. Jasper Popma. De Geus, 506 blz. € 24,95

Dit is een heerlijke zin: ‘Hij had net nieuwe verf aangebracht op de wangpartij van een Hallandse boerin die kaas maakt.’ Halland is een landstreek in Zuid-Zweden. De ‘hij’ is Viktor Kunzelmann, geniaal schilderijenrestaurateur, kunstverzamelaar en kunstadviseur van de belangrijkste Scandinavische musea. Van die kaasboerin is maar één origineel schilderij bekend. Kennelijk was Kunzelmann vlak voor zijn dood in de weer met een vervalsing.

En er is meer aan de hand: de 83-jarige Kunzelmann sterft achter zijn schildersezel.Mogelijk is er sprake van vergiftiging. Tal van gevaarlijke chemische substanties bevinden zich op zijn palet. Of is hij vermoord? Is het misschien zelfmoord?En wie was de werkelijke Viktor Kunzelmann?

Na zijn dood probeert zoon Joakim het raadselachtige leven van zijn vader te achterhalen, een man die uit twee personages bestaat.

Geleidelijk komt het geheime leven van kunstkenner, verzamelaar en verkoper van zijn eigen vervalsingen aan het licht. Vaders homoseksuele geaardheid bracht hem tijdens het naziregime in grote moeilijkheden. De enige kans om aan de homofobische wetgeving te ontsnappen, is het aannemen van een andere identiteit. Hij wordt vervalser en neemt een nieuwe naam en identiteit aan.

Kunzelmann kent geen grenzen meer als het om vervalsen gaat; hij wordt zelfs lid van de NSDAP, om zich als homoseksueel beschermd te weten en in de nabijheid van hoge partijgenoten te komen. Hij vervalst stelselmatig gesigneerde foto’s van de Führer en andere vooraanstaande nazi’s. Het levert hem roem, geld en een onaantastbare status op.

Hoewel hij vlak voor het eind van de oorlog werd gearresteerd en gedeporteerd, weet hij te overleven. Daarna neemt Kunzelmann onaanvaardbaar grote risico’s op het gebied van vervalsen: hij vervult diverse dubbelrollen, onder meer als kunstadviseur die zijn eigen vervalsingen aanprijst in museale en particuliere collecties.

Ook werkt hij mee met een Nederlandse expert op het gebied van kunstvervalsingen. Deze scène is fantastisch: de goedgelovige, niet erg intelligente Nederlander tuint met open ogen in de val van de gewiekste Kunzelmann. Je zou bijna denken aan meestervervalser Han van Meegeren, die met zijn werk menige kunstkenner zand in de ogen strooide. Het zou interessant zijn te weten of Magenta. Avonturen van een meestervervalser van Geert Jan Jansen, die in Frankrijk een jaar gevangenisstraf kreeg, een inspiratiebron voor Carl-Johan Vallgren (1964) is geweest.

Kunzelmann en Kunzelmann is een indringend boek. Vallgren stelt belangrijke vragen aan de orde over vals en echt, over de mens die altijd maar weer bedrogen wil worden en de ingenieuze kunstschilder die in dat bedrog voorziet.

Zijn beschrijvingen hebben een schilderkunstige allure. Of het nu de beeldende weergave is van Kunzelmanns atelier, de beklemmende evocatie van het nazisme of de picturale theorieën die aan de orde komen, alles ziet de lezer scherp voor zich, in een labyrintische roman die zich als een meeslepend relaas laat lezen.