Energieke entertainer die weinig klaarmaakte

Als wielerbondscoach had Leo van Vliet de lachers op zijn hand. Maar onder zijn bewind bleven resultaten uit. „Ik heb me 200 procent ingezet.”

Leo van Vliet Foto Cor Vos

Bauke Mollema keek op van zijn ontbijt en vroeg zich af of hij wel wakker was. Aan de andere kant van de tafel stond bondscoach Leo van Vliet – op zijn handen. Van Vliet wilde gewoon even laten zien dat hij het kon. Want elke minuut zonder show is een verloren minuut.

Leo van Vliet: oud-prof bij de ploeg van Peter Post, vastgoedondernemer, organisator van de Amstel Gold Race én de Amstel Curaçao Race – maar vooral: entertainer. Of clown, het is maar hoe je het ziet. Hij organiseerde als bondscoach oranjefeesten voor de supporters, hij liet cabaretier Guido Weijers vlak voor het WK in Valkenburg opdraven voor een motivatiespeech, hij maakte van iedere persconferentie een voorstelling met zoveel mogelijk grappen en grollen. Leo was de oom die op ieder verjaardagspartijtje moppen tapte en goocheltrucs uithaalde.

Maar stiekem dacht hij er wel bij na. Na het afgelopen WK gaf hij – nadat hij de verzamelde pers te woord had gestaan over zijn geheimzinnige teksten – ‘Prima zo. Niet op kop rijden’ op de matrixborden langs de weg – zijn visie op de rol van een wielerbondscoach. Hij zei: „Ik maak een hoop grappen, maar eigenlijk ben ik heel serieus. Wat kun je nu helemaal doen als bondscoach? Je krijgt die renners een paar dagen per jaar. Je kunt ze niet veranderen in zo’n korte tijd. Het enige wat je kunt doen is een speciaal sfeertje maken.”

En dat deed hij.

Van Vliet creëerde een Hup Holland Hup-gevoel bij zijn renners, onder meer door oranje vlaggen en spandoeken op te hangen in de hotels van de nationale ploeg. Renner Johnny Hoogerland: „Het jaar voordat Leo bondscoach was zaten we in een hotel naast de Italianen. Die hadden alles blauw gemaakt, de kleur van de squadra azzurra. We stonden meteen met 3-0 achter. Dat heeft Leo wel veranderd.”

Maar opzienbarende resultaten leverde het niet op. Vier keer leidde Van Vliet de nationale mannenploeg tijdens het WK wielrennen – met nul medailles als resultaat. Dat was deels omdat Nederland geen blik veelwinnaars kan opentrekken, maar ook omdat Van Vliet keuzes maakte waarbij je vraagtekens kunt zetten. Zo had hij het parcours in het Australische Geelong (WK 2010) niet verkend en selecteerde hij een ploeg vol klimmers voor het biljartlakenvlakke WK van Kopenhagen in 2011.

Van Vliet was nooit onomstreden bij zijn renners. Sommigen liepen met hem weg (Quick Step-renner Niki Terpstra twitterde gisteren: „meest energieke bondscoach ooit”), anderen vonden hem een popiejopie. Vooral met de renners van Rabobank botste het. Zo zei Van Vliet na het afgelopen WK dat de renners van de bank te veel worden „gepamperd”. Er zou iets schorten aan hun mentaliteit, omdat ze te vaak hun zin krijgen. Als hij er daadwerkelijk zo over dacht, dan was het een raadsel dat hij maar liefst zes Raborenners (van de elf in totaal) voor datzelfde WK selecteerde.

Verder claimde Van Vliet dat Raborenner Lars Boom dankzij hem vijfde was geworden (de beste prestatie van een Nederlander tijdens de periode Van Vliet) op het WK in Valkenburg: volgens Van Vliet wilde Boom tijdens de laatste beklimming van de Cauberg opgeven en zette hij pas weer aan toen hij Van Vliet hoorde schreeuwen.

Van Vliets verhaal werd ontkracht door de filmpjes en foto’s die aanwezige toeschouwers op internet plaatsten: daaruit bleek niet dat Boom het opgaf, en al helemaal niet dat Van Vliet hem naar de vijfde plaats schreeuwde.

De Nederlandse wielerbond KNWU zette gisteren na vier jaar Van Vliet een punt achter de samenwerking. Van Vliet gaf in zijn commentaar een laatste sneer richting de ‘pampergeneratie’.

Tegen persbureau ANP zei hij: „Ik kan terugzien op een mooie periode waarin ik me 200 procent heb ingezet, maar ik kan mij niet altijd vinden in de instelling en motivatie van sommige renners.”

Het was de slotscène van de show die Van Vliet heeft opgevoerd als bondscoach. De ene helft van de zaal vond het prachtig, de andere helft waardeloos. Maar niemand kan zeggen dat hij zich de afgelopen jaren heeft verveeld.